Deze week doet Neelie Kroes in Vrij Nederland uit de doeken waarom ze het Marineterrein enkele maanden geleden verliet. Het voldeed volgens Kroes (ambassadeur van StartupDelta) niet aan de verwachtingen als broedplaats voor startups. Ze voelde zich geïsoleerd. Misschien dat die vermaledijde muur toch een keer tegen de grond moet?
VRIJ NEDERLAND 11-2-2016
ZE IS AMBASSADEUR VOOR START-UPS in Nederland. Neelie Kroes is dan ook de ideale juryvoorzitter voor de verkiezing van de Radicale Vernieuwers van 2015. ‘Ik stel met vreugde vast dat het bij ons niet om eendagsvliegen gaat.’
NEELIE KROES IS EEN OPVALLENDE VERSCHIJNING IN DE HIPPE EN DYNAMISCHE WERELD van de start-ups. Gekleed in een onberispelijk, beige gebreid mantelpakje stapt de 74-jarige oud-VVD-politica en -eurocommissaris het Amsterdamse kantorencomplex Spaces binnen. Hier hebben allerlei startende ondernemingen, maar ook meer gevestigde start-ups als Booking.com en Uber, hun intrek genomen.‘Welcome home, oops, we meant welcome to work!’ staat op de glazen buitendeur van het voormalige bankgebouw. De grote hal beneden is ingericht met comfortbele zithoekjes, ruime leestafels en een koffiebarretje. Overal zitten groepjes jonge ondernemers met elkaar te praten en druk te bellen.
Kroes neemt de trap naar de eerste verdieping, naar haar werkkamer bij StartupDelta. Toen ze vorig jaar als ambassadeur begon aan haar taak om Nederland meer op de kaart te zetten als walhalla voor start-ups, streek ze in eerste instantie met haar team neer op het voormalige Marineterrein, achter het Amsterdamse Scheepvaartmuseum.
Het idee was de talloze gangen en kamers van het oude Poortgebouw om te toveren tot een bruisende broedplaats van nationale en buitenlandse start-ups. Maar dat plan bleek met alle nodige verbouwingen en vergunningsaanvragen te ambitieus. Kroes, aangekomen in haar werkkamer: ‘We voelden ons geïsoleerd van de buitenwereld. Het grootste aantal bezoekers dat ik daar heb gezien, was een groep van zestig ouderen achter een rollator.’ Hard lachend: ‘Zij kwamen duidelijk niet voor ons, maar voor een rondleiding over het kazerneterrein.’ [...]