Marineterrein Amsterdam

Een onafhankelijk blog van een Kattenburger over de herontwikkeling van het Marineterrein Amsterdam. Van een gesloten enclave naar een plek voor iedereen. Blog Marineterrein gaat door als marinekwartier.com

Posts tonen met het label vastgoed. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vastgoed. Alle posts tonen

dinsdag 11 juni 2019

Woordvoerder Defensie: Marineterrein Amsterdam blijft grotendeels van de krijgsmacht



Terrein grotendeels behouden
Uit een artikel in het Algemeen Dagblad blijkt dat Defensie van plan is het Marineterrein Amsterdam grotendeels voor eigen gebruik te behouden. Dit terwijl er nog onderhandelingen met de gemeente lopen over de weigering van de krijgsmacht het terrein, zoals eerder is afgesproken, aan Amsterdam te verkopen. Of dit betekent dat de nu al openbare gedeeltes weer afgesloten gaan worden is niet duidelijk. 

Foutje of strategie?
Woordvoerders van Defensie hebben het echter wel vaker fout (ook richting hun eigen mensen is het ministerie niet altijd transparant), dus wellicht is er sprake van een misverstand. Of het is onderdeel van een communicatiecampagne om het publiek langzaam klaar te maken voor de totale terugname van het terrein. 

Het artikel in het AD (7 juni 2019) gaat voornamelijk over de verkoop van de PWA-kazerne te Gouda:

[...]

"De voormalige PWA-kazerne aan de Groen van Prinstersingel in Gouda is vandaag in verkoop gegaan. Partijen die aan de voorwaarden voldoen kunnen tot 29 november reageren op de openbare inschrijving.

Uiterlijk 1 maart 2020 maakt het Rijksvastgoedbedrijf bekend wie het voormalige complex, 13.700 vierkante meter groot, mag kopen. Het begin van de verkoop werd in mei een maand opgeschoven. Dit omdat het Ministerie van Defensie nog wilde overleggen over het verkooptraject.

Defensie hield de noodzaak om de voormalige PWA-kazerne in Gouda te verkopen eerder nog eens tegen het licht. Een woordvoerder: ,,Nu we financieel gezien weer wat ruimer zitten, hebben we gekeken of keuzes uit het verleden, over afstoten van panden, wel handig waren. Andere complexen behouden we wel, zoals de marinekazerne in Amsterdam. Daar blijven we wel grotendeels." "

[...]

foto: Hans Mauer, copyright NIMH

woensdag 29 mei 2019

Nieuw short-stay-hotel geopend op Marineterrein



Short Stay
In gebouw 025 (naast de fitness-tuin) is begin april een nieuwe short-stay-locatie geopend. Het gaat om een nevenvestiging van Pension Homeland, dat al vanaf het begin van de transformatie van het terrein een geweldige aanwinst is voor de buurt.

Leegstand
Gebouw 025 heeft gek genoeg lang leeg gestaan. In juli 2016 werden er door Rijksvastgoed bij de al aanwezige organisaties op het terrein ideeën opgehaald voor een nieuwe bestemming. In december van datzelfde jaar had men een huurder gevonden: The Startup Orgy (TSO). Zij wilden er een startup-walhalla van maken met werkplekken, een restaurant en appartementen.
Uiteindelijk is dit niet van de grond gekomen en nam Pension Homeland het stokje over.

Short / Extended / Serviced
De naamgeving van het soort verhuur heeft wat voeten in de aarde gehad. In eerste instantie sprak men van 'short stay', daarna van 'extended stay', en nu worden te verhuren appartementen en kamers 'serviced apartments' genoemd. Po-tay-to po-tah-to... Het heeft allemaal te maken met de verhuurtermijnen. Iets wat de kamers onderscheidt van hotelkamers of 'echte' woningen.

Vintage
De kamers zijn net als in Pension Homeland lekker vintage ingericht. Met schilderijen van de vorig jaar overleden acteur en schilder Cor van Rijn. Het oogt allemaal zeer smaakvol en origineel.
Van de website:
In "Van Rijn" zijn 21 kamers en 4 appartementen beschikbaar voor een langere verblijfsduur.
Expats, studenten, academici, stagiaires, wetenschappers, professionelen en vakantiegangers zijn hier welkom voor een periode van 7 tot 180 nachten.
De kamers zijn voor eenpersoons gebruik. Een tweede gast is welkom in overleg. De appartementen zijn ingericht voor tweepersoons gebruik.






Foto's Pension Homeland

woensdag 22 mei 2019

Minister Bijleveld weigert opnieuw toelichting op aanhouden Marineterrein

Het antwoord dat je wist dat zou komen
Gisteren -de timing is slim gekozen: tussen de presentatie van een nieuwe CDA-fractievoorzitter en het ontslag van een VVD-staatssecretaris- kwam er dan eindelijk de lang verwachte beantwoordingsbrief van de minister van Defensie.
Eind maart werd via een WOB-verzoek duidelijk dat de argumenten die het Ministerie van Defensie aan de Tweede Kamer gaf om toch op het Marineterrein te blijven totaal geen hout snijden. Ook Het Parool berichtte over de kwestie. Kamerlid Belhaj van D66 vroeg onmiddellijk een Kamerdebat aan.
Zij werd hierin gesteund door verschillende partijen, maar de coalitiepartners van D66 wensten dit verzoek niet in te willigen en namen voorlopig genoegen met het aanvragen van een brief bij minister Bijleveld.


Verschillende adviezen
Het antwoord op die brief kwam er nu dus eindelijk, maar stemt niet echt tot tevredenheid.
De zeer summiere argumentatie uit een eerdere Kamerbrief wordt herhaald, maar niet -zoals door de Kamer gevraagd- nader toegelicht.
Bijleveld wijst er verder op dat er altijd verschillende ambtelijke adviezen worden uitgebracht en dat, zoals ook in dit geval, de inhoud daarvan sterk uiteen kan lopen.
Een dooddoener. Het lijkt me dat je de Kamer dan ook verteld waarom een bepaald advies de doorslag heeft gegeven.
Enige motivatie voor het vastgoed-argument wordt niet gegeven. Uitleg over de volgens Defensie verergerde veiligheidsrisico's in het centrum van Amsterdam evenmin.

Alternatieven
Daarnaast blijft de minister de door Amsterdam aangedragen alternatieven voor een plek in de hoofdstad negeren. De beantwoordingsbrief rept hier met geen woord over.

"Besluit is genomen"
Bijleveld zet met deze brief duidelijk de hakken nog verder in het zand. Ze schrijft: "Op grond van een zorgvuldige afweging van de verschillende argumenten heb ik een besluit genomen [...] Zodra de gezamenlijke planvorming voldoende is uitgekristalliseerd, zal ik u ook informeren over de financiële consequenties die dit mogelijk heeft voor de defensiebegroting."
Ze denkt hiermee de motie van Kamerlid Belhaj uit te voeren, maar deze eist ook nadrukkelijk uitleg over nut en noodzaak. Ik ga ervan uit dat de ondertekenaars van deze motie de minister hier alsnog aan gaan houden.

Hieronder de complete brief:

21-5-2019

Hierbij reageer ik op de vraag die tijdens het ordedebat van 26 maart jl. door het lid Belhaj (D66) is gesteld over wat ik heb aangegeven over het Marineterrein in Amsterdam en wat in de stukken staat die Defensie in antwoord op het WOB-verzoek van 25 augustus 2018 openbaar heeft gemaakt (Kenmerk 2019Z05881). 
Hiermee beantwoord ik ook het verzoek van de VCD uit uw brief van 16 mei jl. (Kenmerk 1029D19933).

Op 5 december 2013 is de bestuursovereenkomst gesloten voor de ontwikkeling van het ‘Marineterrein Amsterdam’. De overeenkomst voorzag in een gefaseerde terugtrekking van Defensie van het terrein, met uitzondering van de hoek waar de Koninklijke Marechaussee gehuisvest was. Nadat de marechaussee vanwege een reorganisatie geen behoefte meer had aan deze locatie, werd besloten dat het Dienstencentrum Personeelslogistiek in Amsterdam zou blijven. Onder het huidige kabinet is voor een andere koers gekozen. In de Defensienota 2018 is aangekondigd dat een aantal defensielocaties alsnog werd opengehouden en dat voor enkele andere locaties nog onderzoek gaande was. De belangrijkste overwegingen voor die nieuwe koers voor het Marineterrein Amsterdam heb ik vervolgens uiteengezet in mijn Kamerbrief van 11 juli 2018 (Kamerstuk 33 763, nr. 143). In de eerste plaats is de veiligheidssituatie veranderd en zijn er voor Defensie zwaarwegende redenen om een groter deel van het complex dan oorspronkelijk voorzien te behouden. In de tweede plaats wil Defensie zichtbaar aanwezig blijven in de hoofdstad, waarbij de kazerne ook een belangrijke locatie is om de grote opgave op het gebied van werving en selectie te kunnen verwezenlijken.

Na de heroverweging is het overleg begonnen tussen Defensie, de Gemeente Amsterdam, het Rijksvastgoedbedrijf en de Rijksbouwmeester om gezamenlijk het Marineterrein verder te ontwikkelen.

Dat er in de loop der tijd hierover verschillende en ook inhoudelijk afwijkende ambtelijke adviezen zijn uitgebracht, is een gebruikelijk verschijnsel in het politiek-bestuurlijke afwegingsproces. Ook de stukken die wegens dit WOB-verzoek openbaar zijn gemaakt lopen qua inhoud sterk uiteen: sommige pleiten – op sterk uiteenlopende gronden - vóór het behoud van een deel van het terrein, andere daartegen.

Op grond van een zorgvuldige afweging van de verschillende argumenten heb ik een besluit genomen en heb ik u vervolgens geïnformeerd over dat besluit en de achtergronden daarvan. Zodra de gezamenlijke planvorming voldoende is uitgekristalliseerd, zal ik u ook informeren over de financiële consequenties die dit mogelijk heeft voor de defensiebegroting. Ik ga dan ook graag met uw Kamer in gesprek, mede in het licht van de aangenomen motie van het lid Belhaj (Kamerstuk 35 000 X, nr. 58). Voor nu hoop ik uw Kamer voldoende te hebben geïnformeerd.

DE MINISTER VAN DEFENSIE

Drs. A.Th.B. Bijleveld-Schouten



donderdag 25 april 2019

Minister van Defensie Bijleveld stelt beantwoording vragen over Marineterrein wederom uit

Tweede Kamer wil opheldering
Eind maart werd via een WOB-verzoek duidelijk dat de argumenten die het Ministerie van Defensie aan de Tweede Kamer gaf om toch op het Marineterrein te blijven totaal geen hout snijden. Ook Het Parool berichtte over de kwestie. Kamerlid Belhaj van D66 vroeg onmiddellijk een Kamerdebat aan.
Zij werd hierin gesteund door verschillende partijen, maar de coalitiepartners van D66 wensten dit verzoek niet in te willigen en namen voorlopig genoegen met het aanvragen van een brief bij minister Bijleveld.


Uitstelbriefje
Gisteren (24 april 2019) kwam (na een maand!) het antwoord van het kabinet. Dat wil zeggen een brief. Een uitstelbrief... Uitstelbriefje...
Na een eerdere motie om meer informatie naast zich neer te hebben gelegd, blijkt minister Bijleveld opnieuw geen haast te maken met het informeren van de Kamer.

Hieronder het briefje:




UPDATE 20 mei 2019

Vaste Kamercommissie Defensie
Vorige week (16 mei 2019) toonde de Vaste Kamercommissie Defensie haar ongeduld in deze zaak en vroeg de minister via een brief wanneer ze haar stilzwijgen denkt te gaan doorbreken.

Hieronder de brief:



zondag 14 april 2019

VVD, CDA en ChristenUnie blokkeren (voorlopig) een Tweede Kamerdebat over achtergehouden documenten Marineterrein


Kamerlid Van Kooten-Arissen (PvdD) stemt voor een debat en Voordewind (CU) stemt tegen

Drie weken geleden werd via een WOB-verzoek duidelijk dat de argumenten die het Ministerie van Defensie aan de Tweede Kamer gaf om toch op het Marineterrein te blijven totaal geen hout snijden. Ook Het Parool berichtte over de kwestie. Kamerlid Belhaj van D66 vroeg onmiddellijk een Kamerdebat aan.
Zij werd hierin gesteund door verschillende partijen, maar de coalitiepartners van D66 wensten dit verzoek niet in te willigen en nemen voorlopig genoegen met het aanvragen van een brief bij minister Bijleveld. Dit was natuurlijk te verwachten, maar wellicht komt het later nog van een debat.

Hieronder een verslag van de regeling van werkzaamheden op 26 maart waarin duidelijk wordt dat VVD, CDA en ChristenUnie voorlopig tegen een debat zijn:


Mevrouw Belhaj (D66):
Voorzitter, dank. Ik doe een verzoek bij de regeling van werkzaamheden naar aanleiding van wat stukken die vrijgekomen zijn bij een WOB-verzoek over het marineterrein in Amsterdam. 
Wat schetst mijn verbazing? In al die stukken wordt klip-en-klaar uitgelegd waarom het opschorten van de verkoop van het marineterrein van Defensie aan Amsterdam geen hout snijdt. Geen enkel argument blijft overeind.

De voorzitter:

Dus?

Mevrouw Belhaj (D66):

Dat vind ik niet zo fijn, voorzitter.

De voorzitter:

Oké.

Mevrouw Belhaj (D66):

Dat is de "dus". Daarom denk ik dat er een noodzaak is om een debat aan te vragen, zodat volstrekte helderheid kan worden gegeven hoe er zo veel verschil kan zijn tussen datgene wat de minister heeft aangegeven en datgene wat in al die stukken staat van het ministerie van Defensie.

De heer Bosman (VVD):

Voorzitter. Ik denk dat het verstandig is als het ministerie duidelijkheid geeft in een brief. Ik vind het wel een beetje jammer — dat zeg ik ter ondersteuning van collega Belhaj — dat de Kamer hier verschillende keren over gesproken heeft en dat het ministerie van Defensie de stukken, die toch bekend zijn, niet proactief richting de Kamer heeft gestuurd. Als dat nog erbij zou kunnen, zou dat helder zijn. In ieder geval een brief. Daarna kijken we of er een debat nodig is.

De voorzitter:

Dus voorlopig geen steun.

De heer Bosman (VVD):

Nog geen steun.

De heer Kerstens (PvdA):

Voorzitter. Steun voor een brief, maar ook voor de debataanvraag.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Dat geldt precies hetzelfde voor GroenLinks, mevrouw de voorzitter. Een brief én debat.

De heer Laçin (SP):

Daar kan ik me ook bij aansluiten. Steun voor het debat.

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Geen steun voor het debat, maar wel voor een brief met een duidelijke uitleg over de documenten en hoe die zich verhouden tot de eerdere informatie die we vanuit het ministerie hebben gekregen.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik zou eerst uitleg willen hebben van de minister van Defensie. Dan wil ik bekijken of we een debat steunen.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (PvdD):

Steun voor het verzoek, voorzitter.

Mevrouw Belhaj (D66):

Wat is het geworden, voorzitter?

De voorzitter:

Geen meerderheid.

Mevrouw Belhaj (D66):

Dat verbaast mij ten hoogste, omdat het zó evident is. Soms is dat zo. Maar sportief als ik ben, heb ik dan maar gewoon te accepteren dat er een brief komt waarin uitgelegd wordt waarom het heel erg bijzonder is wat wij meemaken. Naar aanleiding van die brief voeren we hier een debat. Dan doen we het op die manier.

De voorzitter:

Dan zie ik u waarschijnlijk weer terug met een nieuw verzoek. Dank u wel. Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.


zaterdag 30 maart 2019

Parool: Marineterrein niet nodig voor nationale veiligheid



Vandaag in het Parool:

"De nationale veiligheid is helemaal niet de reden dat de krijgsmacht een veel groter deel van het Marineterrein wil behouden. Uit nieuwe documenten blijkt iets heel anders. D66 eist dat Defensie zijn claim laat vallen"

Lees hier verder:
https://www.parool.nl/binnenland/d66-defensie-besteed-geen-geld-aan-openhouden-marineterrein~a4625200/



maandag 25 maart 2019

Vrijgegeven nota Ministerie van Defensie: argumenten om Marineterrein aan te houden niet steekhoudend



WOB-verzoek overdracht Marineterrein
In september 2018 heb ik een verzoek om informatie bij de overheid ingediend inzake de overdracht van het Marineterrein te Amsterdam. Dit op grond van de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB).

Van de gemeente Amsterdam had ik vrij snel de documenten binnen. Het ministerie van Binnenlandse Zaken was wat trager, maar Defensie spande de kroon. Die hadden maar liefst 5 maanden (!) nodig om 13 documenten te leveren. Voor de duidelijkheid: de wettelijke termijn is maximaal 8 weken met een kleine uitloop om derden te raadplegen.
Hieronder enkele van mijn conclusies op basis van de verstrekte informatie.

Bestuursovereenkomst Ontwikkeling Marineterrein Amsterdam
In december 2013 hebben de toenmalige ministers Hennis van Defensie en minister Blok van Wonen en Rijksdienst samen met de Amsterdamse wethouder Van Poelgeest de Bestuursovereenkomst Ontwikkeling Marineterrein Amsterdam ondertekend. Hierin staat onder andere dat Defensie zich uiterlijk 1 juli 2018 van het terrein zou hebben teruggetrokken en in principe aan de gemeente Amsterdam zou worden verkocht.

Defensie komt terug op afspraken
Begin juli 2018 wordt echter duidelijk dat Defensie niet van plan is te vertrekken. De Gemeenteraad van Amsterdam reageert verbijsterd. Jarenlang is aan de overdracht gewerkt en plotseling komt het ministerie met voor veel raadsleden onduidelijke argumenten om te willen blijven.

De nieuwe minister van Defensie Bijleveld reageert in november op vragen in de Tweede Kamer. Zij stelt dat de krijgsmacht het terrein toch nodig heeft.
Kort gezegd op basis van twee argumenten:
  • Defensie heeft het terrein nodig voor terrorismebestrijding
  • Defensie heeft het terrein nodig als aantrekkelijke wervingslocatie
Beide argumenten worden door Kamerleden en Amsterdamse raadsleden in twijfel getrokken. Bijleveld wil echter geen verdere toelichting geven op haar argumenten voor het aanhouden van een kazerne in het centrum van Amsterdam. Ondanks een motie die door een meerderheid van de Tweede kamer wordt aangenomen waarin om meer informatie wordt verzocht, weigert de minister tot op de dag van vandaag opheldering te geven over haar precieze beweegredenen.

Oktober 2017 - Minister Dijkhoff bevestigt conclusies Amsterdam inzake veiligheid
Terug naar 2017. 
Uit een brief van toenmalig defensieminister Klaas Dijkhoff van 11 oktober 2017 blijkt dat het in 2014 aangetreden Amsterdamse college van B&W met Defensie heeft gesproken over de bredere functie die het terrein dan nog vervult openbare orde, veiligheid en terrorismebestrijding. Dijkhoff stelt Amsterdam gerust en meldt in de brief:

"Daarin is geconcludeerd dat Defensie ook na juli 2018 desgewenst kan bijdragen aan de openbare orde en veiligheid in Amsterdam, maar niet meer vanaf het Marineterrein. De gemeente Amsterdam heeft vastgesteld dat er voor openbare orde en veiligheid in de gemeente en in de regio goede alternatieven voorhanden zijn. [...] Het belang van terrorismebestrijding onderschrijf ik ten volle. Maar die kan ook na het vertrek van Defensie van het Marineterrein onverminderd doorgaan.

De huidige Amsterdamse wethouder Kock die het Marineterrein in zijn portefeuille heeft bevestigt dit ook in een interview met Het Parool (20 november 2018):

"In 2015 zijn goede afspraken gemaakt over alternatieve landingslocaties voor helikopters en de andere veiligheidsfuncties."




December 2017 - Staatssecretaris Knops van Binnenlandse Zaken heeft een idee
Op 26 oktober 2017 wordt Raymond Knops (CDA) beëdigt als staatssecretaris van Binnenlandse Zaken. Rijksvastgoed is onderdeel van zijn portefeuille. De voorbereidingen voor de overdracht en tijdelijke invulling van het Marineterrein zijn grotendeels in handen van deze dienst.
Knops is opgeleid als officier aan de Koninklijke Academie in Breda en was tot 2001 werkzaam bij de Koninklijke Luchtmacht. In 2004 en 2005 werd hij enkele maanden als reservist uitgezonden naar Irak.

Knops heeft dus veel ervaring met diverse defensietaken, en geeft daar ook in zijn functie als staatssecretaris van Binnenlandse Zaken blijk van, zo lezen we in een nu vrijgegeven nota van de Hoofddirecteur Beleid van het Ministerie van Defensie.

Knops oppert bij het Ministerie van Defensie, dat inmiddels onder leiding staat van zijn partijgenoot Ank Bijleveld, het idee om op het Marineterein in Amsterdam ruimte te behouden voor een algemene operationele veiligheidsfunctie van Defensie. Hij doet dit zonder de gemeente hierover in te lichten. Uit de nota blijkt dat hij de uitgestelde besluitvorming in de Amsterdamse gemeenteraad over de toekomstige invulling van het terrein wil aangrijpen om op de bestuursovereenkomst uit 2013 terug te komen.
Uit de nota van 12 december 2017:

"Dit zou mogelijk zijn omdat de gemeente Amsterdam de Nota van Uitgangspunten voor de ontwikkeling van het terrein te laat ter besluitvorming aan de gemeenteraad aanbiedt."

Amsterdam zou hierdoor volgens Knops in gebreke blijven. Dat de gemeenteraad hier niet eenvoudig uit wist te komen komt echter door de aanhoudende inmenging van Rijksvastgoed in de toekomstplannen voor het terrein. Kortweg is de vraag of het terrein een bedrijventerrein moet worden of dat er voornamelijk woningen komen. Binnenlandse Zaken hamert telkens weer op het belang van een 'innovatieve' invulling met slechts enkele woningen voor kenniswerkers. Een meerderheid van de gemeenteraad is het hier niet mee eens en een definitief besluit over de Nota van Uitgangspunten wordt uitgesteld. Knops grijpt hierop zijn kans en probeert alsnog het terrein in rijkshanden te houden.

Conclusies Nota Hoofddirectie Beleid Ministerie van Defensie
De nota van de Hoofddirectie Beleid van het Ministerie van Defensie geeft enkele conclusies over de aanwezigheid van Defensie op het Marineterrein te Amsterdam.
De twee eerder genoemde argumenten van minister Bijleveld (openbare orde en wervingsmogelijkheden) komen duidelijk aan de orde en worden hierin van tafel geveegd:

"Het MEA (Marine-Etablissement Amsterdam, red.) werd de afgelopen decennia regelmatig ingezet voor grote evenementen: als parkeerplaats in geval van grote ontvangsten in het Koninklijk Paleis en als uitvalsbasis voor de ME en andere politie-eenheden in geval van grootschalige ordeverstoring. [...]
De afgelopen jaren kwam verschillende malen de vraag op of het MEA vanwege dit soort functies in de sfeer van openbare orde en veiligheid wel kon worden gemist [...] Defensie hield zich hierbij afzijdig, omdat het, zoals gezegd, niet om defensietaken ging. Onlangs bevestigde de directeur Grond en Ontwikkeling van de gemeente Amsterdam dat wethouder Van der Burg ervan op de hoogte is dat er voor deze functies alternatieven voorhanden zijn.
[...]
Defensie heeft geen operationeel belang bij het behoud van een groter terreindeel dan vastgelegd in de Bestuursovereenkomst. Het na juli 2018 resterende defensieterrein is voldoende voor het Dienstencentrum Personeel en Logistiek (DCPL). Mocht het DCPL met het oog op extra wervingsinspanningen nog wat extra terrein nodig hebben, dan biedt de Bestuursovereenkomst hiervoor de mogelijkheid.
[...]
Het belang van de rijksoverheid.
Sinds Defensie in 2011 te kennen gaf het MEA te willen afstoten, heeft geen enkel ministerie zich gemeld met het oog op het behoud van een terreindeel voor bedoelde veiligheidsfuncties."

De Hoofddirectie Beleid ziet dus niet in waarom staatssecretaris Knops Defensie vraagt om het terrein aan te houden voor taken waar de krijgsmacht helemaal niet voor verantwoordelijk is en waarvoor ook al tijden duidelijk is dat daar alternatieven voor zijn.

Vastgoedbelangen
Uit andere stukken blijkt dat het andere onderdelen van het ministerie van Defensie voornamelijk om vastgoedbelangen gaat. Er is weer geld en men kan dus nieuwbouw plegen. De locatie van het MEA is bekend en heeft een bepaalde uitstraling die men niet kwijt wilt. Men wil op een andere manier personeel gaan werven en daar is ruimte voor nodig. Dat er al verschillende malen allerlei alternatieven zijn aangeboden door de stad Amsterdam blijft vervolgens onbesproken.

Conclusie: geen operationeel belang & uitbreiding werving en selectie kan elders
De belangrijkste conclusie die je uit de vrijgegeven documenten uit deze WOB-procedure kunt trekken is dat Defensie geen operationeel belang heeft bij het aanhouden van het Marineterrein. Of dat in ieder geval de Hoofddirectie Beleid en de voormalige minister Dijkhoff dit belang eind 2017 niet zien.

Duidelijk is ook dat al meerdere malen is erkend dat de overgebleven taken die Defensie in de hoofdstad wil vervullen niet noodzakelijk op het huidige Marineterrein gehuisvest hoeven te worden.
De vraag is of wethouder Kock hier in de lopende onderhandelingen met het Rijk op zal blijven wijzen. Amsterdam staat voor de haast onmogelijke taak voldoende woningen te realiseren voor haar inwoners. Het Marineterrein is een ideale plek om een deel van deze opgave te kunnen verwezenlijken.
Defensie blijft voor de meeste Amsterdammers zeker welkom in de stad, maar volgens sommigen zou het Rijk op het gebied van de invulling van de openbare ruimte in Amsterdam best een toontje lager mogen zingen. Daarnaast vragen velen zich af waarom Binnenlandse Zaken zich ongevraagd wil gaan bemoeien met de openbare orde in de stad.



Documenten Gemeente Amsterdam:
https://www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/wob-besluiten/wob-besluit-22/


Documenten Ministerie van Defensie:
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/wob-verzoeken/2019/03/13/besluit-wob-verzoek-marine-etablissement-amsterdam


Documenten Ministerie van Binnenlandse Zaken:
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/wob-verzoeken/2019/03/28/besluit-wob-verzoek-over-marinekazerne-te-amsterdam


woensdag 28 november 2018

Defensie weigert, ondanks motie Tweede Kamer, besluit Marineterrein verder toe te lichten

Het Parool berichtte vandaag over een tegenstribbelende Minister van Defensie in de soap rond het Marineterrein.

Dinsdag nam de Tweede Kamer een motie aan waarin het kabinet wordt verzocht meer informatie te leveren inzake het besluit van Defensie om een substantieel groter deel van het Marineterrein te behouden dan in 2013 met de gemeente Amsterdam was afgesproken. Ondanks deze eis van het parlement heeft minister Bijleveld laten weten hier voorlopig niet aan te voldoen. Ze wil wachten tot na een overleg tussen het ministerie en de gemeente op 16 januari 2019.

Ook nam ze een besluit dat je als simpelweg kinderachtig kunt bestempelen. De motie draagt de regering op de Tweede Kamer eerst te informeren alvorens stappen worden gezet met betrekking tot de heroverweging. Dat wil zeggen, ga niet investeren op het deel van het terrein waar Defensie nu nog aanwezig is voordat de onderhandelingen compleet zijn afgerond. Iets waar Defensie, vooruitlopend op de zaak, overigens wel al plannen voor had. 
Bijleveld wil nu echter ook het publiek toegankelijk maken van een extra deel van het terrein, zoals gepland voor 1 januari 2019, niet door laten gaan. "Omdat de Kamer ons gevraagd heeft geen onomkeerbare stappen te zetten", aldus de minister. Maar dat is natuurlijk de boel omdraaien. Als er iets is dat niet onomkeerbaar zou moeten zijn, dan is het juist het vasthouden aan de grond die nu nog in handen is van Defensie. Dat betekent dat de krijgsmacht geen nieuwe piketpalen moet gaan slaan die later weer moeilijk te verwijderen zijn. Dàt was het doel van de motie.

De koude oorlog tussen Defensie en de Republiek Amsterdam duurt voorlopig voort.

Het artikel uit Het Parool van woensdag 28 november:



dinsdag 27 november 2018

Tweede Kamer eist argumenten van kabinet voor aanhouden Marinekazerne Amsterdam

De vorige week ingediende motie van Kamerlid Belhaj (D66) is vandaag aangenomen door de Tweede Kamer.
In de motie wordt het kabinet opgedragen de Kamer te informeren over alle financiële implicaties en nut en noodzaak van het voornemen tot de heroverweging van het Marine Etablissement Amsterdam alvorens stappen worden gezet met betrekking tot de heroverweging.
VVD, CDA en de PVV hadden overigens geen behoefte aan meer informatie en stemden tegen de motie.



vrijdag 23 november 2018

VIDEO: debat Marineterrein in Tweede Kamer (21 november 2018)

Afgelopen woensdag (21 november 2018) debatteerde de Tweede Kamer met de minister van Defensie Bijleveld over de Defensiebegroting in het algemeen en op zeker moment over de soap rond het Marineterrein in het bijzonder.
In de video hieronder zie je de vragen van 3 Kamerleden, de reactie van de minister en een ingediende motie. Totale duur: ruim 20 minuten.

De sprekers:
Isabelle Diks (GroenLinks)
Sadet Karabulut (SP)
Salima Belhaj (D66)
Minister Bijleveld (VVD)

Kijk hier voor de uitgeschreven tekst van Kamerleden en minister:





Parool: 'Ergernis over landjepik Marineterrein'

Het Parool meldde gisteren het volgende:



Ergernis over landjepik
Marineterrein: Gemeente en Kamer hekelen besluit Defensie te blijven in hartje Amsterdam

Defensie zou het Marineterrein overdragen aan de stad, maar bedacht zich. De gemeente legt zich er niet bij neer, tot ongenoegen van de minister.
HANNEKE KEULTJES EN RUBEN KOOPS


Minister Ank Bijleveld van Defensie reageert gepikeerd op pogingen van de Amsterdamse wethouder Udo Kock om via de Tweede Kamer toch een groter deel van het Marineterrein in handen te krijgen. "Als wethouder Kock vindt dat die met voeten zijn getreden, moet hij niet bij de krant of bij de Tweede Kamer melden, maar bij mij. Hij heeft zich niet gemeld." Volgens Bijleveld waren er juist goede afspraken gemaakt met Amsterdam over de nieuwe verdeling van het terrein.

Tijdens een debat in de Tweede Kamer sprak GroenLinks-Kamerlid Isabelle Diks van een 'bestuurlijke schoffering', omdat Defensie in juni plots terugkwam van in 2013 gemaakte afspraken over de teruggave van het marinecomplex. SP-Kamerlid Sadet Karabulut noemde Defensie 'een onbetrouwbare partner voor mijn stad'. Dat ergerde Bijleveld zichtbaar. "Ik werp die aantijging verre van mij," reageerde zij gisteravond. "Als ik op mijn werkkamer afspraken maak met deze wethouder, de waarnemend burgemeester en ambtenaren en dat wordt vervolgens besproken in de raadscommissie, dan is het afspraak is afspraak."
'Laat het aan ons'

Bijleveld noemt uitspraken van Kock in Het Parool van dinsdag 'niet ordentelijk'. Kock zei dat er geen veiligheidsanalyse ten grondslag ligt aan het besluit van Defensie op het marinecomplex te blijven. Bijleveld verwerpt dat. "De hoofdstad is regelmatig het terrein van grootschalige evenementen. Het Marine Establishment is de enige locatie die via lucht, weg en water bereikbaar is. En we willen ook zichtbaar blijven in de stad."

Regeringspartij D66 riep Bijleveld op om geen onomkeerbare stappen te zetten totdat de Kamer is geïnformeerd over 'alle financiële implicaties en nut en noodzaak'. Bijleveld wilde daar niks van weten. "Op 1 januari wil ik weer een aantal gebouwen overdragen aan de gemeente Amsterdam. Laat het aan ons." Wel beloofde ze de Kamer nader te informeren over de financiën en beweegredenen van Defensie. De hoofdstad en het ministerie onderhandelen momenteel over een nieuwe verdeling van de gronden. De Rijksbouwmeester maakt schetsen waarin zowel de stad als Defensie aan hun trekken zal komen.
Sportcomplex delen

Volgens de defensieminister is de samenwerking tussen haar departement en Amsterdam juist 'eendrachtig'. Bijleveld stelt dat er in de toekomstige plannen ruimte is 'voor een heleboel woningen'. Hoeveel van de geraamde 1400 huizen er kunnen worden gerealiseerd, is nog niet bekend.

Het ministerie van Defensie laat weten dat er wordt nagedacht over gedeeld gebruik van onderdelen van de marinekazerne. Zo is het sportcomplex van de krijgsmacht straks in de avond- en weekenduren open voor omwonenden. Duidelijk is dat het Dienstencentrum Personeelslogistiek, verantwoordelijk voor werving van militairen, het grootste deel van de nieuwe kazerne in beslag neemt. Kock is daar verbolgen over. "Moet de afdeling personeelszaken per se op het duurste stukje grond van Nederland? We helpen graag mee om naar een alternatief te zoeken, bijvoorbeeld het Sparkgebouw in Sloterdijk, dat al in bezit is van het rijk."

De wethouder moet glimlachen om de woede van de minister. "Afspraak is afspraak? Een beetje ironisch is dat wel, want in 2013 en 2015 zijn de afspraken gemaakt dat Defensie daar weg zou gaan. Het is goed dat de Tweede Kamer nu aan Bijleveld vraagt om dat nog eens uit te leggen."


donderdag 22 november 2018

Tweede Kamerlid Belhaj (D66) dient motie in over Marineterrein

Tweede Kamerlid Belhaj van D66 diende gisteren bij het debat over de Defensiebegroting een motie in waarbij ze opheldering vraagt over de gang van zaken rond het Marineterrein in Amsterdam.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL
2
Vergaderjaar 2018-2019





Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2019
 35 000 X

MOTIE (Nr. 58) VAN HET LID BELHAJ 
Voorgesteld 21 november 2018

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Tweede Kamer tot op heden beperkt is geïnformeerd over de intentie om de besluitvorming rondom het Marine Etablissement Amsterdam te heroverwegen;

draagt de regering op de Tweede Kamer eerst te informeren over alle financiële implicaties en nut en noodzaak van het voornemen tot de heroverweging van het Marine Etablissement Amsterdam alvorens stappen worden gezet met betrekking tot de heroverweging,

en gaat over tot de orde van de dag.

Belhaj


dinsdag 20 november 2018

Gaat de Tweede Kamer het Ministerie van Defensie terugfluiten inzake het Marineterrein?


De Tweede-Kamercommissie Defensie bracht in juni 2018 een werkbezoek aan het Marine-Etablissement 

Het Parool meldt vandaag het volgende:

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Kan Amsterdam straks toch gaan bouwen op het Marineterrein?

In een uiterste poging het Marineterrein toch te kunnen bebouwen, heeft Amsterdam de hoop gevestigd op de Tweede Kamer. 'Defensie heeft nut en noodzaak voor het openhouden niet aangetoond.'



DOOR: HANNEKE KEULTJES EN RUBEN KOOPS 20 NOVEMBER 2018

Wethouder Udo Kock (Marineterrein) praat zich al sinds het begin van de zomer de blaren op de tong. In juni kreeg hij geheel onverwachts van het ministerie van Defensie te horen dat het Marine Etablissement Amsterdam tóch in gebruik blijft als marinebasis.

Van de 12,7 hectare in hartje stad mag de gemeente niet het héle terrein, zoals in 2013 nog met het rijk was afgesproken, maar hoogstens de helft in gebruik nemen voor nieuwbouw.
Daarmee kunnen de plannen van de stad de prullenbak in. Er zouden 1400 woningen verrijzen - maar dat kan niet meer. "Op de helft kun je niet zomaar 700 woningen neerzetten. Dan wordt het dichtbebouwd terrein," weet Kock.
"Het was juist de bedoeling om er een open gebied van te maken met een park en innovatieve bedrijvigheid. Dit is second best."

Nieuwe investeringen
Kock heeft zijn laatste hoop gevestigd op de Tweede Kamer, die het ministerie kan terugfluiten. Woensdag wordt daar de begroting van het ministerie van Defensie behandeld. Daarin staan, na decennia van krimp, investeringen ter waarde van honderden miljoenen euro's voor de Nederlandse krijgsmachtOok blijven een aantal kazernes open die vanwege eerdere bezuinigingen op de nominatie stonden gesloten te worden. De Amsterdamse marinebasis is er daar een van. In 2011 werd bedacht dat het terrein zou worden afgestoten, sindsdien werkten gemeente en Defensie samen aan nieuwbouwplannen. Tot Defensie er een streep door zette.
Maar regeringspartij D66 - ook de partij van wethouder Kock - en oppositiepartij GroenLinks zetten nadrukkelijk vraagtekens bij de draai die het ministerie heeft gemaakt.

"Ik vind dat Defensie geen nut en noodzaak van het openhouden van het Marineterrein heeft aangetoond," stelt D66-Kamerlid Salima Belhaj. "De Kamer is niet geïnformeerd over de kosten die het handhaven van de basis met zich meebrengt. Die staan niet in de Defensienota en ook niet in de begroting."
De verkoop van het complex zou Defensie naar verluidt eenmalig rond de 250 miljoen euro opleveren. Verder zou het de krijgsmacht en besparing opleveren omdat de jaarlijkse exploitatiekosten van 4,2 miljoen euro vervallen. Nu moet het terrein opnieuw worden ingericht - met alle kosten van dien.
Volgens GroenLinks-Kamerlid Isabelle Diks kunnen de huidige functies ook op andere plekken in Amsterdam terecht. "Ik heb van Defensie geen enkel argument gehoord waarom hun aanwezigheid op deze specifieke plek noodzakelijk is. Defensie moet stoppen met eigenstandig handelen."
VVD en CDA willen zich niet in de discussie mengen. "Het is een zaak tussen Defensie en de gemeente Amsterdam," aldus VVD-Kamerlid André Bosman. Het CDA wil ook wachten tot staatssecretaris Barbara Visser (Defensie) de Kamer informeert over de uitkomsten van de onderhandelingen.

Analyse ontbreekt
Volgens Defensie is het complex van een steeds groter belang voor de veiligheid. Het kan dienen als uitvalsbasis voor contraterrorisme-eenheden, is bereikbaar over land en water en helikopters kunnen er relatief eenvoudig landen en opstijgen.
"Ik ken geen enkel land in Europa of in de wereld waar Defensie niet aanwezig is in zijn eigen hoofdstad om op te kunnen treden, juist als er sprake is van dreiging," zei Visser eerder deze maand.
Daar neemt Kock geen genoegen mee. "Aan de conclusie dat de veiligheidssituatie zou zijn veranderd, ligt geen analyse ten grondslag," zegt hij. "In 2015 zijn goede afspraken gemaakt over alternatieve landingslocaties voor helikopters en de andere veiligheidsfuncties."
In het regeerakkoord staat dat het extra geld voor Defensie bestemd is voor de slagkracht van de krijgsmacht, investeringen in materieel en de inzetbaarheid. Kock: "Het is de vraag of dit de slagkracht van Defensie nu echt vergroot."




donderdag 12 juli 2018

Item AT5: "Gemeenteraad verbijsterd en verbolgen na soap rond Marineterrein"

Projectbureau Marineterrein stuurt vrij hilarische brief over soap rond Defensie-claim



Status Bureau Marineterrein
De positie van Bureau Marineterrein, de projectorganisatie die verantwoordelijk is voor de tijdelijke verhuur van bestaande gebouwen en de voorbereiding van de herontwikkeling, is niet altijd even makkelijk geweest. Het is een samenwerking tussen het Rijk (als huidige eigenaar van het Marineterrein) en de gemeente Amsterdam (als beoogd koper). En daar wringt het natuurlijk af en toe, vanwege tegenstrijdige belangen.

OV-fietsen
Rijksvastgoed wil de grond voor een goede prijs verkopen en wil met de (tijdelijke) invulling het terrein ook meer waarde geven. Daarover was voormalig wethouder 
van Amsterdam, Eric van der Burg ook altijd heel duidelijk. Aan de andere kant wil de gemeente natuurlijk niet de hoofdprijs betalen en zelf kunnen bepalen wat er in de toekomst met deze plek gaat gebeuren. Welke partij hierin de bovenhand voerde is voor een buitenstaander niet te achterhalen. Aan de grote hoeveelheid OV-fietsen die elke dag het terrein opkomen is op te maken dat het aandeel ambtenaren van buiten Amsterdam waarschijnlijk niet gering is.

Draai Defensie
En toen kwam vorige week het nieuws dat Defensie toch het terrein niet wilde verlaten. Men zou het nodig hebben in het kader van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van de nationale veiligheid (terrorismebestrijding) en het rekruteren van nieuwe manschappen. Twee argumenten die de komende tijd nog zeker tegen het daglicht gehouden zullen worden. De gemeente was woedend en verbijsterd. Men probeert op dit moment te redden wat er te redden valt om de oorspronkelijke plannen toch nog uit te kunnen voeren.

Brief
De gemeente Amsterdam en het Rijk staan nu dus tegenover elkaar. Beide hebben andere plannen met het terrein. Dat maakt de positie van Bureau Marineterrein, waarin dus zowel Rijk als gemeente vertegenwoordigd zijn, zeer lastig. De afgelopen dagen was het dan ook erg stil in de externe communicatie. Tot er gisteren een brief uitging naar relaties met daarin het standpunt van het Bureau over de nieuw ontstane situatie. Uit de inhoud blijkt toch wel de invloed van het Rijk op de organisatie. Het getouwtrek dat is ontstaan wordt gespind als ware het een positief iets!
Ik citeer:

"Ze [Defensie, red.] zien het belang van hun betrokkenheid bij een internationaal innovatief milieu in een van de meest gewilde steden van de wereld. En daar zijn we blij mee."

"Wij zien ze als een welkome medebewoner, [...]"

"Het betekent dat we intensiever gaan samenwerken [...]"

"Herontwikkelingen gaat nooit in een rechte lijn. [...] We zijn, zoals altijd, in beweging."


Ik neem het Bureau Marineterrein niet kwalijk dat ze met een dergelijk statement naar buiten treedt, maar erg geloofwaardig is het niet. Misschien was het slimmer geweest te wachten tot er op politiek niveau een compromis is gesloten, waarna de positie van alle betrokkenen kan worden heroverwogen. Ook die van het Bureau.
Het belooft een hete zomer te blijven.


Hieronder lees je de complete brief.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Beste ...,

Onlangs is in het nieuws gekomen dat Defensie toch niet weggaat van het Marineterrein. Eigenlijk geen nieuws. Van meet af aan is Defensie betrokken bij de herontwikkeling en tot op de dag van vandaag werkt ze actief mee.  CODAM is al maanden aan het bouwen op - nu nog - militair terrein, gebouw 027W wordt overgedragen aan AMS om plaats te bieden voor de derde universiteit van de stad en het sportveld wordt al gebruikt door jeugdvoetballertjes uit de buurt. 

Wel heeft Defensie onlangs aangegeven zich te willen heroriënteren op het toekomstig gebruik van het terrein. Ze zien het belang van hun betrokkenheid bij een internationaal innovatief milieu in een van de meest gewilde steden van de wereld. En daar zijn we blij mee. Het betekent dat we intensiever gaan samenwerken op het gebied van onder andere onderwijs, technologie en sport en dat we zullen zoeken naar mogelijkheden voor medegebruik van elkaars faciliteiten. Het betekent ook dat ruimtelijk gezien Defensie iets meer aanwezig zal zijn op het terrein dan eerder in de plannen was voorzien. Wij zien ze als een welkome medebewoner,  omdat de waarden waarop het Marineterrein nu al jaren wordt ontwikkeld gebaseerd zijn op de historie van het terrein. Focus, verbinding en vernieuwing waren vroeger en zijn in de toekomst de centrale kwaliteiten om nieuwe mogelijkheden, kennis en welvaart te kunnen ontdekken. Kwaliteiten die ook Defensie in hoge mate kenmerkt. 

In de afgelopen jaren is Marineterrein Amsterdam onderdeel van de stad geworden en serieus ontwikkeld tot een hotbed voor innovatie. In hartje Amsterdam is een zeldzame community ontstaan van organisaties en onderzoekers die samen oplossingen bedenken voor de uitdagingen die de steeds sneller veranderende wereld oproept. Hoe verdelen we de schaarse ruimte, hoe om te gaan met een data-gedreven samenleving, hoe blijven we gezond en hoe zullen we in de toekomst wonen?

Omdat het Marineterrein niet openbaar is maar publiek toegankelijk gelden er minder regels dan elders in de stad. We kunnen hier allerlei projecten bedenken, testen en toepassen die passen bij het eindbeeld dat Rijk en gemeente voor ogen hebben met het terrein. Dit biedt unieke kansen voor de organisaties op het terrein en daarmee zetten we ook direct heldere contouren neer voor de latere invulling van het gebied. 

Herontwikkelingen gaat nooit in een rechte lijn. Het is hollen en stilstaan, op en neer, wikken en wegen. Maar vooral gewoon doorgaan. Ook deze zomer gaan we aan de slag met nieuwe projecten en verwelkomen we weer enkele nieuwe, grote organisaties op het terrein  - je leest er spoedig meer over in krant en online. We zijn, zoals altijd, in beweging. 

Fijne zomer toegewenst.

Met vriendelijke groet,
Namens Bureau Marineterrein 

Liesbeth Jansen

dinsdag 10 juli 2018

Agendapunt Raadscommissie Ruimtelijke Ordening inzake verwarring over toekomst Marineterrein



De fracties van D66, VVD, GroenLinks, PvdA en SP in de Amsterdamse gemeenteraad hebben geëist dat de plotselinge verwarring over de toekomst van het Marineterrein zo snel mogelijk op de agenda van de Raadscommissie Ruimtelijke Ordening worden gezet.
Dit is gebeurd via het aanvragen van een zogenaamde 'actualiteit'.
Door middel van een actualiteit kan een raadslid een spoedeisende zaak in de gemeenteraad aan de orde stellen. Eventueel kan dan via een motie een uitspraak van de raad worden verkregen.

Afgelopen maandag werd bekend dat Defensie de afspraak om op 1 juli jongstleden het terrein te verlaten niet heeft nagekomen. De krijgsmacht zou haar kazerne in het centrum van Amsterdam namelijk alsnog willen behouden. Dit na een periode van 5 jaar gemeentelijke planning, voorbereiding en investeringen om het gebied klaar te maken voor woningbouw, innovatieve bedrijven en buurtvoorzieningen. Lokale en Haagse politici zijn zeer verrast door deze plotselinge draai van de Rijksoverheid.


Hieronder de tekst van de actualiteit zoals deze morgen (11 juli 2018) in de Raadscommissie Ruimtelijke Ordening zal worden behandeld.
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Jaar 2018 
Datum indiening 3 juli 2018 
Datum behandeling 11 juli 2018 

Onderwerp 
Actualiteit van het raadslid Naoum Néhmé c.s. inzake ontwikkelingen omtrent het Marineterrein 

Aan de commissie

Inleiding 
In het Parool van 3 juli verscheen het bericht dat het ministerie van Defensie mogelijk terug wil komen op eerdere afspraken om het Marineterrein aan de gemeente Amsterdam te verkopen. Daardoor lopen de plannen van de gemeente om het terrein te herontwikkelen het risico om forse vertraging op te lopen of te worden geannuleerd. 

Reden bespreking 
De gemeente heeft grote plannen om het Marineterrein te herontwikkelen. Deze plannen zijn sinds lange tijd in de maak en het is van belang voor eventuele toekomstige gebruikers om helderheid te krijgen over de toekomst van het terrein en hun eventuele rol daarin. 

Reden spoedeisendheid 
Gezien de bijzondere ligging van het Marineterrein die kansen biedt voor veiligheid en eventuele nieuwe plannen is het van belang om spoedig duidelijkheid te krijgen over de toekomst van het terrein. Indieners overleggen hierover graag op korte termijn met college en commissie. 

De leden van de commissie, 
H. Naoum Néhmé 
N.A. van Renssen 
A.M. Bosman 
A.C. de Heer 
N.T. Bakker