Marineterrein Amsterdam

Een onafhankelijk blog van een Kattenburger over de herontwikkeling van het Marineterrein Amsterdam. Van een gesloten enclave naar een plek voor iedereen. Blog Marineterrein gaat door als marinekwartier.com

Posts tonen met het label wonen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wonen. Alle posts tonen

zaterdag 30 maart 2019

Parool: Marineterrein niet nodig voor nationale veiligheid



Vandaag in het Parool:

"De nationale veiligheid is helemaal niet de reden dat de krijgsmacht een veel groter deel van het Marineterrein wil behouden. Uit nieuwe documenten blijkt iets heel anders. D66 eist dat Defensie zijn claim laat vallen"

Lees hier verder:
https://www.parool.nl/binnenland/d66-defensie-besteed-geen-geld-aan-openhouden-marineterrein~a4625200/



woensdag 28 november 2018

Defensie weigert, ondanks motie Tweede Kamer, besluit Marineterrein verder toe te lichten

Het Parool berichtte vandaag over een tegenstribbelende Minister van Defensie in de soap rond het Marineterrein.

Dinsdag nam de Tweede Kamer een motie aan waarin het kabinet wordt verzocht meer informatie te leveren inzake het besluit van Defensie om een substantieel groter deel van het Marineterrein te behouden dan in 2013 met de gemeente Amsterdam was afgesproken. Ondanks deze eis van het parlement heeft minister Bijleveld laten weten hier voorlopig niet aan te voldoen. Ze wil wachten tot na een overleg tussen het ministerie en de gemeente op 16 januari 2019.

Ook nam ze een besluit dat je als simpelweg kinderachtig kunt bestempelen. De motie draagt de regering op de Tweede Kamer eerst te informeren alvorens stappen worden gezet met betrekking tot de heroverweging. Dat wil zeggen, ga niet investeren op het deel van het terrein waar Defensie nu nog aanwezig is voordat de onderhandelingen compleet zijn afgerond. Iets waar Defensie, vooruitlopend op de zaak, overigens wel al plannen voor had. 
Bijleveld wil nu echter ook het publiek toegankelijk maken van een extra deel van het terrein, zoals gepland voor 1 januari 2019, niet door laten gaan. "Omdat de Kamer ons gevraagd heeft geen onomkeerbare stappen te zetten", aldus de minister. Maar dat is natuurlijk de boel omdraaien. Als er iets is dat niet onomkeerbaar zou moeten zijn, dan is het juist het vasthouden aan de grond die nu nog in handen is van Defensie. Dat betekent dat de krijgsmacht geen nieuwe piketpalen moet gaan slaan die later weer moeilijk te verwijderen zijn. Dàt was het doel van de motie.

De koude oorlog tussen Defensie en de Republiek Amsterdam duurt voorlopig voort.

Het artikel uit Het Parool van woensdag 28 november:



dinsdag 27 november 2018

Tweede Kamer eist argumenten van kabinet voor aanhouden Marinekazerne Amsterdam

De vorige week ingediende motie van Kamerlid Belhaj (D66) is vandaag aangenomen door de Tweede Kamer.
In de motie wordt het kabinet opgedragen de Kamer te informeren over alle financiële implicaties en nut en noodzaak van het voornemen tot de heroverweging van het Marine Etablissement Amsterdam alvorens stappen worden gezet met betrekking tot de heroverweging.
VVD, CDA en de PVV hadden overigens geen behoefte aan meer informatie en stemden tegen de motie.



vrijdag 23 november 2018

VIDEO: debat Marineterrein in Tweede Kamer (21 november 2018)

Afgelopen woensdag (21 november 2018) debatteerde de Tweede Kamer met de minister van Defensie Bijleveld over de Defensiebegroting in het algemeen en op zeker moment over de soap rond het Marineterrein in het bijzonder.
In de video hieronder zie je de vragen van 3 Kamerleden, de reactie van de minister en een ingediende motie. Totale duur: ruim 20 minuten.

De sprekers:
Isabelle Diks (GroenLinks)
Sadet Karabulut (SP)
Salima Belhaj (D66)
Minister Bijleveld (VVD)

Kijk hier voor de uitgeschreven tekst van Kamerleden en minister:





Parool: 'Ergernis over landjepik Marineterrein'

Het Parool meldde gisteren het volgende:



Ergernis over landjepik
Marineterrein: Gemeente en Kamer hekelen besluit Defensie te blijven in hartje Amsterdam

Defensie zou het Marineterrein overdragen aan de stad, maar bedacht zich. De gemeente legt zich er niet bij neer, tot ongenoegen van de minister.
HANNEKE KEULTJES EN RUBEN KOOPS


Minister Ank Bijleveld van Defensie reageert gepikeerd op pogingen van de Amsterdamse wethouder Udo Kock om via de Tweede Kamer toch een groter deel van het Marineterrein in handen te krijgen. "Als wethouder Kock vindt dat die met voeten zijn getreden, moet hij niet bij de krant of bij de Tweede Kamer melden, maar bij mij. Hij heeft zich niet gemeld." Volgens Bijleveld waren er juist goede afspraken gemaakt met Amsterdam over de nieuwe verdeling van het terrein.

Tijdens een debat in de Tweede Kamer sprak GroenLinks-Kamerlid Isabelle Diks van een 'bestuurlijke schoffering', omdat Defensie in juni plots terugkwam van in 2013 gemaakte afspraken over de teruggave van het marinecomplex. SP-Kamerlid Sadet Karabulut noemde Defensie 'een onbetrouwbare partner voor mijn stad'. Dat ergerde Bijleveld zichtbaar. "Ik werp die aantijging verre van mij," reageerde zij gisteravond. "Als ik op mijn werkkamer afspraken maak met deze wethouder, de waarnemend burgemeester en ambtenaren en dat wordt vervolgens besproken in de raadscommissie, dan is het afspraak is afspraak."
'Laat het aan ons'

Bijleveld noemt uitspraken van Kock in Het Parool van dinsdag 'niet ordentelijk'. Kock zei dat er geen veiligheidsanalyse ten grondslag ligt aan het besluit van Defensie op het marinecomplex te blijven. Bijleveld verwerpt dat. "De hoofdstad is regelmatig het terrein van grootschalige evenementen. Het Marine Establishment is de enige locatie die via lucht, weg en water bereikbaar is. En we willen ook zichtbaar blijven in de stad."

Regeringspartij D66 riep Bijleveld op om geen onomkeerbare stappen te zetten totdat de Kamer is geïnformeerd over 'alle financiële implicaties en nut en noodzaak'. Bijleveld wilde daar niks van weten. "Op 1 januari wil ik weer een aantal gebouwen overdragen aan de gemeente Amsterdam. Laat het aan ons." Wel beloofde ze de Kamer nader te informeren over de financiën en beweegredenen van Defensie. De hoofdstad en het ministerie onderhandelen momenteel over een nieuwe verdeling van de gronden. De Rijksbouwmeester maakt schetsen waarin zowel de stad als Defensie aan hun trekken zal komen.
Sportcomplex delen

Volgens de defensieminister is de samenwerking tussen haar departement en Amsterdam juist 'eendrachtig'. Bijleveld stelt dat er in de toekomstige plannen ruimte is 'voor een heleboel woningen'. Hoeveel van de geraamde 1400 huizen er kunnen worden gerealiseerd, is nog niet bekend.

Het ministerie van Defensie laat weten dat er wordt nagedacht over gedeeld gebruik van onderdelen van de marinekazerne. Zo is het sportcomplex van de krijgsmacht straks in de avond- en weekenduren open voor omwonenden. Duidelijk is dat het Dienstencentrum Personeelslogistiek, verantwoordelijk voor werving van militairen, het grootste deel van de nieuwe kazerne in beslag neemt. Kock is daar verbolgen over. "Moet de afdeling personeelszaken per se op het duurste stukje grond van Nederland? We helpen graag mee om naar een alternatief te zoeken, bijvoorbeeld het Sparkgebouw in Sloterdijk, dat al in bezit is van het rijk."

De wethouder moet glimlachen om de woede van de minister. "Afspraak is afspraak? Een beetje ironisch is dat wel, want in 2013 en 2015 zijn de afspraken gemaakt dat Defensie daar weg zou gaan. Het is goed dat de Tweede Kamer nu aan Bijleveld vraagt om dat nog eens uit te leggen."


donderdag 22 november 2018

Tweede Kamerlid Belhaj (D66) dient motie in over Marineterrein

Tweede Kamerlid Belhaj van D66 diende gisteren bij het debat over de Defensiebegroting een motie in waarbij ze opheldering vraagt over de gang van zaken rond het Marineterrein in Amsterdam.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL
2
Vergaderjaar 2018-2019





Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2019
 35 000 X

MOTIE (Nr. 58) VAN HET LID BELHAJ 
Voorgesteld 21 november 2018

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Tweede Kamer tot op heden beperkt is geïnformeerd over de intentie om de besluitvorming rondom het Marine Etablissement Amsterdam te heroverwegen;

draagt de regering op de Tweede Kamer eerst te informeren over alle financiële implicaties en nut en noodzaak van het voornemen tot de heroverweging van het Marine Etablissement Amsterdam alvorens stappen worden gezet met betrekking tot de heroverweging,

en gaat over tot de orde van de dag.

Belhaj


Minister Bijleveld: Amsterdam moet plan Marineterrein maar slikken. De pot verwijt de ketel...

Gisterenavond vond het tweede deel van het Tweede Kamerdebat over de Defensiebegroting plaats. In de ochtend, tijdens het eerste deel, waren enkele Kamerleden zeer kritisch op minister Bijleveld. Afgelopen zomer werd namelijk bekend dat de krijgsmacht het Marineterrein toch niet geheel wilde verlaten. Niet iedereen is overtuigd van nut en noodzaak van het aanhouden van een marinebasis in het centrum van Amsterdam. Daarnaast heeft de stad de schaarse grond nodig om genoeg nieuwe woningen te kunnen bouwen, zoals ook door het kabinet verwacht wordt.

De minister draaide de boel echter gewoon om. Het niet nakomen door Defensie van een afspraak uit 2013 werd even vergeten. In plaats daarvan is het wethouder Kock die zich niet aan de nieuwe afspraak van deze zomer zou houden, door naar de krant te stappen en te 'klikken' bij Tweede Kamerleden over de bezwaren van de gemeente. Die nieuwe afspraak is echter met het mes op de keel gemaakt. De wethouder had ook weinig keus, aangezien het risico bestond dat Defensie het al overgedragen deel zou terugeisen. Zij zijn tenslotte nog voor 100 procent eigenaar van de grond en gebouwen.

Nieuwe argumenten om in Amsterdam te blijven had ze niet. De stad heeft het maar te slikken. "Een man een man, een woord een woord" eindigde ze nota bene. De pot verwijt de ketel.
Hieronder het verslag.







----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Minister Bijleveld:

Dan wil ik, bijna aan het eind, nog iets zeggen over het MEA, waarover mevrouw Diks, mevrouw Belhaj en mevrouw Karabulut hebben gesproken. Ik moet zeggen dat ik wel enigszins verbaasd was over de signalen die hier naar voren kwamen en over datgene wat ik in de krant heb gelezen, omdat ik er vast van overtuigd ben dat we goed bestuurlijk overleg met Amsterdam hebben gehad. Ik heb zelf een aantal keren met wethouder Kock gesproken, en ik hecht ook aan goed bestuurlijk overleg. Mevrouw Diks weet uit mijn vorige leven en uit haar eigen vorige leven hoe ik daaraan hecht. De signalen die ik in de krant las en die u overbrengt, herken ik geenszins. Ze zijn ook niet bekend bij het RVB — dat heb ik gecheckt — net zomin als bij de projectorganisatie. In die zin hebben ze ons dus niet bereikt. Zelf ben ik er niet zo'n voorstander van om via de krant met elkaar te praten. Wat is er dan wel aan de hand? We hebben eerder dit jaar inderdaad besloten overeenkomstig onze aankondiging in de Defensienota dat we een aantal kazerneterreinen open zouden houden. Daar is een aantal van genoemd. Wij willen een groter deel van het marinecomplex in Amsterdam aanhouden dan oorspronkelijk voorzien was. We hebben daar met Amsterdam over gesproken en er uitgebreid over gecommuniceerd, ook met het nieuwe college van burgemeester en wethouders. We hebben daarbij op 19 juni jl. een afspraak gemaakt met het gemeentebestuur. Vervolgens hebben we vanuit Defensie met het Rijksvastgoedbedrijf en de gemeente afspraken gemaakt voor de verdere gezamenlijke ontwikkeling van dat marineterrein. Deze afspraken zijn gezamenlijk op 9 juli vastgelegd. Op 10 juli heeft het college van B en W deze afspraken goedgekeurd. De dag erna zijn ze besproken in de raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening. Op 11 juli hebben wij de Kamer daarover geïnformeerd. Inmiddels zijn alle betrokken partijen, dus Defensie, het Rijksvastgoedbedrijf en de gemeente Amsterdam samen met het Atelier Rijksbouwmeester in goed overleg over de uitvoering van de afspraken. Gisteren is de werkgroep nog bij elkaar geweest. Nu wordt er dus gewerkt aan hoe dat er allemaal uit gaat zien. Waarom hebben wij dat gedaan? Wij hadden daar twee argumenten voor: de veiligheidssituatie en de zichtbaarheid. Wij hebben zelfstandig een beoordeling gemaakt van de veiligheidssituatie in Amsterdam. De hoofdstad is natuurlijk regelmatig het toneel van grootschalige nationale evenementen, die niet alleen vragen om ceremoniële aanwezigheid van Defensie, maar ook om beveiliging door bijzondere eenheden als de BSB, NLMARSOF en DSI. Dat vereist nadrukkelijk wel wat. Dat is een. Ten tweede wilden wij zichtbaar aanwezig blijven in de hoofdstad en die locatie is de enige in Amsterdam die via lucht, water en land goed te bereiken is. Dat was ook een belangrijk argument. Dat hebben we dus met elkaar besproken. Nu wordt er eigenlijk eendrachtig samengewerkt aan de uitwerking en dat loopt volgens mijn vaste overtuiging extreem goed.


Mevrouw Diks (GroenLinks):
Wij hebben in dit geval blijkbaar een heel andere invulling van de woorden "eendrachtig" en "extreem goed"! Helder is dat wij hier in de Kamer steeds over zaken moeten praten waarover we het eigenlijk helemaal niet zouden moeten hoeven hebben in de Kamer. Dat betreur ik met enige regelmaat, maar blijkbaar doet dat akelige feit zich elke keer voor … U zou zeggen: hou dan uw mond.


Minister Bijleveld:
Ja, inderdaad!


Mevrouw Diks (GroenLinks):
Dat kan ook.


Minister Bijleveld:
Maar dat mag niet van de voorzitter natuurlijk.


De voorzitter:
Nee, dat is niet de bedoeling.


Mevrouw Diks (GroenLinks):
Nee, dat ben ik half met u eens. Het vervelende is dat we het steeds over een aantal van dit soort zaken moeten hebben. Daar erger ik mij aan. U kunt wel zeggen dat u vindt dat het goed gaat, maar in Amsterdam heeft niemand dat gevoel. Daar koop ik als Kamerlid dus niets voor. Mensen melden bij mij dat er iets aan de hand is, dat het, om het op zijn Fries te zeggen, "op de kop verkeerd gaat", dat afspraken worden geschonden en dat mensen zich stomverbaasd afvragen wat hen overkomt nu hun honderden miljoenen uit de hand worden geslagen. U kijkt daar anders bij. Dat zal wel; ik neem dat van u aan. De vraag is wel hoe we nu verdergaan. De bestuurlijke schoffering van Amsterdam is volgens mij echt niet iets waar het ministerie van Defensie mee bezig zou moeten zijn.


Minister Bijleveld:
Ik werp deze aantijgingen echt verre van mij. Als ik aan mijn tafel in mijn kamer op drie afspraken één afspraak maak met het college van Amsterdam, dus met de betreffende wethouder die ik in Het Parool las, de heer Kock, in aanwezigheid van de waarnemend burgemeester en van ambtenaren uit Amsterdam, dan is het voor mij: afspraak is afspraak; een man een man, een woord een woord. Als de heer Kock dan vindt dat de bestuurlijke afspraken met voeten zijn getreden, moet hij zich niet bij de Kamer melden, maar bij mij. Ik heb namelijk een afspraak met hem. Hij heeft geen afspraak met de Kamer. Ik heb vandaag nog geverifieerd of hij zich heeft gemeld bij het Rijksvastgoedbedrijf, dat ook aan tafel zit met de directeur-generaal Rijksvastgoedbedrijf, mevrouw Annet Bertram en met de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, die daarvoor verantwoordelijk is, de heer Raymond Knops. Hij heeft zich daar niet gemeld. Hij heeft zich niet bij Defensie gemeld. Hij heeft zich bij u gemeld. Ik weet niet wat u ordentelijke afspraken en bestuurlijk verkeer vindt. Ik vind dat absoluut niet ordentelijk, geenszins. Als de heer Kock wat te zeggen heeft, dan meldt hij zich maar bij ons en niet via de krant en ook niet via de Kamer, bij u. Ik heb gewoon een overeenkomst die wij uitwerken. Ik werp het dus echt verre van mij.


Mevrouw Diks (GroenLinks):
Ik hoef niet op te komen voor het bestuur in Amsterdam. Het gaat mij om de houding die Defensie aanneemt ten opzichte van andere overheden, in dit geval de lokale. Daar maak ik mij zorgen over. Het gaat om de uitleg. Het gaat ook om de communicatie, om de toon die wordt gekozen. Als u het anders hebt ervaren vanuit uw positie, dan snap ik dat het akelig is dat het op deze manier in de krant komt of dat het op deze manier wordt gepresenteerd. Ik roep u dan op om spoedig met hem in overleg te gaan of hem uit te nodigen en het gesprek aan te gaan, want het heeft natuurlijk geen enkele zin om beiden vanuit een loopgraaf elkaar eens de eigen waarheid te gaan vertellen.


Minister Bijleveld:
Ik wil hier toch echt wat over zeggen, want u maakt echt een karikatuur van wat er is afgesproken. Stel dat ik een afspraak met u heb, mevrouw Diks. Ik weet dat mevrouw Diks in het verleden wethouder is geweest. Als ik als minister een afspraak heb met een wethouder, gewoon ondertekend, als u dat in uw college heeft gebracht en als het in de raadscommissie is geweest, dan hebben wij toch een afspraak? Als ik bijvoorbeeld een afspraak met u heb over het vliegveld in Leeuwarden en u denkt dat er iets mis is met die afspraak, dan komt u toch bij mij? Dan gaat u toch niet naar de Kamer lopen? Dan gaat u toch niet via de krant praten? Dat vind ik echt onordentelijk. U kunt nu niet tegen mij zeggen dat ik dan niet ordentelijk heb gehandeld of dat wij niet ordentelijk hebben gehandeld. Ik vind dit geen ordentelijk handelen. Er is nergens gemeld vandaag … De ambtenaren van Amsterdam die in die werkgroep eendrachtig werken aan de uitwerking van de afspraak die we hebben gemaakt op papier — ik heb u de data genoemd — wisten niets van deze kritiek. Ik weet niet waarom u dan volhoudt dat er bij ons iets verkeerd is. Ik zou zeggen: meneer Kock, als u wat te zeggen hebt bent u welkom. Maar ik ga hem niet uitnodigen. Dan moet hij zich maar zelf melden bij mij.


De voorzitter:
Nee, het spijt me, mevrouw Diks. We hebben wat afgesproken en u heeft mij allemaal gevraagd om streng te zijn. U mag erop terugkomen in tweede termijn. Ik heb zo'n vermoeden dat mevrouw Belhaj een vergelijkbare vraag gaat stellen, maar dat weten we nog niet.


Mevrouw Belhaj (D66):
Toch van een iets andere aard, over de rol van de Tweede Kamer. Ik kan mij niet herinneren dat wij ergens iets hebben staan over een heroverweging over dat Marine Establishment Amsterdam. Ik bekijk het eigenlijk eerder als Kamerlid, los van de goede relatie die u graag erop nahoudt met de heer Kock, een goede wethouder overigens. Ik zou graag van de minister willen weten wat de kosten zijn van het tussentijds breken van het contract dat in 2013 is afgesloten. Als we die contractbreuk inzetten, loopt Defensie dan het risico om eigenaar te worden van al het vastgoed op het terrein, inclusief restaurants? Wat zijn de totale financiële implicaties van een heroverweging, dus ook het besluit om alsnog een aantal dingen te renoveren? Is de minister bereid om de urgentie en nut en noodzaak, waar verschillende verhalen over bestaan, hier nog een keer aan te geven en anders in de tussentijd geen verdere stappen te nemen met betrekking tot de heroverweging totdat wij als Tweede Kamer zijn geïnformeerd over deze heroverweging?


De voorzitter:
Ik tel wel vijf vragen in deze interruptie. Het is bijna een debat op zich. Minister, graag kort antwoorden.


Minister Bijleveld:
Ik heb het genoteerd. Wij hebben in de Defensienota al aangeven dat wij eraan dachten om meer locaties open te houden dan de zes of zeven die wij in de Defensienota hebben genoemd, omdat wij anders zijn gaan kijken naar vastgoed en ook anders kijken naar onze aanwezigheid op verschillende plekken. Daar hebben wij op dit moment ook geld voor geraamd in onze begroting. Dan de vraag wat er dan was geraamd. In de begroting waren nog geen ontvangsten geraamd en ingeboekt voor de afstoting en de verkoop van MEA. Dat was omdat die ramingen sterk afhankelijk waren van het bestemmingsplan dat Amsterdam moest gaan maken. Wij zijn op dit moment gewoon eigenaar van al die gebouwen, nog steeds. Wij zijn nog steeds de eigenaar van alles wat daar is, ook van alles wat nu door bedrijfjes et cetera wordt gebruikt. Die gebouwen worden verhuurd door ons, of door een organisatie van de gemeente Amsterdam voor een aantal jaren aan mensen die daar gebruik van maken. Wij hadden daar geen ramingen van, omdat we niet precies wisten wat dat zou opleveren.

Wij hebben gekeken wat voor ons van belang is. Die presentie is voor ons van belang in het kader van de veiligheid. Dat is heel erg veranderd in de afgelopen jaren. Wij vinden het heel erg van belang dat wij ook present zijn in de hoofdstad met DCPL. Dat blijft op het MEA. Daar moet natuurlijk wel voor geïnvesteerd worden, net als dan in de legering geïnvesteerd moet worden. We zijn nu bezig met de Rijksbouwmeester en het Rijksatelier om daar plannen voor te maken. Daar maken we dan ramingen voor. Anderen zijn verhuisd. We zouden sowieso daar een footprint houden, want de marechaussee zou er altijd blijven. Dat is sowieso een punt dat ik hier wil ophelderen.

Wat zijn dan de consequenties? Er wordt een minder groot deel dan we oorspronkelijk van plan waren afgestoten. We hebben dus een iets lagere verkoopopbrengst, al is de prijs van de grond en de gebouwen misschien wel gestegen in de loop van de tijd. Dat weten we niet. Dat zullen we bekijken en dat kunnen we pas doen nadat de plannen waar de werkgroep nu aan werkt definitief zijn gemaakt. U zegt nu: wilt u tot die tijd niets meer doen? Het is voor Amsterdam ook niet zo gunstig als wij niks meer doen, zal ik u maar zeggen. Omdat we nu weten waar we blijven, kijken we met de Rijksbouwmeester hoe we dat precies vormgeven en kijken we met Amsterdam hoeveel woningen er kunnen worden gebouwd. Dat zijn er een heleboel, want ze kijken er daar heel anders naar. Dat heb ik vandaag nog geverifieerd.

Ehm. Niks meer doen, dat was uw vraag. Wilt u niks meer doen? Dat kan niet, want ik wil ook dingen overdragen aan Amsterdam. Ik denk dat ik ontzettende ruzie krijg met wethouder Kock als ik nu helemaal niks ga doen op verzoek van de Kamer, want ik ben van plan om per 1 januari weer een aantal gebouwen over te dragen aan de gemeente Amsterdam. De gemeente Amsterdam kan die dan tijdelijk verhuren tot zij een bestemmingsplan heeft gemaakt, tot zij een idee heeft wat zij daar precies wil doen. Dan gaan we gezamenlijk, met elkaar, aan die nieuwbouw beginnen. Als u dat zou willen — ik vind dat heel onverstandig — belemmert u dus eigenlijk ook de gemeente Amsterdam in de uitwerking van dat MEA-terrein. Dus laat het aan ons, zou ik zeggen.


De voorzitter:
Dan mevrouw Belhaj.


Mevrouw Belhaj (D66):
Toen ik in de Kamer kwam, werd ik geconfronteerd met een ander dossier. Dat is het dossier Doorn en Vlissingen. Dan ga je een beetje terug. Dan zie je de besluitvorming en dan zie je ook wat de verantwoordelijkheid is van Kamerleden. Er is nog meer gesproken over zo'n besluit dan over het besluit waarover u denkt dat u dat maakt zonder de Kamer expliciet te informeren over het nut en de noodzaak en over de financiële consequenties, ook als u zegt dat u de grondverkoop nog niet ingeboekt heeft. Stel dat het 200 miljoen is. Dan gooit u gewoon 200 miljoen weg voor iets voor P&O-mensen, die ook op andere plekken in Amsterdam prima terechtkunnen.

Voorzitter. Ik heb gevraagd om geen stappen te zetten met betrekking tot heroverweging. Alle stappen die Amsterdam afgesproken heeft met het ministerie van Defensie in 2013, mogen zo snel mogelijk in gang gezet worden. Al is het alleen maar omdat dit kabinet een opdracht heeft om 75.000 woningen te bouwen en er op die plek, geïnitieerd door Amsterdam, 1.600 woningen zouden moeten komen. Ik vind dat niet uit te leggen en ik wil echt dat de minister geen verdere stappen zet met betrekking tot de heroverweging. Anders moet ik daar een motie over indienen en dat zou ik niet nodig vinden.


De voorzitter:
Dan de minister.


Minister Bijleveld:
Voorzitter. Wij hebben de Kamer geïnformeerd bij brief op 10 juli over dat we dit van plan waren. Ik heb dat net aan u voorgelezen. De Kamer is er dus wel degelijk van op de hoogte, via Kamerstuk nr. 143 (33763). Daar staat dat in, dus de Kamer is wel degelijk geïnformeerd over dit voornemen. Wij hebben daar een overeenkomst met een gemeentebestuur over gesloten. U veronderstelt iets waar u geen basis voor heeft, want ik weet helemaal nog niet hoeveel woningen er zullen komen. De gemeente Amsterdam wist zelf overigens ook nog niet hoeveel woningen er zullen komen. Ik houd mij nu dus gewoon aan de afspraak die ik heb gemaakt met het college van Amsterdam. Die afspraak is gecommuniceerd met de gemeenteraad en met onszelf. Daar werken we op dit moment eendrachtig aan in een werkgroep. Ik zal u natuurlijk informeren over wat daar precies uitkomt. Dat kan ik op dit moment niet zeggen, want er wordt gewerkt aan wat er precies gaat gebeuren. Dat is wat ik kan doen en dat doen we gewoon samen met Amsterdam.


De voorzitter:
Mevrouw Karabulut, voordat u gaat spreken. Wij hebben geen afspraak gemaakt over het aantal interrupties, maar u heeft nu al vijf keer twee interrupties achter elkaar geplaatst. Dat is tien. Dat was het totale aantal interrupties bij de begroting Economische Zaken en Klimaat met twee bewindslieden. De staatssecretaris is nog niet eens begonnen. Ik doe dus toch een beroep mijnerzijds tot enige matiging als het zou kunnen. Is deze vraag cruciaal voor uw tweede termijn?


Mevrouw Karabulut (SP):
Nou, voorzitter, ik wil u mededelen dat ik op zich veel vragen heb voor de minister en veel minder vragen voor de staatssecretaris.


De voorzitter:
Daar ga ik u aan houden. Dat begrijpt u.


Mevrouw Karabulut (SP):
Vervolgens zou dit mijn laatste vraag aan de minister kunnen zijn als zij de andere onbeantwoorde vragen — één onbeantwoorde vraag — nog beantwoordt, waar ik zomaar van uitga. Maar ik kijk u aan, dus als u zegt: joh, doe niet …


De voorzitter:
Dan wachten we even tot de minister klaar is. Als het dan echt moet, wil ik misschien over mijn hart strijken. De minister.


Minister Bijleveld:
Over Amsterdam heb ik het mijne gezegd. Voor mij is het: een man een man, een woord een woord. Dat heeft u begrepen.



dinsdag 20 november 2018

Gaat de Tweede Kamer het Ministerie van Defensie terugfluiten inzake het Marineterrein?


De Tweede-Kamercommissie Defensie bracht in juni 2018 een werkbezoek aan het Marine-Etablissement 

Het Parool meldt vandaag het volgende:

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Kan Amsterdam straks toch gaan bouwen op het Marineterrein?

In een uiterste poging het Marineterrein toch te kunnen bebouwen, heeft Amsterdam de hoop gevestigd op de Tweede Kamer. 'Defensie heeft nut en noodzaak voor het openhouden niet aangetoond.'



DOOR: HANNEKE KEULTJES EN RUBEN KOOPS 20 NOVEMBER 2018

Wethouder Udo Kock (Marineterrein) praat zich al sinds het begin van de zomer de blaren op de tong. In juni kreeg hij geheel onverwachts van het ministerie van Defensie te horen dat het Marine Etablissement Amsterdam tóch in gebruik blijft als marinebasis.

Van de 12,7 hectare in hartje stad mag de gemeente niet het héle terrein, zoals in 2013 nog met het rijk was afgesproken, maar hoogstens de helft in gebruik nemen voor nieuwbouw.
Daarmee kunnen de plannen van de stad de prullenbak in. Er zouden 1400 woningen verrijzen - maar dat kan niet meer. "Op de helft kun je niet zomaar 700 woningen neerzetten. Dan wordt het dichtbebouwd terrein," weet Kock.
"Het was juist de bedoeling om er een open gebied van te maken met een park en innovatieve bedrijvigheid. Dit is second best."

Nieuwe investeringen
Kock heeft zijn laatste hoop gevestigd op de Tweede Kamer, die het ministerie kan terugfluiten. Woensdag wordt daar de begroting van het ministerie van Defensie behandeld. Daarin staan, na decennia van krimp, investeringen ter waarde van honderden miljoenen euro's voor de Nederlandse krijgsmachtOok blijven een aantal kazernes open die vanwege eerdere bezuinigingen op de nominatie stonden gesloten te worden. De Amsterdamse marinebasis is er daar een van. In 2011 werd bedacht dat het terrein zou worden afgestoten, sindsdien werkten gemeente en Defensie samen aan nieuwbouwplannen. Tot Defensie er een streep door zette.
Maar regeringspartij D66 - ook de partij van wethouder Kock - en oppositiepartij GroenLinks zetten nadrukkelijk vraagtekens bij de draai die het ministerie heeft gemaakt.

"Ik vind dat Defensie geen nut en noodzaak van het openhouden van het Marineterrein heeft aangetoond," stelt D66-Kamerlid Salima Belhaj. "De Kamer is niet geïnformeerd over de kosten die het handhaven van de basis met zich meebrengt. Die staan niet in de Defensienota en ook niet in de begroting."
De verkoop van het complex zou Defensie naar verluidt eenmalig rond de 250 miljoen euro opleveren. Verder zou het de krijgsmacht en besparing opleveren omdat de jaarlijkse exploitatiekosten van 4,2 miljoen euro vervallen. Nu moet het terrein opnieuw worden ingericht - met alle kosten van dien.
Volgens GroenLinks-Kamerlid Isabelle Diks kunnen de huidige functies ook op andere plekken in Amsterdam terecht. "Ik heb van Defensie geen enkel argument gehoord waarom hun aanwezigheid op deze specifieke plek noodzakelijk is. Defensie moet stoppen met eigenstandig handelen."
VVD en CDA willen zich niet in de discussie mengen. "Het is een zaak tussen Defensie en de gemeente Amsterdam," aldus VVD-Kamerlid André Bosman. Het CDA wil ook wachten tot staatssecretaris Barbara Visser (Defensie) de Kamer informeert over de uitkomsten van de onderhandelingen.

Analyse ontbreekt
Volgens Defensie is het complex van een steeds groter belang voor de veiligheid. Het kan dienen als uitvalsbasis voor contraterrorisme-eenheden, is bereikbaar over land en water en helikopters kunnen er relatief eenvoudig landen en opstijgen.
"Ik ken geen enkel land in Europa of in de wereld waar Defensie niet aanwezig is in zijn eigen hoofdstad om op te kunnen treden, juist als er sprake is van dreiging," zei Visser eerder deze maand.
Daar neemt Kock geen genoegen mee. "Aan de conclusie dat de veiligheidssituatie zou zijn veranderd, ligt geen analyse ten grondslag," zegt hij. "In 2015 zijn goede afspraken gemaakt over alternatieve landingslocaties voor helikopters en de andere veiligheidsfuncties."
In het regeerakkoord staat dat het extra geld voor Defensie bestemd is voor de slagkracht van de krijgsmacht, investeringen in materieel en de inzetbaarheid. Kock: "Het is de vraag of dit de slagkracht van Defensie nu echt vergroot."




donderdag 12 juli 2018

Item AT5: "Gemeenteraad verbijsterd en verbolgen na soap rond Marineterrein"

Projectbureau Marineterrein stuurt vrij hilarische brief over soap rond Defensie-claim



Status Bureau Marineterrein
De positie van Bureau Marineterrein, de projectorganisatie die verantwoordelijk is voor de tijdelijke verhuur van bestaande gebouwen en de voorbereiding van de herontwikkeling, is niet altijd even makkelijk geweest. Het is een samenwerking tussen het Rijk (als huidige eigenaar van het Marineterrein) en de gemeente Amsterdam (als beoogd koper). En daar wringt het natuurlijk af en toe, vanwege tegenstrijdige belangen.

OV-fietsen
Rijksvastgoed wil de grond voor een goede prijs verkopen en wil met de (tijdelijke) invulling het terrein ook meer waarde geven. Daarover was voormalig wethouder 
van Amsterdam, Eric van der Burg ook altijd heel duidelijk. Aan de andere kant wil de gemeente natuurlijk niet de hoofdprijs betalen en zelf kunnen bepalen wat er in de toekomst met deze plek gaat gebeuren. Welke partij hierin de bovenhand voerde is voor een buitenstaander niet te achterhalen. Aan de grote hoeveelheid OV-fietsen die elke dag het terrein opkomen is op te maken dat het aandeel ambtenaren van buiten Amsterdam waarschijnlijk niet gering is.

Draai Defensie
En toen kwam vorige week het nieuws dat Defensie toch het terrein niet wilde verlaten. Men zou het nodig hebben in het kader van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van de nationale veiligheid (terrorismebestrijding) en het rekruteren van nieuwe manschappen. Twee argumenten die de komende tijd nog zeker tegen het daglicht gehouden zullen worden. De gemeente was woedend en verbijsterd. Men probeert op dit moment te redden wat er te redden valt om de oorspronkelijke plannen toch nog uit te kunnen voeren.

Brief
De gemeente Amsterdam en het Rijk staan nu dus tegenover elkaar. Beide hebben andere plannen met het terrein. Dat maakt de positie van Bureau Marineterrein, waarin dus zowel Rijk als gemeente vertegenwoordigd zijn, zeer lastig. De afgelopen dagen was het dan ook erg stil in de externe communicatie. Tot er gisteren een brief uitging naar relaties met daarin het standpunt van het Bureau over de nieuw ontstane situatie. Uit de inhoud blijkt toch wel de invloed van het Rijk op de organisatie. Het getouwtrek dat is ontstaan wordt gespind als ware het een positief iets!
Ik citeer:

"Ze [Defensie, red.] zien het belang van hun betrokkenheid bij een internationaal innovatief milieu in een van de meest gewilde steden van de wereld. En daar zijn we blij mee."

"Wij zien ze als een welkome medebewoner, [...]"

"Het betekent dat we intensiever gaan samenwerken [...]"

"Herontwikkelingen gaat nooit in een rechte lijn. [...] We zijn, zoals altijd, in beweging."


Ik neem het Bureau Marineterrein niet kwalijk dat ze met een dergelijk statement naar buiten treedt, maar erg geloofwaardig is het niet. Misschien was het slimmer geweest te wachten tot er op politiek niveau een compromis is gesloten, waarna de positie van alle betrokkenen kan worden heroverwogen. Ook die van het Bureau.
Het belooft een hete zomer te blijven.


Hieronder lees je de complete brief.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Beste ...,

Onlangs is in het nieuws gekomen dat Defensie toch niet weggaat van het Marineterrein. Eigenlijk geen nieuws. Van meet af aan is Defensie betrokken bij de herontwikkeling en tot op de dag van vandaag werkt ze actief mee.  CODAM is al maanden aan het bouwen op - nu nog - militair terrein, gebouw 027W wordt overgedragen aan AMS om plaats te bieden voor de derde universiteit van de stad en het sportveld wordt al gebruikt door jeugdvoetballertjes uit de buurt. 

Wel heeft Defensie onlangs aangegeven zich te willen heroriënteren op het toekomstig gebruik van het terrein. Ze zien het belang van hun betrokkenheid bij een internationaal innovatief milieu in een van de meest gewilde steden van de wereld. En daar zijn we blij mee. Het betekent dat we intensiever gaan samenwerken op het gebied van onder andere onderwijs, technologie en sport en dat we zullen zoeken naar mogelijkheden voor medegebruik van elkaars faciliteiten. Het betekent ook dat ruimtelijk gezien Defensie iets meer aanwezig zal zijn op het terrein dan eerder in de plannen was voorzien. Wij zien ze als een welkome medebewoner,  omdat de waarden waarop het Marineterrein nu al jaren wordt ontwikkeld gebaseerd zijn op de historie van het terrein. Focus, verbinding en vernieuwing waren vroeger en zijn in de toekomst de centrale kwaliteiten om nieuwe mogelijkheden, kennis en welvaart te kunnen ontdekken. Kwaliteiten die ook Defensie in hoge mate kenmerkt. 

In de afgelopen jaren is Marineterrein Amsterdam onderdeel van de stad geworden en serieus ontwikkeld tot een hotbed voor innovatie. In hartje Amsterdam is een zeldzame community ontstaan van organisaties en onderzoekers die samen oplossingen bedenken voor de uitdagingen die de steeds sneller veranderende wereld oproept. Hoe verdelen we de schaarse ruimte, hoe om te gaan met een data-gedreven samenleving, hoe blijven we gezond en hoe zullen we in de toekomst wonen?

Omdat het Marineterrein niet openbaar is maar publiek toegankelijk gelden er minder regels dan elders in de stad. We kunnen hier allerlei projecten bedenken, testen en toepassen die passen bij het eindbeeld dat Rijk en gemeente voor ogen hebben met het terrein. Dit biedt unieke kansen voor de organisaties op het terrein en daarmee zetten we ook direct heldere contouren neer voor de latere invulling van het gebied. 

Herontwikkelingen gaat nooit in een rechte lijn. Het is hollen en stilstaan, op en neer, wikken en wegen. Maar vooral gewoon doorgaan. Ook deze zomer gaan we aan de slag met nieuwe projecten en verwelkomen we weer enkele nieuwe, grote organisaties op het terrein  - je leest er spoedig meer over in krant en online. We zijn, zoals altijd, in beweging. 

Fijne zomer toegewenst.

Met vriendelijke groet,
Namens Bureau Marineterrein 

Liesbeth Jansen

woensdag 11 juli 2018

Wethouder Kock over claim op Marineterrein: Defensie wil ruim 50%, maar dat gaat niet gebeuren!

Vandaag heeft de Raadscommissie Ruimtelijke Ordening van wethouder Udo Kock vernomen hoe volgens hem de gemeenteraad verder moet in de nieuw ontstane situatie rond het Marineterrein. Nu Defensie heeft aangegeven niet te willen vertrekken moet Amsterdam zich herbezinnen op de te volgen strategie. Kock deed een voorzet waarin hij voorstelt niet op de rem te trappen, maar constructief door te gaan met een gezamenlijke herontwikkeling van het terrein.

Defensie wil volgens Kock om twee redenen op het terrein blijven: vanwege de veiligheidsaspecten (terreurdreiging) en om de dienst werving en selectie zichtbaar te houden. Daarvoor heeft men een helikopterlandplaats en de sportvelden nodig.  Het Rijk blijft het daarnaast eens met de afgesproken  kernvoorwaarden voor herontwikkeling: een goed ontwerp, wonen en werken in een innovatie-district, en verbinding met de omliggende wijken.

Kock wil dus graag proberen op basis van de bestaande bestuursovereenkomst door te gaan, maar garandeert geen succes. Stoppen met het project is echter geen optie als het aan de wethouder ligt. Het uitvoeren van de twee door Defensie gewenste functies op een zo klein mogelijk oppervlak is voor hem het uitgangspunt. Van het simpelweg opeisen van zoveel mogelijk grond kan dus geen sprake zijn, aldus Kock.

Hieronder een kort verslag van de vergadering uit Het Parool.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Raadsleden ontstemd over besluit Defensie

DOOR: MICHIEL COUZY 11 JULI 2018, 16:06 ; PAROOL

Amsterdamse raadsleden en wethouder Udo Kock zijn 'verbaasd en verbijsterd', 'geschrokken' en 'teleurgesteld' over het besluit van Defensie om op het Marineterrein te blijven. Het is nu redden wat er te redden valt.

Een paar weken geleden was Udo Kock nog blij dat hij zich als wethouder bezig gaat houden met het Marineterrein. Maar op 19 juni volgde de teleurstelling, toen hij vernam dat Defensie toch blijft op het stukje Amsterdam achter het Scheepvaartmuseum. "Sommigen van u kennen mij een beetje en weten dat omgaan met teleurstellingen niet mijn sterkste kant is."

Teleurgestelde reacties vanuit politiek
De Amsterdamse politiek is domweg verbouwereerd door het bericht dat Defensie, in strijd met de gemaakte afspraken, terug komt op de afspraak om te vertrekken van het Marineterrein, zo bleek woensdagmiddag tijdens een spoeddebat in de gemeenteraad.
"Een onaangename verrassing," zei Carolien de Heer (PvdA). "Wij zijn verbaasd en verbijsterd," aldus Nienke van Renssen (GroenLinks). Anton van Schijndel (Forum voor Democratie) vroeg zich af of de gemeente niet kan eisen dat Defensie zijn afspraken nakomt, die zijn tenslotte vastgelegd in een contract.

Afspraak van de baan
Defensie zou volgens deze afspraken plaats maken voor een nieuwe stadswijk met woningen, bedrijven en recreatieruimte. De gemeente was al gevorderd met het maken van plannen hierover, maar die kunnen in de prullenbak. Defensie blijkt toch te hechten aan een plek in Amsterdam vanwege de veiligheid en voor werving van nieuw personeel.

Toen Kock dit besluit vernam, pakte hij direct de auto om in Den Haag te horen wat er aan de hand is. Daarna volgden nog twee gesprekken met het ministeries van Defensie en Binnenlandse Zaken (Vastgoed), waarbij ook waarnemend burgemeester Jozias van Aartsen aanwezig was.
"Uiteindelijk is het heel eenvoudig," aldus Kock, "zij willen op het terrein blijven. Daar kun je van alles van vinden, maar daar kunnen we niet veel tegen doen. We zouden de overeenkomst kunnen ontbinden of Defensie aan afspraken houden, maar daar schieten we niets mee op. Want dan hebben we niets." 


Zijn voorstel is om te redden wat er nog te redden valt. "De hamvraag is of we op minder dan het hele terrein functies van Defensie kunnen combineren met iets moois voor de stad. Dat is verdraaide lastig, maar niet onmogelijk. Het is de moeite waard om dit vervolgtraject in te gaan."

Hij gaf aan dat Defensie ruim de helft van het terrein claimt, maar dat is voor Amsterdam onbespreekbaar. Amsterdam eist voldoende ruimte voor wonen en werken en dat het terrein wordt verbonden met de rest van de stad.

dinsdag 10 juli 2018

Nieuwe samenwerkingsafspraken Rijksvastgoedbedrijf en brief aan gemeenteraad over claim Defensie op Marineterrein



Hieronder de samenwerkingsafspraken tussen gemeente en het Rijksvastgoedbedrijf en de brief van het college van burgemeester en wethouders aan de gemeenteraad.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Rijksvastgoedbedrijf 
Datum 9 juli 2018

Samenwerkingsafspraken Ontwikkeling Marineterrein Amsterdam

Uitgangspunten
1. Het ministerie van Defensie, de gemeente Amsterdam en het Rijksvastgoedbedrijf ontwikkelen samen met de Rijksbouwmeester het Marineterrein Amsterdam en zetten daarvoor hun samenwerking voort. Uitgangspunt is om, in een gemeenschappelijke zoektocht naar mogelijkheden en win-win situaties op het Marineterrein, een internationaal innovatiemilieu te ontwikkelen met voldoende ruimte voor innovatie, werkgelegenheid, scholing en wonen.
2. Daarbij wenst defensie op het marineterrein zichtbare aanwezigheid voor inzet bij veiligheidsissues met een helikopterlandingsplaats en een geschikte locatie om de grote opgave op het gebied van werving en selectie te kunnen realiseren, waarbij een colocatie met sportvoorzieningen noodzakelijk is.
3. Partijen zijn het erover eens dat het daarbij van belang is waar mogelijk een verbinding met de omliggende (woon)wijken te creëren, zowel in ruimtelijk als in sociaal-economisch opzicht, passend binnen het stedenbouwkundig concept van de ontwikkeling van het Marineterrein Amsterdam.
4. Partijen zullen samen met de rijksbouwmeester, uitgaande van de afgesproken hoogwaardige stedelijke functie, de komende periode gezamenlijk de uitwerking ter hand nemen. Als leidende principes bij de uitwerking is gekozen voor 1. verdichting van de bebouwing, 2. medegebruik waar mogelijk, waarbij in elk geval gedacht wordt aan de sportlocatie en mogelijk het evenementengebouw, en 3. aandacht voor het inpassen van terreinafscheidingen in het stedenbouwkundig concept.

Nadere afspraken
5. Defensie verschuift zijn aanwezigheid fasegewijs naar het terreindeel waarop het defensieterrein wordt ontwikkeld. Het tempo van verschuiven wordt bepaald in overleg tussen partijen en wordt vastgelegd. De ruimte die vrijkomt is beschikbaar voor herontwikkeling. Defensie is bereid de netto grondopbrengsten deels in te zetten voor de hoogwaardige ontwikkeling van het defensieterrein.
6. Het huidige gebruik op het reeds vrijgegeven terrein houdt zijn positie. De ontwikkeling komst fasegewijs tot stand, in aansluiting op het tempo waarin de defensieactiviteiten verschuiven. Deze fasering vormt onderdeel van de uitwerking.
7. Onderzocht wordt hoe en waar binnen het defensieterrein een helikopterplaats wordt gerealiseerd die veilig is en het overige gebruik van het Marineterrein Amsterdam niet onnodig hindert. Het gebruik van de huidige helikopterplaats wordt zo snel mogelijk afgebouwd omdat dit het gebruik van het terrein belemmert.
8. Over het depot van het Scheepvaartmuseum worden nadere afspraken gemaakt.
9. De voorwerf blijft onbebouwd.

Proces
10. De burgemeester en de wethouder EZ/Marineterrein brengen deze voorgestelde uitwerking in het College van B&W van 10 juli 2018 en de wethouder EZ/Marineterrein in de Raadscommissie RO van 11 juli 2018.
11. De minister van Defensie informeert haar collega’s over deze voorgestelde uitwerking voor het zomerreces.
12. Bij accordering worden lopende huurcontracten op het vrijgegeven terrein en aangegane huurverplichtingen gerespecteerd. Concreet betekent dit dat voor Codam (gebouw 39) en AMS (gebouw 27W) door Defensie in overleg voldoende ruimte wordt gemaakt voor bouw en gebruik. Bij voorkeur voor 1 september 2018, in afwachting van verplaatsing van de ondergrondse infrastructuur, is het hek verplaatst tot ruime afstand, zo mogelijk tot voorbij de bestaande helikopterplaats. Het Projectbureau continueert zijn functie.
13. Bij accordering maken de gemeente Amsterdam (penvoerder) en het Rijksvastgoedbedrijf, uitgaande van de concept-Nota van Uitgangspunten, een aangepaste Nota van Uitgangspunten voor het terrein die kan rekenen op goedkeuring van de gemeenteraad. De Rijksbouwmeester treedt hierbij op als adviseur. Defensie (via H-DVM) wordt hierin betrokken.

----------------------------------------------------------------------------------------------

Aan de leden van de Amsterdamse gemeenteraad
Datum 10 juli 2018

Onderwerp:


Nadere informatie Marineterrein Amsterdam

Zeer geachte leden van de Amsterdamse gemeenteraad,

Vorige week bent u geïnformeerd over de recente ontwikkelingen rond het Marineterrein Amsterdam. Daarbij hebben wij u toegezegd dat u nader zou worden geïnformeerd na afloop van een volgend bestuurlijk overleg. Dit overleg heeft plaatsgevonden op 5 juli jl. Met deze brief informeert het college u over het proces en over de uitgangspunten die in het bestuurlijk overleg in samenspraak met het Rijk zijn geformuleerd voor de verdere ontwikkeling van het Marineterrein.

Achtergrond
Sinds 2011 werken het Rijk en de gemeente Amsterdam samen aan de ontwikkeling van het Marineterrein Amsterdam. De afspraken voor deze gezamenlijke ontwikkeling zijn vastgelegd in de Bestuursovereenkomst Ontwikkeling Marineterrein Amsterdam, welke op 5 december 2013 is ondertekend. De essentie hiervan is de ontwikkeling van het terrein tot internationaal toonaangevend nieuw stuk stad met een mix van kennisinstellingen, werken, wonen en recreëren. Waar de nadruk zowel ligt op talentontwikkeling en innovatieve bedrijvigheid als op wonen en elkaar ontmoeten in een aantrekkelijke openbare ruimte van groen en water. In de jaren na ondertekening van de bestuursovereenkomst zijn meerdere stukken voor de planvorming voor het Marineterrein door Rijk en gemeente opgesteld en bekrachtigd (waaronder de principenota en een concept Nota van Uitgangspunten), waarin deze ontwikkeling verder is uitgewerkt. Defensie zou, conform de afspraak uit de Bestuursovereenkomst, op 1 juli 2018 het terrein grotendeels vrijgeven voor verdere ontwikkeling.


Heroverweging Defensie
Op 13 juni jl. heeft het Rijksvastgoedbedrijf in de Stuurgroep Marineterrein gemeld dat Defensie haar positie op het terrein heroverweegt. Daarbij is aangedrongen op een bestuurlijk overleg op zeer korte termijn. Op 19 juni jl. heeft het Rijk tijdens een bestuurlijk overleg kenbaar gemaakt een groot deel van het Marineterrein voor gebruik door Defensie te willen behouden. Vervolgoverleg vond plaats op 29 juni jl. De gemeente Amsterdam heeft het Rijk gemeld dat de gemeente Amsterdam zo spoedig mogelijk afspraken wil maken over het hervatten van de ontwikkeling zoals overeengekomen in de Bestuursovereenkomst uit 2013. Defensie heeft daarop aangegeven wat de beweegredenen zijn een groter deel van het Marineterrein voor eigen gebruik te willen behouden. Kort samengevat zijn deze redenen de veranderde veiligheidssituatie en de zichtbare aanwezigheid van Defensie in Amsterdam. Daarvoor wilde Defensie ongeveer de helft van het terrein afgesloten houden.

Daarom is op 5 juli jl. wederom overleg gevoerd. Voorafgaand daaraan is gezamenlijk verkend of en in welke mate de ambities van beide partijen verenigbaar zijn in een ontwikkeling die recht doet aan a.) wat partijen met de Bestuursovereenkomst beoogd hebben en b.) de wensen van Defensie om zichtbaar aanwezig te blijven in Amsterdam. Tijdens dit overleg hebben de partijen geconcludeerd dat de ontwikkeling zoals tot nu toe was bedacht, zal wijzigen. De manier waarop de ontwikkeling alsnog plaats kan vinden wordt onderzocht op basis van een aantal in het bestuurlijk overleg gezamenlijk geformuleerde uitgangspunten. Deze zijn als bijlage bij deze brief opgenomen.

De gemeente Amsterdam en het Rijk blijven met elkaar in gesprek en onderzoeken samen of het mogelijk zal zijn alsnog tot een aangepaste ontwikkeling te komen die zowel ten goede komt aan de stad als aan Defensie. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Met de meeste hoogachting,
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam

Defensie noemt de weigering Marineterrein te verlaten 'samenwerking' met gemeente

Het Ministerie van Defensie meldt op haar website het volgende:

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------



Rijk en Amsterdam ontwikkelen samen marineterrein verder

Nieuwsbericht | 10-07-2018 | 16:50

Defensie, de gemeente Amsterdam en het Rijksvastgoedbedrijf gaan samen met de Rijksbouwmeester het Marine Etablissement Amsterdam (MEA) verder ontwikkelen. Uitgangspunt is te komen tot een gebied met voldoende ruimte voor innovatie, scholing en wonen en waar ook Defensie een plaats heeft.

In 2013 spraken Defensie en de gemeente Amsterdam af om het terrein gefaseerd over te dragen aan de gemeente. Inmiddels zijn er voor Defensie dwingende redenen om een groter deel van het complex te behouden. Minister Ank Bijleveld: “Het MEA is strategisch gelegen in de hoofdstad. En met een helikopterlandingsplaats is het belangrijk voor de openbare orde en de nationale en internationale veiligheid. Daarnaast willen we zichtbaar blijven in de hoofdstad. De kazerne is een belangrijke locatie om de grote opgave op het gebied van werving en selectie te kunnen realiseren.”

Het ministerie, de gemeente en de rijksbouwmeester nemen samen de uitwerking van de plannen ter hand. Hierbij wordt uitgegaan van de afgesproken hoogwaardige stedelijke functie. Leidende principes zijn:
-) verdichting van de bebouwing,
-) medegebruik waar mogelijk. In elk geval wordt gedacht aan de sportlocatie en mogelijk het evenementengebouw;
-) aandacht voor het inpassen van terreinafscheidingen in het stedenbouwkundig concept.
Hoogwaardige ontwikkeling

Het verschuiven van de activiteiten van Defensie naar het uiteindelijke terrein gebeurt gefaseerd en in overleg met de gemeente Amsterdam. Defensie heeft toegezegd te investeren in hoogwaardige ontwikkeling van het Defensieterrein. De grootte van het Defensiedeel is nog onderwerp van overleg.

Onderzocht wordt hoe en waar op het Defensieterrein een helikopterplaats kan worden gerealiseerd. Die moet veilig zijn en het overige gebruik van het terrein niet onnodig hinderen. Het gebruik van de huidige helikopterplaats wordt zo snel mogelijk afgebouwd. Dit belemmert namelijk het gebruik van het terrein.

Na goedkeuring door de gemeenteraad werken de gemeente en het Rijksvastgoedbedrijf in overleg met Defensie de uitgangspunten verder uit.

College B&W Amsterdam legt zich neer bij claim Defensie op Marineterrein



Het Parool meldt vandaag het volgende:

-----------------------------------------------------------------------------------
DOOR: MARC KRUYSWIJK EN HANNEKE KEULTJES 10 JULI 2018, 16:19

Defensie blijft op Marineterrein


Defensie vertrekt niet van het Marineterrein. Met Amsterdam is overeengekomen dat eerder gemaakte afspraken voor een vertrek worden gewijzigd.

Defensie zegt 'zichtbaar' aanwezig te willen blijven in de stad in verband met 'de veranderende veiligheidssituatie'.
Dat schrijft het college in een brief aan de gemeenteraad. Het leger wil onder meer de beschikking blijven houden over een helikopterlandingsplaats in Amsterdam. Op het Marineterrein is vooralsnog zo'n landingsplaats beschikbaar, maar waarschijnlijk wordt die verplaatst.
De gang van zaken is zeer teleurstellend voor de gemeente, die grote plannen had met de ontwikkeling van het terrein waar de Koninklijke Marine en andere defensieonderdelen al 360 jaar zit.

Innoverende bedrijven
De stad heeft er innoverende bedrijven, recreatiegebied en woningen gepland. Een woordvoerder van wethouder Udo Kock wil geen reactie geven over de gang van zaken.
Jarenlang ontruimde Defensie stapsgewijs het Marineterrein, maar pal voor 1 juli, de afgesproken vertrekdatum, gaf de krijgsmacht aan zich te hebben bedacht. Volgens de gemeente kwam Defensie op 19 juni met dat bericht. Het ministerie zette ineens in op behoud van de helft van het terrein.
Na die mededeling zijn er gesprekken geweest tussen het ministerie en de gemeente die hebben er dus toe hebben geleid dat Defensie meer terrein behoudt. Hoeveel ruimte Defensie uiteindelijk op het Marineterrein krijgt, is nog onderwerp van overleg.

Sportlocatie
Wel wordt er volgens een verklaring van het ministerie gekeken naar gebouwen die zowel door de krijgsmacht als het publiek gebruikt kunnen worden. "Gedacht wordt aan de sportlocatie en mogelijk het evenementengebouw."

Minister Ank Bijleveld van Defensie zegt in een verklaring dat er 'dwingende redenen' zijn om een groter deel van het complex te behouden. Volgens haar is het belangrijk zichtbaar te blijven in de hoofdstad en is de kazerne 'een belangrijke locatie' als het gaat om werving van nieuwe militairen.
"Het Marineterrein is strategisch gelegen in de hoofdstad en met de helikopterlandingsplaats belangrijk voor de openbare orde en de nationale en internationale veiligheid."
Het gebruik van die huidige helikopterlandingsplek wordt wel 'zo snel mogelijk afgebouwd' omdat de vliegende helikopters het gebruik van het terrein belemmeren. Op het terrein moet op een andere, veilige plek een nieuwe landingsplaats komen.

Verkopen
Het besluit om het Marineterrein te verlaten en te verkopen stamt uit 2011, toen Defensie 1 miljard euro moest bezuinigen. In 2013 werd een overeenkomst gesloten: het rijk zou het terrein stap voor stap verlaten en de grond zou een openbare functie voor de stad krijgen.
Het besluit om toch een deel van het Marineterrein te behouden, past in de Defensienota die Bijleveld en staatssecretaris Barbara Visser eind maart presenteerden. Daarin stelden de bewindsvrouwen dat een aantal te sluiten defensielocaties toch open zouden blijven: vijf kazernes en een munitiecomplex. Andere locaties waren toen nog in onderzoek.

Fietsroutes
De ontwikkeling van de door Defensie verlaten delen van het Marineterrein is al begonnen. Er lopen fietsroutes over het terrein en aan de achterkant is een brug gebouwd naar de Dijksgracht.
Op de 12,7 hectare rijksgrond zijn al 360 jaar verscheidene onderdelen van Defensie gevestigd. Als permanente gebruiker zou alleen een wervingsafdeling op het terrein terugkeren.


Agendapunt Raadscommissie Ruimtelijke Ordening inzake verwarring over toekomst Marineterrein



De fracties van D66, VVD, GroenLinks, PvdA en SP in de Amsterdamse gemeenteraad hebben geëist dat de plotselinge verwarring over de toekomst van het Marineterrein zo snel mogelijk op de agenda van de Raadscommissie Ruimtelijke Ordening worden gezet.
Dit is gebeurd via het aanvragen van een zogenaamde 'actualiteit'.
Door middel van een actualiteit kan een raadslid een spoedeisende zaak in de gemeenteraad aan de orde stellen. Eventueel kan dan via een motie een uitspraak van de raad worden verkregen.

Afgelopen maandag werd bekend dat Defensie de afspraak om op 1 juli jongstleden het terrein te verlaten niet heeft nagekomen. De krijgsmacht zou haar kazerne in het centrum van Amsterdam namelijk alsnog willen behouden. Dit na een periode van 5 jaar gemeentelijke planning, voorbereiding en investeringen om het gebied klaar te maken voor woningbouw, innovatieve bedrijven en buurtvoorzieningen. Lokale en Haagse politici zijn zeer verrast door deze plotselinge draai van de Rijksoverheid.


Hieronder de tekst van de actualiteit zoals deze morgen (11 juli 2018) in de Raadscommissie Ruimtelijke Ordening zal worden behandeld.
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Jaar 2018 
Datum indiening 3 juli 2018 
Datum behandeling 11 juli 2018 

Onderwerp 
Actualiteit van het raadslid Naoum Néhmé c.s. inzake ontwikkelingen omtrent het Marineterrein 

Aan de commissie

Inleiding 
In het Parool van 3 juli verscheen het bericht dat het ministerie van Defensie mogelijk terug wil komen op eerdere afspraken om het Marineterrein aan de gemeente Amsterdam te verkopen. Daardoor lopen de plannen van de gemeente om het terrein te herontwikkelen het risico om forse vertraging op te lopen of te worden geannuleerd. 

Reden bespreking 
De gemeente heeft grote plannen om het Marineterrein te herontwikkelen. Deze plannen zijn sinds lange tijd in de maak en het is van belang voor eventuele toekomstige gebruikers om helderheid te krijgen over de toekomst van het terrein en hun eventuele rol daarin. 

Reden spoedeisendheid 
Gezien de bijzondere ligging van het Marineterrein die kansen biedt voor veiligheid en eventuele nieuwe plannen is het van belang om spoedig duidelijkheid te krijgen over de toekomst van het terrein. Indieners overleggen hierover graag op korte termijn met college en commissie. 

De leden van de commissie, 
H. Naoum Néhmé 
N.A. van Renssen 
A.M. Bosman 
A.C. de Heer 
N.T. Bakker

vrijdag 6 juli 2018

Weigering Defensie om Marineterrein te verlaten met spoed op agenda raadscommissie




De fracties van D66, VVD, GroenLinks, PvdA en SP in de Amsterdamse gemeenteraad hebben geëist dat de bizarre ontwikkelingen rond het Marineterrein zo snel mogelijk op de agenda van de Raadscommissie Ruimtelijke Ordening worden gezet.
Dit is gebeurd via het aanvragen van een zogenaamde 'actualiteit'.
Door middel van een actualiteit kan een raadslid een spoedeisende zaak in de gemeenteraad aan de orde stellen. Eventueel kan dan via een motie een uitspraak van de raad worden verkregen.

Afgelopen maandag werd bekend dat Defensie de afspraak om op 1 juli jongstleden het terrein te verlaten niet heeft nagekomen. De krijgsmacht zou haar kazerne in het centrum van Amsterdam namelijk alsnog willen behouden. Dit na een periode van 5 jaar gemeentelijke planning, voorbereiding en investeringen om het gebied klaar te maken voor woningbouw, innovatieve bedrijven en buurtvoorzieningen. Lokale en Haagse politici zijn geschokt door deze plotselinge draai van de Rijksoverheid. 

De eerstvolgende Raadscommissie Ruimtelijke Ordening vindt plaats op woensdag 11 juli.