Marineterrein Amsterdam

Een onafhankelijk blog van een Kattenburger over de herontwikkeling van het Marineterrein Amsterdam. Van een gesloten enclave naar een plek voor iedereen. Blog Marineterrein gaat door als marinekwartier.com

Posts tonen met het label verhuizing. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verhuizing. Alle posts tonen

donderdag 25 april 2019

Minister van Defensie Bijleveld stelt beantwoording vragen over Marineterrein wederom uit

Tweede Kamer wil opheldering
Eind maart werd via een WOB-verzoek duidelijk dat de argumenten die het Ministerie van Defensie aan de Tweede Kamer gaf om toch op het Marineterrein te blijven totaal geen hout snijden. Ook Het Parool berichtte over de kwestie. Kamerlid Belhaj van D66 vroeg onmiddellijk een Kamerdebat aan.
Zij werd hierin gesteund door verschillende partijen, maar de coalitiepartners van D66 wensten dit verzoek niet in te willigen en namen voorlopig genoegen met het aanvragen van een brief bij minister Bijleveld.


Uitstelbriefje
Gisteren (24 april 2019) kwam (na een maand!) het antwoord van het kabinet. Dat wil zeggen een brief. Een uitstelbrief... Uitstelbriefje...
Na een eerdere motie om meer informatie naast zich neer te hebben gelegd, blijkt minister Bijleveld opnieuw geen haast te maken met het informeren van de Kamer.

Hieronder het briefje:




UPDATE 20 mei 2019

Vaste Kamercommissie Defensie
Vorige week (16 mei 2019) toonde de Vaste Kamercommissie Defensie haar ongeduld in deze zaak en vroeg de minister via een brief wanneer ze haar stilzwijgen denkt te gaan doorbreken.

Hieronder de brief:



zaterdag 30 maart 2019

Parool: Marineterrein niet nodig voor nationale veiligheid



Vandaag in het Parool:

"De nationale veiligheid is helemaal niet de reden dat de krijgsmacht een veel groter deel van het Marineterrein wil behouden. Uit nieuwe documenten blijkt iets heel anders. D66 eist dat Defensie zijn claim laat vallen"

Lees hier verder:
https://www.parool.nl/binnenland/d66-defensie-besteed-geen-geld-aan-openhouden-marineterrein~a4625200/



woensdag 28 november 2018

Defensie weigert, ondanks motie Tweede Kamer, besluit Marineterrein verder toe te lichten

Het Parool berichtte vandaag over een tegenstribbelende Minister van Defensie in de soap rond het Marineterrein.

Dinsdag nam de Tweede Kamer een motie aan waarin het kabinet wordt verzocht meer informatie te leveren inzake het besluit van Defensie om een substantieel groter deel van het Marineterrein te behouden dan in 2013 met de gemeente Amsterdam was afgesproken. Ondanks deze eis van het parlement heeft minister Bijleveld laten weten hier voorlopig niet aan te voldoen. Ze wil wachten tot na een overleg tussen het ministerie en de gemeente op 16 januari 2019.

Ook nam ze een besluit dat je als simpelweg kinderachtig kunt bestempelen. De motie draagt de regering op de Tweede Kamer eerst te informeren alvorens stappen worden gezet met betrekking tot de heroverweging. Dat wil zeggen, ga niet investeren op het deel van het terrein waar Defensie nu nog aanwezig is voordat de onderhandelingen compleet zijn afgerond. Iets waar Defensie, vooruitlopend op de zaak, overigens wel al plannen voor had. 
Bijleveld wil nu echter ook het publiek toegankelijk maken van een extra deel van het terrein, zoals gepland voor 1 januari 2019, niet door laten gaan. "Omdat de Kamer ons gevraagd heeft geen onomkeerbare stappen te zetten", aldus de minister. Maar dat is natuurlijk de boel omdraaien. Als er iets is dat niet onomkeerbaar zou moeten zijn, dan is het juist het vasthouden aan de grond die nu nog in handen is van Defensie. Dat betekent dat de krijgsmacht geen nieuwe piketpalen moet gaan slaan die later weer moeilijk te verwijderen zijn. Dàt was het doel van de motie.

De koude oorlog tussen Defensie en de Republiek Amsterdam duurt voorlopig voort.

Het artikel uit Het Parool van woensdag 28 november:



dinsdag 27 november 2018

Tweede Kamer eist argumenten van kabinet voor aanhouden Marinekazerne Amsterdam

De vorige week ingediende motie van Kamerlid Belhaj (D66) is vandaag aangenomen door de Tweede Kamer.
In de motie wordt het kabinet opgedragen de Kamer te informeren over alle financiële implicaties en nut en noodzaak van het voornemen tot de heroverweging van het Marine Etablissement Amsterdam alvorens stappen worden gezet met betrekking tot de heroverweging.
VVD, CDA en de PVV hadden overigens geen behoefte aan meer informatie en stemden tegen de motie.



vrijdag 23 november 2018

VIDEO: debat Marineterrein in Tweede Kamer (21 november 2018)

Afgelopen woensdag (21 november 2018) debatteerde de Tweede Kamer met de minister van Defensie Bijleveld over de Defensiebegroting in het algemeen en op zeker moment over de soap rond het Marineterrein in het bijzonder.
In de video hieronder zie je de vragen van 3 Kamerleden, de reactie van de minister en een ingediende motie. Totale duur: ruim 20 minuten.

De sprekers:
Isabelle Diks (GroenLinks)
Sadet Karabulut (SP)
Salima Belhaj (D66)
Minister Bijleveld (VVD)

Kijk hier voor de uitgeschreven tekst van Kamerleden en minister:





Parool: 'Ergernis over landjepik Marineterrein'

Het Parool meldde gisteren het volgende:



Ergernis over landjepik
Marineterrein: Gemeente en Kamer hekelen besluit Defensie te blijven in hartje Amsterdam

Defensie zou het Marineterrein overdragen aan de stad, maar bedacht zich. De gemeente legt zich er niet bij neer, tot ongenoegen van de minister.
HANNEKE KEULTJES EN RUBEN KOOPS


Minister Ank Bijleveld van Defensie reageert gepikeerd op pogingen van de Amsterdamse wethouder Udo Kock om via de Tweede Kamer toch een groter deel van het Marineterrein in handen te krijgen. "Als wethouder Kock vindt dat die met voeten zijn getreden, moet hij niet bij de krant of bij de Tweede Kamer melden, maar bij mij. Hij heeft zich niet gemeld." Volgens Bijleveld waren er juist goede afspraken gemaakt met Amsterdam over de nieuwe verdeling van het terrein.

Tijdens een debat in de Tweede Kamer sprak GroenLinks-Kamerlid Isabelle Diks van een 'bestuurlijke schoffering', omdat Defensie in juni plots terugkwam van in 2013 gemaakte afspraken over de teruggave van het marinecomplex. SP-Kamerlid Sadet Karabulut noemde Defensie 'een onbetrouwbare partner voor mijn stad'. Dat ergerde Bijleveld zichtbaar. "Ik werp die aantijging verre van mij," reageerde zij gisteravond. "Als ik op mijn werkkamer afspraken maak met deze wethouder, de waarnemend burgemeester en ambtenaren en dat wordt vervolgens besproken in de raadscommissie, dan is het afspraak is afspraak."
'Laat het aan ons'

Bijleveld noemt uitspraken van Kock in Het Parool van dinsdag 'niet ordentelijk'. Kock zei dat er geen veiligheidsanalyse ten grondslag ligt aan het besluit van Defensie op het marinecomplex te blijven. Bijleveld verwerpt dat. "De hoofdstad is regelmatig het terrein van grootschalige evenementen. Het Marine Establishment is de enige locatie die via lucht, weg en water bereikbaar is. En we willen ook zichtbaar blijven in de stad."

Regeringspartij D66 riep Bijleveld op om geen onomkeerbare stappen te zetten totdat de Kamer is geïnformeerd over 'alle financiële implicaties en nut en noodzaak'. Bijleveld wilde daar niks van weten. "Op 1 januari wil ik weer een aantal gebouwen overdragen aan de gemeente Amsterdam. Laat het aan ons." Wel beloofde ze de Kamer nader te informeren over de financiën en beweegredenen van Defensie. De hoofdstad en het ministerie onderhandelen momenteel over een nieuwe verdeling van de gronden. De Rijksbouwmeester maakt schetsen waarin zowel de stad als Defensie aan hun trekken zal komen.
Sportcomplex delen

Volgens de defensieminister is de samenwerking tussen haar departement en Amsterdam juist 'eendrachtig'. Bijleveld stelt dat er in de toekomstige plannen ruimte is 'voor een heleboel woningen'. Hoeveel van de geraamde 1400 huizen er kunnen worden gerealiseerd, is nog niet bekend.

Het ministerie van Defensie laat weten dat er wordt nagedacht over gedeeld gebruik van onderdelen van de marinekazerne. Zo is het sportcomplex van de krijgsmacht straks in de avond- en weekenduren open voor omwonenden. Duidelijk is dat het Dienstencentrum Personeelslogistiek, verantwoordelijk voor werving van militairen, het grootste deel van de nieuwe kazerne in beslag neemt. Kock is daar verbolgen over. "Moet de afdeling personeelszaken per se op het duurste stukje grond van Nederland? We helpen graag mee om naar een alternatief te zoeken, bijvoorbeeld het Sparkgebouw in Sloterdijk, dat al in bezit is van het rijk."

De wethouder moet glimlachen om de woede van de minister. "Afspraak is afspraak? Een beetje ironisch is dat wel, want in 2013 en 2015 zijn de afspraken gemaakt dat Defensie daar weg zou gaan. Het is goed dat de Tweede Kamer nu aan Bijleveld vraagt om dat nog eens uit te leggen."


donderdag 22 november 2018

Tweede Kamerlid Belhaj (D66) dient motie in over Marineterrein

Tweede Kamerlid Belhaj van D66 diende gisteren bij het debat over de Defensiebegroting een motie in waarbij ze opheldering vraagt over de gang van zaken rond het Marineterrein in Amsterdam.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL
2
Vergaderjaar 2018-2019





Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2019
 35 000 X

MOTIE (Nr. 58) VAN HET LID BELHAJ 
Voorgesteld 21 november 2018

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Tweede Kamer tot op heden beperkt is geïnformeerd over de intentie om de besluitvorming rondom het Marine Etablissement Amsterdam te heroverwegen;

draagt de regering op de Tweede Kamer eerst te informeren over alle financiële implicaties en nut en noodzaak van het voornemen tot de heroverweging van het Marine Etablissement Amsterdam alvorens stappen worden gezet met betrekking tot de heroverweging,

en gaat over tot de orde van de dag.

Belhaj


dinsdag 20 november 2018

Gaat de Tweede Kamer het Ministerie van Defensie terugfluiten inzake het Marineterrein?


De Tweede-Kamercommissie Defensie bracht in juni 2018 een werkbezoek aan het Marine-Etablissement 

Het Parool meldt vandaag het volgende:

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Kan Amsterdam straks toch gaan bouwen op het Marineterrein?

In een uiterste poging het Marineterrein toch te kunnen bebouwen, heeft Amsterdam de hoop gevestigd op de Tweede Kamer. 'Defensie heeft nut en noodzaak voor het openhouden niet aangetoond.'



DOOR: HANNEKE KEULTJES EN RUBEN KOOPS 20 NOVEMBER 2018

Wethouder Udo Kock (Marineterrein) praat zich al sinds het begin van de zomer de blaren op de tong. In juni kreeg hij geheel onverwachts van het ministerie van Defensie te horen dat het Marine Etablissement Amsterdam tóch in gebruik blijft als marinebasis.

Van de 12,7 hectare in hartje stad mag de gemeente niet het héle terrein, zoals in 2013 nog met het rijk was afgesproken, maar hoogstens de helft in gebruik nemen voor nieuwbouw.
Daarmee kunnen de plannen van de stad de prullenbak in. Er zouden 1400 woningen verrijzen - maar dat kan niet meer. "Op de helft kun je niet zomaar 700 woningen neerzetten. Dan wordt het dichtbebouwd terrein," weet Kock.
"Het was juist de bedoeling om er een open gebied van te maken met een park en innovatieve bedrijvigheid. Dit is second best."

Nieuwe investeringen
Kock heeft zijn laatste hoop gevestigd op de Tweede Kamer, die het ministerie kan terugfluiten. Woensdag wordt daar de begroting van het ministerie van Defensie behandeld. Daarin staan, na decennia van krimp, investeringen ter waarde van honderden miljoenen euro's voor de Nederlandse krijgsmachtOok blijven een aantal kazernes open die vanwege eerdere bezuinigingen op de nominatie stonden gesloten te worden. De Amsterdamse marinebasis is er daar een van. In 2011 werd bedacht dat het terrein zou worden afgestoten, sindsdien werkten gemeente en Defensie samen aan nieuwbouwplannen. Tot Defensie er een streep door zette.
Maar regeringspartij D66 - ook de partij van wethouder Kock - en oppositiepartij GroenLinks zetten nadrukkelijk vraagtekens bij de draai die het ministerie heeft gemaakt.

"Ik vind dat Defensie geen nut en noodzaak van het openhouden van het Marineterrein heeft aangetoond," stelt D66-Kamerlid Salima Belhaj. "De Kamer is niet geïnformeerd over de kosten die het handhaven van de basis met zich meebrengt. Die staan niet in de Defensienota en ook niet in de begroting."
De verkoop van het complex zou Defensie naar verluidt eenmalig rond de 250 miljoen euro opleveren. Verder zou het de krijgsmacht en besparing opleveren omdat de jaarlijkse exploitatiekosten van 4,2 miljoen euro vervallen. Nu moet het terrein opnieuw worden ingericht - met alle kosten van dien.
Volgens GroenLinks-Kamerlid Isabelle Diks kunnen de huidige functies ook op andere plekken in Amsterdam terecht. "Ik heb van Defensie geen enkel argument gehoord waarom hun aanwezigheid op deze specifieke plek noodzakelijk is. Defensie moet stoppen met eigenstandig handelen."
VVD en CDA willen zich niet in de discussie mengen. "Het is een zaak tussen Defensie en de gemeente Amsterdam," aldus VVD-Kamerlid André Bosman. Het CDA wil ook wachten tot staatssecretaris Barbara Visser (Defensie) de Kamer informeert over de uitkomsten van de onderhandelingen.

Analyse ontbreekt
Volgens Defensie is het complex van een steeds groter belang voor de veiligheid. Het kan dienen als uitvalsbasis voor contraterrorisme-eenheden, is bereikbaar over land en water en helikopters kunnen er relatief eenvoudig landen en opstijgen.
"Ik ken geen enkel land in Europa of in de wereld waar Defensie niet aanwezig is in zijn eigen hoofdstad om op te kunnen treden, juist als er sprake is van dreiging," zei Visser eerder deze maand.
Daar neemt Kock geen genoegen mee. "Aan de conclusie dat de veiligheidssituatie zou zijn veranderd, ligt geen analyse ten grondslag," zegt hij. "In 2015 zijn goede afspraken gemaakt over alternatieve landingslocaties voor helikopters en de andere veiligheidsfuncties."
In het regeerakkoord staat dat het extra geld voor Defensie bestemd is voor de slagkracht van de krijgsmacht, investeringen in materieel en de inzetbaarheid. Kock: "Het is de vraag of dit de slagkracht van Defensie nu echt vergroot."




donderdag 12 juli 2018

Item AT5: "Gemeenteraad verbijsterd en verbolgen na soap rond Marineterrein"

Projectbureau Marineterrein stuurt vrij hilarische brief over soap rond Defensie-claim



Status Bureau Marineterrein
De positie van Bureau Marineterrein, de projectorganisatie die verantwoordelijk is voor de tijdelijke verhuur van bestaande gebouwen en de voorbereiding van de herontwikkeling, is niet altijd even makkelijk geweest. Het is een samenwerking tussen het Rijk (als huidige eigenaar van het Marineterrein) en de gemeente Amsterdam (als beoogd koper). En daar wringt het natuurlijk af en toe, vanwege tegenstrijdige belangen.

OV-fietsen
Rijksvastgoed wil de grond voor een goede prijs verkopen en wil met de (tijdelijke) invulling het terrein ook meer waarde geven. Daarover was voormalig wethouder 
van Amsterdam, Eric van der Burg ook altijd heel duidelijk. Aan de andere kant wil de gemeente natuurlijk niet de hoofdprijs betalen en zelf kunnen bepalen wat er in de toekomst met deze plek gaat gebeuren. Welke partij hierin de bovenhand voerde is voor een buitenstaander niet te achterhalen. Aan de grote hoeveelheid OV-fietsen die elke dag het terrein opkomen is op te maken dat het aandeel ambtenaren van buiten Amsterdam waarschijnlijk niet gering is.

Draai Defensie
En toen kwam vorige week het nieuws dat Defensie toch het terrein niet wilde verlaten. Men zou het nodig hebben in het kader van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van de nationale veiligheid (terrorismebestrijding) en het rekruteren van nieuwe manschappen. Twee argumenten die de komende tijd nog zeker tegen het daglicht gehouden zullen worden. De gemeente was woedend en verbijsterd. Men probeert op dit moment te redden wat er te redden valt om de oorspronkelijke plannen toch nog uit te kunnen voeren.

Brief
De gemeente Amsterdam en het Rijk staan nu dus tegenover elkaar. Beide hebben andere plannen met het terrein. Dat maakt de positie van Bureau Marineterrein, waarin dus zowel Rijk als gemeente vertegenwoordigd zijn, zeer lastig. De afgelopen dagen was het dan ook erg stil in de externe communicatie. Tot er gisteren een brief uitging naar relaties met daarin het standpunt van het Bureau over de nieuw ontstane situatie. Uit de inhoud blijkt toch wel de invloed van het Rijk op de organisatie. Het getouwtrek dat is ontstaan wordt gespind als ware het een positief iets!
Ik citeer:

"Ze [Defensie, red.] zien het belang van hun betrokkenheid bij een internationaal innovatief milieu in een van de meest gewilde steden van de wereld. En daar zijn we blij mee."

"Wij zien ze als een welkome medebewoner, [...]"

"Het betekent dat we intensiever gaan samenwerken [...]"

"Herontwikkelingen gaat nooit in een rechte lijn. [...] We zijn, zoals altijd, in beweging."


Ik neem het Bureau Marineterrein niet kwalijk dat ze met een dergelijk statement naar buiten treedt, maar erg geloofwaardig is het niet. Misschien was het slimmer geweest te wachten tot er op politiek niveau een compromis is gesloten, waarna de positie van alle betrokkenen kan worden heroverwogen. Ook die van het Bureau.
Het belooft een hete zomer te blijven.


Hieronder lees je de complete brief.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Beste ...,

Onlangs is in het nieuws gekomen dat Defensie toch niet weggaat van het Marineterrein. Eigenlijk geen nieuws. Van meet af aan is Defensie betrokken bij de herontwikkeling en tot op de dag van vandaag werkt ze actief mee.  CODAM is al maanden aan het bouwen op - nu nog - militair terrein, gebouw 027W wordt overgedragen aan AMS om plaats te bieden voor de derde universiteit van de stad en het sportveld wordt al gebruikt door jeugdvoetballertjes uit de buurt. 

Wel heeft Defensie onlangs aangegeven zich te willen heroriënteren op het toekomstig gebruik van het terrein. Ze zien het belang van hun betrokkenheid bij een internationaal innovatief milieu in een van de meest gewilde steden van de wereld. En daar zijn we blij mee. Het betekent dat we intensiever gaan samenwerken op het gebied van onder andere onderwijs, technologie en sport en dat we zullen zoeken naar mogelijkheden voor medegebruik van elkaars faciliteiten. Het betekent ook dat ruimtelijk gezien Defensie iets meer aanwezig zal zijn op het terrein dan eerder in de plannen was voorzien. Wij zien ze als een welkome medebewoner,  omdat de waarden waarop het Marineterrein nu al jaren wordt ontwikkeld gebaseerd zijn op de historie van het terrein. Focus, verbinding en vernieuwing waren vroeger en zijn in de toekomst de centrale kwaliteiten om nieuwe mogelijkheden, kennis en welvaart te kunnen ontdekken. Kwaliteiten die ook Defensie in hoge mate kenmerkt. 

In de afgelopen jaren is Marineterrein Amsterdam onderdeel van de stad geworden en serieus ontwikkeld tot een hotbed voor innovatie. In hartje Amsterdam is een zeldzame community ontstaan van organisaties en onderzoekers die samen oplossingen bedenken voor de uitdagingen die de steeds sneller veranderende wereld oproept. Hoe verdelen we de schaarse ruimte, hoe om te gaan met een data-gedreven samenleving, hoe blijven we gezond en hoe zullen we in de toekomst wonen?

Omdat het Marineterrein niet openbaar is maar publiek toegankelijk gelden er minder regels dan elders in de stad. We kunnen hier allerlei projecten bedenken, testen en toepassen die passen bij het eindbeeld dat Rijk en gemeente voor ogen hebben met het terrein. Dit biedt unieke kansen voor de organisaties op het terrein en daarmee zetten we ook direct heldere contouren neer voor de latere invulling van het gebied. 

Herontwikkelingen gaat nooit in een rechte lijn. Het is hollen en stilstaan, op en neer, wikken en wegen. Maar vooral gewoon doorgaan. Ook deze zomer gaan we aan de slag met nieuwe projecten en verwelkomen we weer enkele nieuwe, grote organisaties op het terrein  - je leest er spoedig meer over in krant en online. We zijn, zoals altijd, in beweging. 

Fijne zomer toegewenst.

Met vriendelijke groet,
Namens Bureau Marineterrein 

Liesbeth Jansen

woensdag 11 juli 2018

Wethouder Kock over claim op Marineterrein: Defensie wil ruim 50%, maar dat gaat niet gebeuren!

Vandaag heeft de Raadscommissie Ruimtelijke Ordening van wethouder Udo Kock vernomen hoe volgens hem de gemeenteraad verder moet in de nieuw ontstane situatie rond het Marineterrein. Nu Defensie heeft aangegeven niet te willen vertrekken moet Amsterdam zich herbezinnen op de te volgen strategie. Kock deed een voorzet waarin hij voorstelt niet op de rem te trappen, maar constructief door te gaan met een gezamenlijke herontwikkeling van het terrein.

Defensie wil volgens Kock om twee redenen op het terrein blijven: vanwege de veiligheidsaspecten (terreurdreiging) en om de dienst werving en selectie zichtbaar te houden. Daarvoor heeft men een helikopterlandplaats en de sportvelden nodig.  Het Rijk blijft het daarnaast eens met de afgesproken  kernvoorwaarden voor herontwikkeling: een goed ontwerp, wonen en werken in een innovatie-district, en verbinding met de omliggende wijken.

Kock wil dus graag proberen op basis van de bestaande bestuursovereenkomst door te gaan, maar garandeert geen succes. Stoppen met het project is echter geen optie als het aan de wethouder ligt. Het uitvoeren van de twee door Defensie gewenste functies op een zo klein mogelijk oppervlak is voor hem het uitgangspunt. Van het simpelweg opeisen van zoveel mogelijk grond kan dus geen sprake zijn, aldus Kock.

Hieronder een kort verslag van de vergadering uit Het Parool.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Raadsleden ontstemd over besluit Defensie

DOOR: MICHIEL COUZY 11 JULI 2018, 16:06 ; PAROOL

Amsterdamse raadsleden en wethouder Udo Kock zijn 'verbaasd en verbijsterd', 'geschrokken' en 'teleurgesteld' over het besluit van Defensie om op het Marineterrein te blijven. Het is nu redden wat er te redden valt.

Een paar weken geleden was Udo Kock nog blij dat hij zich als wethouder bezig gaat houden met het Marineterrein. Maar op 19 juni volgde de teleurstelling, toen hij vernam dat Defensie toch blijft op het stukje Amsterdam achter het Scheepvaartmuseum. "Sommigen van u kennen mij een beetje en weten dat omgaan met teleurstellingen niet mijn sterkste kant is."

Teleurgestelde reacties vanuit politiek
De Amsterdamse politiek is domweg verbouwereerd door het bericht dat Defensie, in strijd met de gemaakte afspraken, terug komt op de afspraak om te vertrekken van het Marineterrein, zo bleek woensdagmiddag tijdens een spoeddebat in de gemeenteraad.
"Een onaangename verrassing," zei Carolien de Heer (PvdA). "Wij zijn verbaasd en verbijsterd," aldus Nienke van Renssen (GroenLinks). Anton van Schijndel (Forum voor Democratie) vroeg zich af of de gemeente niet kan eisen dat Defensie zijn afspraken nakomt, die zijn tenslotte vastgelegd in een contract.

Afspraak van de baan
Defensie zou volgens deze afspraken plaats maken voor een nieuwe stadswijk met woningen, bedrijven en recreatieruimte. De gemeente was al gevorderd met het maken van plannen hierover, maar die kunnen in de prullenbak. Defensie blijkt toch te hechten aan een plek in Amsterdam vanwege de veiligheid en voor werving van nieuw personeel.

Toen Kock dit besluit vernam, pakte hij direct de auto om in Den Haag te horen wat er aan de hand is. Daarna volgden nog twee gesprekken met het ministeries van Defensie en Binnenlandse Zaken (Vastgoed), waarbij ook waarnemend burgemeester Jozias van Aartsen aanwezig was.
"Uiteindelijk is het heel eenvoudig," aldus Kock, "zij willen op het terrein blijven. Daar kun je van alles van vinden, maar daar kunnen we niet veel tegen doen. We zouden de overeenkomst kunnen ontbinden of Defensie aan afspraken houden, maar daar schieten we niets mee op. Want dan hebben we niets." 


Zijn voorstel is om te redden wat er nog te redden valt. "De hamvraag is of we op minder dan het hele terrein functies van Defensie kunnen combineren met iets moois voor de stad. Dat is verdraaide lastig, maar niet onmogelijk. Het is de moeite waard om dit vervolgtraject in te gaan."

Hij gaf aan dat Defensie ruim de helft van het terrein claimt, maar dat is voor Amsterdam onbespreekbaar. Amsterdam eist voldoende ruimte voor wonen en werken en dat het terrein wordt verbonden met de rest van de stad.

dinsdag 10 juli 2018

Agendapunt Raadscommissie Ruimtelijke Ordening inzake verwarring over toekomst Marineterrein



De fracties van D66, VVD, GroenLinks, PvdA en SP in de Amsterdamse gemeenteraad hebben geëist dat de plotselinge verwarring over de toekomst van het Marineterrein zo snel mogelijk op de agenda van de Raadscommissie Ruimtelijke Ordening worden gezet.
Dit is gebeurd via het aanvragen van een zogenaamde 'actualiteit'.
Door middel van een actualiteit kan een raadslid een spoedeisende zaak in de gemeenteraad aan de orde stellen. Eventueel kan dan via een motie een uitspraak van de raad worden verkregen.

Afgelopen maandag werd bekend dat Defensie de afspraak om op 1 juli jongstleden het terrein te verlaten niet heeft nagekomen. De krijgsmacht zou haar kazerne in het centrum van Amsterdam namelijk alsnog willen behouden. Dit na een periode van 5 jaar gemeentelijke planning, voorbereiding en investeringen om het gebied klaar te maken voor woningbouw, innovatieve bedrijven en buurtvoorzieningen. Lokale en Haagse politici zijn zeer verrast door deze plotselinge draai van de Rijksoverheid.


Hieronder de tekst van de actualiteit zoals deze morgen (11 juli 2018) in de Raadscommissie Ruimtelijke Ordening zal worden behandeld.
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Jaar 2018 
Datum indiening 3 juli 2018 
Datum behandeling 11 juli 2018 

Onderwerp 
Actualiteit van het raadslid Naoum Néhmé c.s. inzake ontwikkelingen omtrent het Marineterrein 

Aan de commissie

Inleiding 
In het Parool van 3 juli verscheen het bericht dat het ministerie van Defensie mogelijk terug wil komen op eerdere afspraken om het Marineterrein aan de gemeente Amsterdam te verkopen. Daardoor lopen de plannen van de gemeente om het terrein te herontwikkelen het risico om forse vertraging op te lopen of te worden geannuleerd. 

Reden bespreking 
De gemeente heeft grote plannen om het Marineterrein te herontwikkelen. Deze plannen zijn sinds lange tijd in de maak en het is van belang voor eventuele toekomstige gebruikers om helderheid te krijgen over de toekomst van het terrein en hun eventuele rol daarin. 

Reden spoedeisendheid 
Gezien de bijzondere ligging van het Marineterrein die kansen biedt voor veiligheid en eventuele nieuwe plannen is het van belang om spoedig duidelijkheid te krijgen over de toekomst van het terrein. Indieners overleggen hierover graag op korte termijn met college en commissie. 

De leden van de commissie, 
H. Naoum Néhmé 
N.A. van Renssen 
A.M. Bosman 
A.C. de Heer 
N.T. Bakker

dinsdag 5 september 2017

Marinemensen houden hoop op blijvende aanwezigheid op Marineterrein

In een artikel in De Telegraaf van vandaag wordt de kwestie van de verdwijnende startlocatie voor de Amsterdam City Swim aangehaald. Volgende zomer zal gastheer Defensie namelijk vrijwel geheel vertrekken van het Marineterrein en dus zal de organisatie van het zwemevenement waarschijnlijk op zoek moeten naar een alternatief. De krant sprak enkele marinemensen die echter nog steeds hopen op een niet volledig vertrek uit Amsterdam. Vooralsnog lijkt dat tevergeefs. De huidige plannen zijn namelijk om enkel de afdeling Werving en Selectie op Kattenburg te laten blijven.



Foto: Unilever Benelux

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

City Swim kijkt met argusogen naar vertrek mariniers

5 september 2017 dinsdag -Telegraaf - Amsterdam
door Mascha de Jong

Amsterdam - Het openstellen van het marineterrein volgend jaar zomer kan gevolgen hebben voor de Amsterdam City Swim. Het zwemevenement moet voor de start wellicht uitwijken naar een andere plek in de stad.
De City Swim was afgelopen weekend weer een succes. In zes jaar tijd is het ludieke initiatief om geld in te zamelen voor de spierziekte ALS (met destijds driehonderd geïnteresseerden) uitgegroeid tot een mega-evenement met volle grachten en drieduizend zwemmers die zondag het koude water trotseerden. Er werd 1,7 miljoen euro opgehaald voor de bestrijding van de ziekte.
Het succes van de City Swim is volgens organisator House of Sports mede te danken aan de gastvrijheid van de mariniers op het zogenoemde Etablissement, hartje Amsterdam. Dat gaat heel geordend: iedereen moet zich identificeren. Maar eenmaal binnen is het een feest. Grote witte tenten staan op het terrein opgesteld met her en der zitjes, een podium, kleedkamers en voor de ALS-patiënten extra faciliteiten.

Mede-eigenaar Koen Hermens van House of Sports praat met verhulde trots over het evenement. „Wij staan in het dagelijks leven sporters, bonden en bedrijven bij. De Amsterdam City Swim heeft een speciale plek in ons hart. Het evenement draait volledig om de bestrijding van ALS. We gaan hier in ieder geval mee door zolang ALS in de wereld is."
Hermens hoopt dat er een oplossing wordt gevonden voor de startplek van de City Swim. Hij voorziet met het vertrek van de mariniers onzekerheid voor de grote vlonder, die de mariniers op hun terrein verzorgen. Hermens: „Wij kijken met een schuin oog naar wethouder Eric van der Burg. Hij draagt de sport een warm hart toe."
Zowel vanuit de Stopera als vanaf het marineterrein wordt een slag om de arm gehouden. Eric van der Burg ziet de verhuizing van de mariniers deze zomer niet als een onmiddellijke breuk met de City Swim. ,,En als gemeente vinden wij het zeker belangrijk om dit soort evementen in Amsterdam te organiseren." De mariniers zelf hebben nog geen duidelijkheid over hoe de verhuizing er precies uit gaat zien. Een marinier: „Misschien dat enkele gebouwen op het terrein toch van de marine blijven en dan is de City Swim wellicht ook welkom." De organisatie van de City Swim wil zo snel mogelijk duidelijkheid.


maandag 12 juni 2017

Brandweerkazerne Nico (IJ-tunnel) tijdelijk gehuisvest op Marineterrein



Toch handig als een van de stamgasten in je buurtkroeg bij de brandweer werkt.
Zo hoorde ik dat vanaf maandag 3 juli de brandweerkazerne Nico (bij de ingang van de IJ-tunnel) tijdelijk op het Marineterrein gehuisvest gaat worden. Het huidige kazernegebouw wordt vervolgens grondig verbouwd en de planning is dat men in januari 2018 weer terug zal keren op de vertrouwde stek.

Foto: Vitto Christaldi (CC BY-NC 2.0)

vrijdag 28 april 2017

Amsterdam Museum komt niet naar Marineterrein



Eind 2015 stelde Kees van Twist (oud-directeur van het Groninger Museum) voor om het Amsterdam Museum te verhuizen naar het Marineterrein. De toen net aangestelde directeur van dat museum Judikje Kiers wilde eerst alle opties onderzoeken, maar liet vorige week aan de Volkskrant weten toch op de huidige locatie (het Burgerweeshuis) te willen blijven.
Hieronder een deel van het artikel.

Het Amsterdam Museum heeft een onmogelijk pand op een lastige plek, dacht de directeur, die dat nu heel anders ziet.

Bron: De Volkskrant

Dat komt door een foto, zegt Kiers, in een boek dat ze las tijdens een vakantie op Sicilië. In haar werkkamer laat ze hem zien: een beschrijving van alle bouwkundige veranderingen aan het Burgerweeshuis, dat 400 jaar oud is. Op een zwart-witfoto uit 1968 is een ingrijpende renovatie te zien, waarbij de gevels helemaal open liggen. 'Toen ik dat zag, besefte ik dat het museum helemaal niet zo monumentaal is. Dit plaatje toont aan dat er in de loop der jaren veel is veranderd aan het gebouw. Alle grote Amsterdamse architecten blijken ermee bezig te zijn geweest. Dan moet er nu dus ook ruimte zijn voor verandering.'

In 1975 verhuisde het Amsterdams Historisch Museum, zoals het toen nog heette, naar dit enigszins verborgen complex tussen de Nieuwezijds Voorburgwal en de Kalverstraat. De bonte verzameling gebouwen ligt pal naast het eveneens eeuwenoude Begijnhof, maar is nogal ongeschikt als museumpand. Het is een waar doolhof met trappetjes; een ramp voor bezoekers met een handicap of een gebrek aan richtingsgevoel. 'Labyrintisch, slecht vindbaar en in zichzelf gekeerd', luidt de samenvatting van Kiers.
Ook de gemeente Amsterdam - eigenaar van het pand en de collectie - was gaan inzien dat het museum een nieuwe locatie moest krijgen. Favoriet bij de wedkantoren: het Marineterrein, naast de zuidelijke ingang van de IJ-tunnel. Door samen te werken met het nabijgelegen Scheepvaartmuseum zou een 'Museumkwartier aan het IJ' ontstaan, met als bijkomend voordeel dat zo de binnenstad werd ontlast. In het nieuwe onderkomen, mogelijk een prestigieus gebouw met de modernste faciliteiten, zou het Amsterdam Museum eindelijk de vaste collectie goed kunnen presenteren.
Die kans laat Kiers dus lopen. Ze zegt dat ze door haar vorige baan - ze was vijftien jaar lang directeur van Museum Ons' Lieve Heer op Solder in Amsterdam, een grachtenpand uit de Gouden Eeuw met een schuilkerk op zolder - de waarde is gaan inzien van historische plaatsen in de stad. Het Burgerweeshuis is een 'gouden plek', stelt ze nu. 'Heel vroeger was dit een eilandje, daarna waren hier achtereenvolgens een vrouwenklooster met een eigen bierbrouwerij en veestapel, een oudemannenhuis en een weeshuis gevestigd. Deze plek en dit gebouw vertellen zo veel over de geschiedenis van Amsterdam. Als je dat in het museum oplicht, kun je al veel duidelijk maken.'


zaterdag 13 februari 2016

Neelie Kroes zag enkel bejaarden op Marineterrein en vertrok

Deze week doet Neelie Kroes in Vrij Nederland uit de doeken waarom ze het Marineterrein enkele maanden geleden verliet. Het voldeed volgens Kroes (ambassadeur van StartupDelta) niet aan de verwachtingen als broedplaats voor startups. Ze voelde zich geïsoleerd. Misschien dat die vermaledijde muur toch een keer tegen de grond moet?



VRIJ NEDERLAND 11-2-2016

ZE IS AMBASSADEUR VOOR START-UPS in Neder­land. Neelie Kroes is dan ook de ideale juryvoorzitter voor de verkiezing van de Radicale Vernieuwers van 2015. ‘Ik stel met vreugde vast dat het bij ons niet om eendagsvliegen gaat.’


NEELIE KROES IS EEN OPVALLENDE VERSCHIJ­NING IN DE HIPPE EN DYNAMISCHE WERELD van de start-ups. Gekleed in een onberispe­lijk, beige gebreid mantelpakje stapt de 74-ja­rige oud-VVD-politica en -eurocommissaris het Amsterdamse kantorencomplex Spaces binnen. Hier hebben allerlei startende onder­nemingen, maar ook meer gevestigde start-ups als Booking.com en Uber, hun intrek ge­nomen.‘Welcome home, oops, we meant welcome to work!’ staat op de glazen buiten­deur van het voormalige bankgebouw. De grote hal beneden is ingericht met comfort­bele zithoekjes, ruime leestafels en een koffiebarretje. Overal zitten groepjes jonge ondernemers met elkaar te praten en druk te bellen.
Kroes neemt de trap naar de eerste verdieping, naar haar werkkamer bij StartupDelta. Toen ze vorig jaar als ambassadeur begon aan haar taak om Nederland meer op de kaart te zetten als walhalla voor start-ups, streek ze in eerste instantie met haar team neer op het voormalige Marineterrein, ach­ter het Amsterdamse Scheepvaartmuseum.
Het idee was de talloze gangen en kamers van het oude Poortgebouw om te toveren tot een bruisende broedplaats van nationale en buitenlandse start-ups. Maar dat plan bleek met alle nodige verbouwingen en vergunningsaanvragen te ambitieus. Kroes, aangekomen in haar werkkamer: ‘We voelden ons geïsoleerd van de buitenwereld. Het grootste aantal bezoekers dat ik daar heb gezien, was een groep van zestig ouderen achter een rollator.’ Hard lachend: ‘Zij kwamen duidelijk niet voor ons, maar voor een rondleiding over het kazerneterrein.’ [...]

Oud-directeur Groninger Museum stelt voor om Amsterdam Museum op Marineterrein te vestigen

In mijn bespreking van één van de studentenontwerpen voor het Marineterrein noemde ik laatst al kort het voorstel om het Amsterdam Museum onder te brengen op het Marineterrein. Dit idee werd eind december vorig jaar geopperd door de oud-directeur van het Groninger Museum Kees Van Twist in een opiniestuk in de Volkskrant. De nieuwe directeur van het Amsterdam Museum Judikje Kiers wil zich echter eerst gaan oriënteren op alle mogelijke scenario's voor ze zich wil vastleggen op één locatie.
Ik ben het met Van Twist eens dat uit het huidige beleid van het Scheepvaartmuseum weinig bewondering voor de collectie blijkt. Een bezoek bestaat grotendeels uit een donkere, slecht verlichte helletocht met gillende kinderen om je heen. Een lichte, open opstelling zoals in het Rijksmuseum zou volgens mij de tentoongestelde objecten veel meer recht doen. Een mooi voorbeeld is het model van de William Rex dat daar vrij in de ruimte op een simpele brede sokkel staat te stralen. (Zie de foto's hieronder met eerst de William Rex in het Rijksmuseum en vervolgens de rommelige, slecht verlichte opstelling in het Scheepvaartmuseum)
Daarnaast zou een samenwerking met het Amsterdam Museum een heel logische stap zijn. Het Marineterrein als nieuwe (extra) locatie ligt dan voor de hand.



Hieronder het opiniestuk van Van Twist en een interview met onder andere Kiers uit NRC waarin ze reageert op het voorstel van Van Twist.

Creëer Museumkwartier aan het IJ waar het begon

OPINIE - Volkskrant 23-12-2015
Museum Amsterdam en Scheepvaartmuseum samen aan het IJ bieden een mooie kans het dna van Amsterdam te beleven.
Door: Kees Van Twist, oud-directeur Groninger Museum, bestuurder Ned. Museum Vereniging

Met de benoeming van Judikje Kiers als de nieuwe directeur van het Amsterdam Museum zijn twee felicitaties op hun plaats. Allereerst een felicitatie aan het adres van Judikje Kiers zelf. Haar wordt een bijzondere uitdaging geboden te gaan werken aan het vinden van een nieuwe locatie voor het Amsterdam Museum. Het kruip-door-sluip-doormuseum ingeklemd tussen Kalverstraat en Nieuwezijds Voorburgwal is toe aan een betere locatie. Niet voor niets zijn de schuttersstukken tijdelijk ondergebracht bij de Hermitage aan de Amstel.
Het mooiste is natuurlijk om dat dan op een plek te tonen waar de geschiedenis van Amsterdam als zeevarende natie ook werkelijk begon
De gemeente Amsterdam mag zichzelf feliciteren. Met de benoeming van Judikje Kiers heeft zij een directeur gevonden die echt een museumvrouw is, die houdt van musea, kennis heeft van museumcollecties en van de geschiedenis van Amsterdam. De benoeming en de opdracht die haar zijn gegeven, bieden een uitgelezen kans om het complete verhaal van de Gouden Eeuw en de ontwikkeling van Amsterdam vorm te geven in een nieuwe omgeving.
Vorige week kondigde de directeur van het Scheepvaartmuseum haar vertrek aan. Na een grootscheepse verbouwing en een aanvankelijk succes zal na een teruggang in de bezoekersaantallen een gedegen heroriëntatie op de invulling van dit museum aan de orde moeten zijn. Een heroriëntatie die naar ik hoop meer recht zal doen aan de collectie van het Scheepvaartmuseum en aan de betekenis van de haven en de zeevaart voor de ontwikkeling van de stad Amsterdam.
Dat pleit er voor om de ontwikkeling van beide musea in samenhang te bezien. We kennen inmiddels het kunstkwartier rond het Museumplein met het Stedelijk Museum, het Van Gogh en het Rijksmuseum, en er wordt gewerkt aan de versterking en samenwerking van de instellingen binnen het Joods Cultureel Kwartier, met het Joods Historisch Museum, de Portugees-Israelische Synagoge en het indrukwekkende monument van de Hollandsche Schouwburg.
Verrijking van cultureel aanbod
Wat zou het een verrijking van het culturele aanbod in Amsterdam kunnen zijn wanneer ook het verhaal van de ontwikkeling van de stad Amsterdam, met de daarbij zo belangrijke betekenis van de haven en de zeevaart, als een geheel getoond zou gaan worden. Met bijzondere aandacht voor de Gouden Eeuw.
Het mooiste is natuurlijk om dat dan op een plek te tonen waar de geschiedenis van Amsterdam als zeevarende natie ook werkelijk begon, namelijk aan het IJ. In of naast het gebouw waar ooit de zeelieden en de kooplieden van Amsterdam vertrokken, vanuit 's lands zeemagazijn, in 1656 gebouwd door Daniel Stalpaert. Op diezelfde plek was jarenlang het Marine-etablissement gevestigd, maar dat is inmiddels verdwenen en er wordt nu nagedacht over een herbestemming van deze locatie met meer en minder historische panden.
Het ontwikkelen van een Museumkwartier aan het IJ zou bovendien aan de behoefte tegemoet gekomen om de nog steeds toenemende toeristenstroom naar Amsterdam beter te verdelen over de verschillende buurten. Samenhang en de directe nabijheid, en mischien wel samenvoeging van het Museum Amsterdam en het Scheepvaartmuseum op een logische en aantrekkelijke plek voor toeristen, bieden een mooie kans het dna van Amsterdam op een bijzondere manier te beleven.
Feestlocatie
Ook biedt het de mogelijkheid voor het Scheepvaartmuseum om zijn imago als feestlocatie bij te stellen, en zich als het centrum te tonen waar de rol van Amsterdam in de wereld wordt bestudeerd en gepresenteerd en waar ook het bedrijfsleven in Amsterdam zich graag toont aan de wereld, staande in de traditie en geschiedenis waar het ooit als zeevarende natie groot door is geworden. En wellicht, wellicht kan dan ook het dak eraf, het glazen plafond van het huidige Scheepvaartmuseum, zodat de elementen wind, zon en regen weer vrij spel kunnen krijgen.
Onder de voortvarende leiding van de nieuwe directeur van het Amsterdam Museum, die bewezen heeft met haar museum Ons' Lieve Heer op Solder dat ze zowel van musea als van Amsterdam houdt, kan een Museumkwartier aan het IJ, een nieuw 'museum van de Gouden Eeuw', waarin het Scheepvaartmuseum en het Amsterdam Museum sterk met elkaar zijn verbonden, een mooie en succesvolle toevoeging zijn aan het museale aanbod in de stad.

---------------------------------------------------------------------------------------

Van Amsterdam Museum naar Berlijn
NRC 14-1-2016 Door: Claudia Kammer

Interview Paul Spies en Judikje Kiers Paul Spies, directeur van het Amsterdam Museum, gaat zes stadsmusea in Berlijn leiden. Zijn opvolgster in Amsterdam krijgt ook een pittige klus: een nieuwe locatie zoeken voor het museum.

Hoe kan het dat de directeur van het Amsterdam Museum naar Duitsland wordt gehaald om daar leiding te gaan geven aan vijf Berlijnse stadsmusea en een zesde dat nog gebouwd moet worden? Paul Spies was zelf ook „best even verrast” toen hij het telefoontje kreeg waarmee hem werd gevraagd op deze baan te solliciteren. Maar hij wil ook niet al te bescheiden zijn. Hij weet wel waarom ze juist hém wilden hebben. „Dat komt door onze tentoonstelling Amsterdam DNA, waar bezoekers in drie kwartier kunnen zien wat de succesfactoren van deze stad zijn.”
Toen Spies zeven jaar geleden aantrad bij het museum zei hij meteen dat er „IKEA-shortcuts” in de looproute moesten komen. Hij had er al eerder als freelancer tentoonstellingen ingericht en daarbij was hem één ding duidelijk geworden: „Toeristen die naar Amsterdam komen, willen in korte tijd een heleboel dingen doen, die hebben geen zin om urenlang door een museum te lopen en alle tekstbordjes te lezen.”
Spies liet een snelle route ontwikkelen waarbij vier thema’s, het ‘DNA’ van Amsterdam, de rode draad vormen: ondernemerschap, vrijdenken, creativiteit en burgerschap. De bezoekcijfers, die altijd onder de 200.000 lagen, gingen omhoog. Afgelopen jaar kwamen er 222.000 bezoekers. Daarnaast gingen 205.000 mensen kijken naar de groepsportretten uit de Gouden Eeuw die het Amsterdam Museum tot 2017 tentoonstelt in de Hermitage.
En daarom willen ze hem nu in Berlijn. Een van zijn belangrijkste opdrachten wordt daar het inrichten van 4.500 meter tentoonstellingsruimte in het Humboldt Forum, een prestigieus herbouwproject van het in 1950 gesloopte Berliner Stadtschloss. In het nieuwe complex worden zes instellingen gevestigd, waaronder vier musea. Over vier jaar moet het heropenen; Spies heeft een half jaar de tijd om een plan te ontwikkelen voor ‘zijn’ verdieping.
Eén-op-één de formule uit Amsterdam kopiëren is hij niet van plan. „Ik wil die ruimte gebruiken om de rol van Berlijn in de wereldgeschiedenis te laten zien. Het Humboldt Forum wordt niet voor niets genoemd naar de ontdekkingsreiziger Alexander von Humboldt. Onze verdieping kan de brug vormen tussen de tentoonstelling op de begane grond, over de geschiedenis van het stadspaleis, en de twee volkenkundige musea op de bovenverdiepingen. De brug tussen Berlijn en de wereld, zogezegd.”
Hij denkt dat Neil McGregor, de directeur van het British Museum die net naar Berlijn is gehaald om de samenwerking binnen het Humboldt Forum in goede banen te leiden, blij zal zijn met zijn aanbod. „Elke van de betrokken instituten heeft nu zijn eigen plan voor de inrichting. Hij is aangesteld als intendant om daar meer samenhang in te brengen.”
In Duitsland moet Spies meer rekening houden met de wensen van de politiek dan in Nederland. Het telefoontje dat hem naar Berlijn haalde, kwam van de staatssecretaris van cultuur van de deelstaat Berlijn, Tim Renner. Die zit ook in de raad van toezicht. „Ik maak daar wel eens opmerkingen over, zo van: Tim, in Nederland kan dat helemaal niet. Wij hebben cultural governance. Jullie moeten daar nog wel een keer over nadenken. Aan de andere kant: het grote voordeel is dat politici in Duitsland alleen maar méér geld aan cultuur willen besteden. Ik heb twee weken na mijn benoeming 65 miljoen euro gekregen om het Märkisches Museum te verbouwen.”
Verwaarloosd stadsmuseum
Dat is Spies’ andere grote klus in Berlijn: de verbouwing van dit verwaarloosde Berlijnse stadsmuseum en het daarbij horende Marinehaus. Hij keert zich naar Judikje Kiers, de directeur van Museum Ons’ Lieve Heer op Solder en het Bijbels Museum, zijn opvolgster in Amsterdam. Ze is tijdens het gesprek binnengekomen in zijn werkkamer en aangeschoven aan tafel. Dat was de afspraak, want dan kon Spies eerst vertellen over Berlijn. „Hoeveel heeft jouw verbouwing gekost?”, vraagt Spies aan haar.
In september heropende Ons’ Lieve Heer op Solder, een zeventiende-eeuws woonhuis met op zolder een katholieke schuilkerk, na een verbouwing van zes jaar. „Dat kostte 11 miljoen euro”, zegt Kiers.
„Ja, die 65 miljoen euro die ik krijg in Berlijn is niet mis”, zegt Spies. „Maar dat Marinehaus kun je beter Ruïnehaus noemen. Daar moet echt heel wat aan vertimmerd worden. En het Märkisches Museum is heel erg verouderd, dat heeft geeneens een klimaatinstallatie.”
Wat hij in elk geval snel wil veranderen is de naam van het Märkisches Museum. „Ik heb bij mijn sollicitatiegesprek gezegd: welke toerist weet nou dat dit het historisch museum van Berlijn is?” Hoe het dan wel moet heten, weet hij nog niet. ‘Historisch’ is ook geen woord waarmee je toeristen trekt, vindt hij.
In Amsterdam doopte hij het Amsterdams Historisch Museum per 2011 om in Amsterdam Museum. „Maar dat blijkt toch ook weer een nadeel te hebben”, weet hij nu. „Het museum wordt zelfs door Nederlanders het ‘emsterdem mjoesiejum’ genoemd. Het heeft het imago van een toeristenmuseum. Nederlandse bezoekers weten ons niet genoeg te vinden. Dat heeft ook met de ligging te maken, verborgen tussen de Nieuwezijds Voorburgwal en de Kalverstraat. De verdubbeling van ons bezoekersaantal door de tentoonstelling in de Hermitage bewijst dat de locatie echt uitmaakt. Die groepsportretten hadden we ook al hier laten zien. Maar toen kwamen er veel minder bezoekers. Het had hier gewoon geen smoel, het gebouw is te krap.”
De Amsterdamse Kunstraad deed eind 2014 de aanbeveling aan de gemeente om het museum te verhuizen naar een gebouw waar de collectie beter tot haar recht komt. De wethouder cultuur, Kajsa Ollongren, heeft het advies overgenomen. Judikje Kiers begint haar directeurschap dus ook met een flinke klus.
Spies en zijn staf hebben samen twee scenario’s voor de verhuizing bedacht. In het ene krijgt het museum één nieuw gebouw met drie ingangen, voor elke doelgroep één: de toeristen, de museumkaarthouders en de Amsterdammer met ‘museumvrees’. „Dan kun je voor elke doelgroep presentaties op maat inrichten”, zegt Spies.
In het tweede scenario blijft DNA, de toeristentrekpleister, in het Burgerweeshuis zitten, en wordt voor de rest van de collectie een nieuw gebouw gezocht. Daarnaast moet het museum zoveel mogelijk ‘de wijk in’, om de Amsterdammers te bereiken die zelf niet naar het museum gaan. Het museum experimenteert daar nu al mee door af en toe tentoonstellingen in te richten in culturele centra in de wijken. „Ik heb al veel gebouwen aangeboden gekregen, zoals het gebouw waar eerst Energetica, het museum voor techniek en energie, in zat”, zegt Kiers. „Maar het lijkt me de verkeerde volgorde om eerst voor een gebouw te kiezen en dan te bedenken wat we daarin gaan doen.”
Scheepvaartmuseum
Wat vindt Kiers van het voorstel van Kees van Twist, de oud-directeur van het Groninger Museum? Hij stelt voor om een nieuwe Museumkwartier te ontwikkelen op het marineterrein aan de Kattenburgerstraat. Het Amsterdam Museum zou daar in zijn visie moeten worden samengevoegd met het Scheepvaartmuseum. „Wat ik meteen heb gemerkt, is dat iedereen wel een idee heeft over de verhuizing”, zegt Kiers. „Ik ga er vanaf maart fris naar kijken. Eerst moeten we een programma van eisen schrijven. Er is ook nog geen budget, of een tijdpad. Helemaal niks, behalve een aantal denkrichtingen.”
Zelf ziet zij het stadsmuseum van de toekomst vooral als een „netwerk over de stad heen”. Daarom wil ze de huidige locatie niet opgeven als er een nieuw pand wordt gevonden. „Het Burgerweeshuis maakt deel uit van de parelketting van verhalen die wij door de stad rijgen.”
Bij die ‘parels’ hoort ook Museum Willet-Holthuysen, een zeventiende-eeuws grachtenpand waarin het Amsterdam Museum de geschiedenis laat zien van een verzamelaarsechtpaar dat er in de negentiende eeuw woonde. Een andere parel is het Cromhouthuis, waarin op de bovenverdieping het Bijbels Museum is gevestigd. In dit grachtenpand wordt op de lagere verdiepingen met collectiestukken van het Amsterdam Museum het verhaal verteld van de invloedrijke Amsterdamse familie Cromhout.
Opgeteld bestierden Spies en Kiers de afgelopen jaren samen vijf musea. „Sinds 2010 werken we intensief samen onder de naam Amsterdam Heritage Museums”, zegt Kiers. „Onder die paraplu dienen we ook één gezamenlijke subsidieaanvraag in bij de gemeente.” Zou het dan niet logisch zijn als zij directeur werd van alle vijf de musea tegelijk? Zij kent ze tenslotte als geen ander.
„Ik ga er niet over”, zegt Kiers. „Het is aan de besturen van de musea en de raad van toezicht van het Amsterdam Museum om daar een zorgvuldige afweging in te maken. Voor Ons’ Lieve Heer op Solder en het Bijbels Museum is het ook belangrijk de eigen identiteit te koesteren. Heb je daar een eigen directeur voor nodig of niet, dat is de vraag waar zij zich nu op moeten beraden.”


Foto William Rex: Kees Kaldenbach

zaterdag 5 december 2015

Werving en Selectie Defensie blijft op Marineterrein Amsterdam ; Koninklijke Marechaussee vertrekt

Update 9-12-2015:
De marechaussee blijkt zelfs geheel te verdwijnen van het Marineterrein. DCWS heeft dus binnenkort het gehele gebouw voor zichzelf. Uit de Voortgangsrapportage Vastgoed Defensie, zoals vastgelegd voor de Tweede Kamer:
In de plannen voor het MEA zou Defensie nog aanwezig blijven in de vorm van de staf van District West van de Koninklijke Marechaussee (KMar). Door de invoering van informatiegestuurd optreden is dit gebouw echter niet langer nodig voor de KMar. In het kader van nationale taken en de maatschappelijke verankering van de krijgsmacht, blijft een aanwezigheid van Defensie in de hoofdstad van belang. Daarom is besloten om het Dienstencentrum Werving en Selectie (DCWS), dat nu elders op het MEA is ondergebracht, in het KMar-gebouw te huisvesten. DCWS heeft een groot ruimtebeslag en kan daarom niet zonder kostbare en tijdrovende nieuwbouw elders worden ondergebracht. Hiervoor is wel een verbouwing van het KMar-gebouw nodig. 


Artikel op Defensie.nl (4-12-2015):
Defensieaanwezigheid hoofdstad
Defensie blijft toch in de hoofdstad aanwezig. Dit in het kader van nationale taken en de maatschappelijke verankering van de krijgsmacht. Het gebouw van het District West van de marechaussee op het Marine Etablissement Amsterdam wordt aangepast voor gebruik door het Dienstencentrum Werving en Selectie (DCWS). Hiermee wordt ook kostbare en tijdrovende nieuwbouw voor DCWS vermeden.




Gebouw District West Koninklijke Marechaussee aan de Kattenburgerstraat


zaterdag 3 oktober 2015

Hengelo Bier gebrouwen op Marineterrein

Twente op het Marineterrein. Dat is wat we binnenkort kunnen verwachten. In de microbrouwerij in Pension Homeland (Homeland Brew) zal namelijk niet alleen hun eigen PSU-bier worden gebrouwen (15 oktober klaar), maar ook Hengelo Bier.
De eigenaar van deze merknaam, Herbert Capelle, was al enige tijd op zoek naar een plek om het bier weer nieuw leven in te blazen, en vond deze in Amsterdam. Er was een complete verhuizing van een in onbruik geraakte brouwinstallatie uit Duitsland voor nodig, maar als het goed is kunnen we aan het einde van het jaar een speciaalbier met de naam Hengelo bier verwachten.
Zie hieronder een artikel uit de Twentsche Courant over de plannen.



En wéér is Hengelo Bier terug

Datum: 01-10-2015
Bron: De Twentsche Courant Tubantia

De microbrouwerij staat in Amsterdam, maar de ingrediënten komen uit deze regio. En de hop zelfs uit Hengelo. 

HENGELO/AMSTERDAM 

Hengelo Bier is over enkele maanden weer terug. Het is de derde comeback. Maar nu niet meer als pils. Eind dit jaar komt er een bijzonder type 'eindejaarsbier' op de markt. En dat wil Hengeloër Herbert Capelle voortaan elk jaar herhalen. Met grondstoffen uit deze regio, waaronder hop uit Hengelo. De 'nieuwe' brouwerij staat in Amsterdam en gaat ambachtelijke biertjes produceren, op een steenworp afstand van het Scheepvaartmuseum. Capelle is de brandmanager: de man die verantwoordelijk is voor de merkontwikkeling. 
De brouwinstallatie komt uit Gronau en was onderdeel van het oude stadsbrouwcafé Dinkellager. Een microbrouwerij, met een capaciteit van duizend liter. Capelle ontdekte de niet meer in gebruik zijnde brouwerij al in 2010. "Verwaarloosd, helemaal onder de duivenpoep, de elementen hadden er vrij spel." Zijn interesse was echter meteen gewekt en hij stapte naar de eigenaar. "Ik heb hem 10.000 euro geboden, maar hij wilde er 100.000 euro voor hebben." De koop ging dus niet door. Later ontmoette hij Joost Carlier, via een sponsorcontract van Hengelo Bier. Carlier was vroeger manager van Normaal en organisator van het Lochem Festival. In 2010 verkocht hij zijn evenementenbureau LOC7000 om investeringmaatschappij Cloese Holding op te richten. En Carlier vond het wel interessant om in zo'n brouwerijtje te investeren. 
Begin dit jaar stapten de twee weer naar de eigenaar in Gronau, met een nieuw bod. Capelle: "Dat lag ook aanzienlijk lager dan zijn vraagprijs. Maar hij heeft het uiteindelijk wel geaccepteerd." De installatie werd gedemonteerd en naar Amsterdam vervoerd, naar het Marineterrein, waar het in juli weer in elkaar werd gezet en opgeknapt. Eerst had Capelle nog locaties in en rond Hengelo bekeken. "Maar die gingen te veel kosten. Dat zou aanzienlijke investeringen vergen." Het werd dus Amsterdam. Carlier kende de exploitant van hotel Pension Homeland op het Marineterrein, die graag een microbrouwerij bij het restaurant wilde. De installatie is er klaar voor, volgende week begint het proefbrouwen. "Het worden speciaalbieren. Bovengistend, licht doordrinkbaar", meldt brandmanager Capelle. De rode draad: het traditionele eindejaarsbiertje. Hengelo Bier. Nooit hetzelfde, elk jaar een andere receptuur. En geen pils. "Een eenmalige editie: op is op. Duizend liter." En te koop bij de Hengelose slijterijen. 
Capelle is nog altijd eigenaar van het merk, dat hij twee keer op de markt probeerde te zetten, in 2007 en 2010. "Het wordt me nog vaak gevraagd wanneer Hengelo Bier terugkomt. Het bleek vooral goed te lopen als kadootje." Vandaar dat hij het Hengelose speciaalbier uit Amsterdam rond de feestdagen wil presenteren. De receptuur ligt nog niet vast. De hop komt in elk geval uit Hengelo. Langs de spoorlijn in Hengelo Zuid groeit genoeg, heeft Capelle al gezien. Hij is al wezen plukken.
Foto: Herbert Capelle bij de microbrouwerij in Amsterdam. (Michel Beskers)