Marineterrein Amsterdam

Een onafhankelijk blog van een Kattenburger over de herontwikkeling van het Marineterrein Amsterdam. Van een gesloten enclave naar een plek voor iedereen. Blog Marineterrein gaat door als marinekwartier.com

Posts tonen met het label toekomst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label toekomst. Alle posts tonen

dinsdag 27 augustus 2019

Opnieuw vacatures (3×) voor staffuncties Bureau Marineterrein



Vorige maand werd al duidelijk dat men op zoek was naar een directeur voor de projectorganisatie Bureau Marineterrein. Dit ging om een tijdelijke functie van 1 a 2 jaar. Of de huidige directeur Liesbeth Jansen hierdoor weggaat of kan blijven is nog niet bekend gemaakt.

Sinds gisteren staan er nog eens drie vacatures voor staffuncties online.
Het gaat om de volgende functies:

Projectmanager Realisatie
Programma- en Communitymanager
Communicatiestrateeg

Alle contracten zijn in principe voor een jaar, met een optie tot verlenging.
In de omschrijvingen van werkzaamheden wordt met geen woord gerept over de lopende onderhandelingen tussen de gemeente Amsterdam en Defensie over het al dan niet overdragen / verkopen van het terrein. Maar als je daar als sollicitant niet inmiddels van op de hoogte bent is het natuurlijk de vraag of je überhaupt geschikt bent voor de baan ;-)
Als ik op de bijgevoegde foto van Planet Interim af ga is men in ieder geval op zoek naar een zeer relaxte witte man van rond de 40 jaar.


dinsdag 11 juni 2019

Woordvoerder Defensie: Marineterrein Amsterdam blijft grotendeels van de krijgsmacht



Terrein grotendeels behouden
Uit een artikel in het Algemeen Dagblad blijkt dat Defensie van plan is het Marineterrein Amsterdam grotendeels voor eigen gebruik te behouden. Dit terwijl er nog onderhandelingen met de gemeente lopen over de weigering van de krijgsmacht het terrein, zoals eerder is afgesproken, aan Amsterdam te verkopen. Of dit betekent dat de nu al openbare gedeeltes weer afgesloten gaan worden is niet duidelijk. 

Foutje of strategie?
Woordvoerders van Defensie hebben het echter wel vaker fout (ook richting hun eigen mensen is het ministerie niet altijd transparant), dus wellicht is er sprake van een misverstand. Of het is onderdeel van een communicatiecampagne om het publiek langzaam klaar te maken voor de totale terugname van het terrein. 

Het artikel in het AD (7 juni 2019) gaat voornamelijk over de verkoop van de PWA-kazerne te Gouda:

[...]

"De voormalige PWA-kazerne aan de Groen van Prinstersingel in Gouda is vandaag in verkoop gegaan. Partijen die aan de voorwaarden voldoen kunnen tot 29 november reageren op de openbare inschrijving.

Uiterlijk 1 maart 2020 maakt het Rijksvastgoedbedrijf bekend wie het voormalige complex, 13.700 vierkante meter groot, mag kopen. Het begin van de verkoop werd in mei een maand opgeschoven. Dit omdat het Ministerie van Defensie nog wilde overleggen over het verkooptraject.

Defensie hield de noodzaak om de voormalige PWA-kazerne in Gouda te verkopen eerder nog eens tegen het licht. Een woordvoerder: ,,Nu we financieel gezien weer wat ruimer zitten, hebben we gekeken of keuzes uit het verleden, over afstoten van panden, wel handig waren. Andere complexen behouden we wel, zoals de marinekazerne in Amsterdam. Daar blijven we wel grotendeels." "

[...]

foto: Hans Mauer, copyright NIMH

woensdag 29 mei 2019

Nieuw short-stay-hotel geopend op Marineterrein



Short Stay
In gebouw 025 (naast de fitness-tuin) is begin april een nieuwe short-stay-locatie geopend. Het gaat om een nevenvestiging van Pension Homeland, dat al vanaf het begin van de transformatie van het terrein een geweldige aanwinst is voor de buurt.

Leegstand
Gebouw 025 heeft gek genoeg lang leeg gestaan. In juli 2016 werden er door Rijksvastgoed bij de al aanwezige organisaties op het terrein ideeën opgehaald voor een nieuwe bestemming. In december van datzelfde jaar had men een huurder gevonden: The Startup Orgy (TSO). Zij wilden er een startup-walhalla van maken met werkplekken, een restaurant en appartementen.
Uiteindelijk is dit niet van de grond gekomen en nam Pension Homeland het stokje over.

Short / Extended / Serviced
De naamgeving van het soort verhuur heeft wat voeten in de aarde gehad. In eerste instantie sprak men van 'short stay', daarna van 'extended stay', en nu worden te verhuren appartementen en kamers 'serviced apartments' genoemd. Po-tay-to po-tah-to... Het heeft allemaal te maken met de verhuurtermijnen. Iets wat de kamers onderscheidt van hotelkamers of 'echte' woningen.

Vintage
De kamers zijn net als in Pension Homeland lekker vintage ingericht. Met schilderijen van de vorig jaar overleden acteur en schilder Cor van Rijn. Het oogt allemaal zeer smaakvol en origineel.
Van de website:
In "Van Rijn" zijn 21 kamers en 4 appartementen beschikbaar voor een langere verblijfsduur.
Expats, studenten, academici, stagiaires, wetenschappers, professionelen en vakantiegangers zijn hier welkom voor een periode van 7 tot 180 nachten.
De kamers zijn voor eenpersoons gebruik. Een tweede gast is welkom in overleg. De appartementen zijn ingericht voor tweepersoons gebruik.






Foto's Pension Homeland

woensdag 22 mei 2019

Minister Bijleveld weigert opnieuw toelichting op aanhouden Marineterrein

Het antwoord dat je wist dat zou komen
Gisteren -de timing is slim gekozen: tussen de presentatie van een nieuwe CDA-fractievoorzitter en het ontslag van een VVD-staatssecretaris- kwam er dan eindelijk de lang verwachte beantwoordingsbrief van de minister van Defensie.
Eind maart werd via een WOB-verzoek duidelijk dat de argumenten die het Ministerie van Defensie aan de Tweede Kamer gaf om toch op het Marineterrein te blijven totaal geen hout snijden. Ook Het Parool berichtte over de kwestie. Kamerlid Belhaj van D66 vroeg onmiddellijk een Kamerdebat aan.
Zij werd hierin gesteund door verschillende partijen, maar de coalitiepartners van D66 wensten dit verzoek niet in te willigen en namen voorlopig genoegen met het aanvragen van een brief bij minister Bijleveld.


Verschillende adviezen
Het antwoord op die brief kwam er nu dus eindelijk, maar stemt niet echt tot tevredenheid.
De zeer summiere argumentatie uit een eerdere Kamerbrief wordt herhaald, maar niet -zoals door de Kamer gevraagd- nader toegelicht.
Bijleveld wijst er verder op dat er altijd verschillende ambtelijke adviezen worden uitgebracht en dat, zoals ook in dit geval, de inhoud daarvan sterk uiteen kan lopen.
Een dooddoener. Het lijkt me dat je de Kamer dan ook verteld waarom een bepaald advies de doorslag heeft gegeven.
Enige motivatie voor het vastgoed-argument wordt niet gegeven. Uitleg over de volgens Defensie verergerde veiligheidsrisico's in het centrum van Amsterdam evenmin.

Alternatieven
Daarnaast blijft de minister de door Amsterdam aangedragen alternatieven voor een plek in de hoofdstad negeren. De beantwoordingsbrief rept hier met geen woord over.

"Besluit is genomen"
Bijleveld zet met deze brief duidelijk de hakken nog verder in het zand. Ze schrijft: "Op grond van een zorgvuldige afweging van de verschillende argumenten heb ik een besluit genomen [...] Zodra de gezamenlijke planvorming voldoende is uitgekristalliseerd, zal ik u ook informeren over de financiële consequenties die dit mogelijk heeft voor de defensiebegroting."
Ze denkt hiermee de motie van Kamerlid Belhaj uit te voeren, maar deze eist ook nadrukkelijk uitleg over nut en noodzaak. Ik ga ervan uit dat de ondertekenaars van deze motie de minister hier alsnog aan gaan houden.

Hieronder de complete brief:

21-5-2019

Hierbij reageer ik op de vraag die tijdens het ordedebat van 26 maart jl. door het lid Belhaj (D66) is gesteld over wat ik heb aangegeven over het Marineterrein in Amsterdam en wat in de stukken staat die Defensie in antwoord op het WOB-verzoek van 25 augustus 2018 openbaar heeft gemaakt (Kenmerk 2019Z05881). 
Hiermee beantwoord ik ook het verzoek van de VCD uit uw brief van 16 mei jl. (Kenmerk 1029D19933).

Op 5 december 2013 is de bestuursovereenkomst gesloten voor de ontwikkeling van het ‘Marineterrein Amsterdam’. De overeenkomst voorzag in een gefaseerde terugtrekking van Defensie van het terrein, met uitzondering van de hoek waar de Koninklijke Marechaussee gehuisvest was. Nadat de marechaussee vanwege een reorganisatie geen behoefte meer had aan deze locatie, werd besloten dat het Dienstencentrum Personeelslogistiek in Amsterdam zou blijven. Onder het huidige kabinet is voor een andere koers gekozen. In de Defensienota 2018 is aangekondigd dat een aantal defensielocaties alsnog werd opengehouden en dat voor enkele andere locaties nog onderzoek gaande was. De belangrijkste overwegingen voor die nieuwe koers voor het Marineterrein Amsterdam heb ik vervolgens uiteengezet in mijn Kamerbrief van 11 juli 2018 (Kamerstuk 33 763, nr. 143). In de eerste plaats is de veiligheidssituatie veranderd en zijn er voor Defensie zwaarwegende redenen om een groter deel van het complex dan oorspronkelijk voorzien te behouden. In de tweede plaats wil Defensie zichtbaar aanwezig blijven in de hoofdstad, waarbij de kazerne ook een belangrijke locatie is om de grote opgave op het gebied van werving en selectie te kunnen verwezenlijken.

Na de heroverweging is het overleg begonnen tussen Defensie, de Gemeente Amsterdam, het Rijksvastgoedbedrijf en de Rijksbouwmeester om gezamenlijk het Marineterrein verder te ontwikkelen.

Dat er in de loop der tijd hierover verschillende en ook inhoudelijk afwijkende ambtelijke adviezen zijn uitgebracht, is een gebruikelijk verschijnsel in het politiek-bestuurlijke afwegingsproces. Ook de stukken die wegens dit WOB-verzoek openbaar zijn gemaakt lopen qua inhoud sterk uiteen: sommige pleiten – op sterk uiteenlopende gronden - vóór het behoud van een deel van het terrein, andere daartegen.

Op grond van een zorgvuldige afweging van de verschillende argumenten heb ik een besluit genomen en heb ik u vervolgens geïnformeerd over dat besluit en de achtergronden daarvan. Zodra de gezamenlijke planvorming voldoende is uitgekristalliseerd, zal ik u ook informeren over de financiële consequenties die dit mogelijk heeft voor de defensiebegroting. Ik ga dan ook graag met uw Kamer in gesprek, mede in het licht van de aangenomen motie van het lid Belhaj (Kamerstuk 35 000 X, nr. 58). Voor nu hoop ik uw Kamer voldoende te hebben geïnformeerd.

DE MINISTER VAN DEFENSIE

Drs. A.Th.B. Bijleveld-Schouten



donderdag 25 april 2019

Minister van Defensie Bijleveld stelt beantwoording vragen over Marineterrein wederom uit

Tweede Kamer wil opheldering
Eind maart werd via een WOB-verzoek duidelijk dat de argumenten die het Ministerie van Defensie aan de Tweede Kamer gaf om toch op het Marineterrein te blijven totaal geen hout snijden. Ook Het Parool berichtte over de kwestie. Kamerlid Belhaj van D66 vroeg onmiddellijk een Kamerdebat aan.
Zij werd hierin gesteund door verschillende partijen, maar de coalitiepartners van D66 wensten dit verzoek niet in te willigen en namen voorlopig genoegen met het aanvragen van een brief bij minister Bijleveld.


Uitstelbriefje
Gisteren (24 april 2019) kwam (na een maand!) het antwoord van het kabinet. Dat wil zeggen een brief. Een uitstelbrief... Uitstelbriefje...
Na een eerdere motie om meer informatie naast zich neer te hebben gelegd, blijkt minister Bijleveld opnieuw geen haast te maken met het informeren van de Kamer.

Hieronder het briefje:




UPDATE 20 mei 2019

Vaste Kamercommissie Defensie
Vorige week (16 mei 2019) toonde de Vaste Kamercommissie Defensie haar ongeduld in deze zaak en vroeg de minister via een brief wanneer ze haar stilzwijgen denkt te gaan doorbreken.

Hieronder de brief:



zondag 14 april 2019

VVD, CDA en ChristenUnie blokkeren (voorlopig) een Tweede Kamerdebat over achtergehouden documenten Marineterrein


Kamerlid Van Kooten-Arissen (PvdD) stemt voor een debat en Voordewind (CU) stemt tegen

Drie weken geleden werd via een WOB-verzoek duidelijk dat de argumenten die het Ministerie van Defensie aan de Tweede Kamer gaf om toch op het Marineterrein te blijven totaal geen hout snijden. Ook Het Parool berichtte over de kwestie. Kamerlid Belhaj van D66 vroeg onmiddellijk een Kamerdebat aan.
Zij werd hierin gesteund door verschillende partijen, maar de coalitiepartners van D66 wensten dit verzoek niet in te willigen en nemen voorlopig genoegen met het aanvragen van een brief bij minister Bijleveld. Dit was natuurlijk te verwachten, maar wellicht komt het later nog van een debat.

Hieronder een verslag van de regeling van werkzaamheden op 26 maart waarin duidelijk wordt dat VVD, CDA en ChristenUnie voorlopig tegen een debat zijn:


Mevrouw Belhaj (D66):
Voorzitter, dank. Ik doe een verzoek bij de regeling van werkzaamheden naar aanleiding van wat stukken die vrijgekomen zijn bij een WOB-verzoek over het marineterrein in Amsterdam. 
Wat schetst mijn verbazing? In al die stukken wordt klip-en-klaar uitgelegd waarom het opschorten van de verkoop van het marineterrein van Defensie aan Amsterdam geen hout snijdt. Geen enkel argument blijft overeind.

De voorzitter:

Dus?

Mevrouw Belhaj (D66):

Dat vind ik niet zo fijn, voorzitter.

De voorzitter:

Oké.

Mevrouw Belhaj (D66):

Dat is de "dus". Daarom denk ik dat er een noodzaak is om een debat aan te vragen, zodat volstrekte helderheid kan worden gegeven hoe er zo veel verschil kan zijn tussen datgene wat de minister heeft aangegeven en datgene wat in al die stukken staat van het ministerie van Defensie.

De heer Bosman (VVD):

Voorzitter. Ik denk dat het verstandig is als het ministerie duidelijkheid geeft in een brief. Ik vind het wel een beetje jammer — dat zeg ik ter ondersteuning van collega Belhaj — dat de Kamer hier verschillende keren over gesproken heeft en dat het ministerie van Defensie de stukken, die toch bekend zijn, niet proactief richting de Kamer heeft gestuurd. Als dat nog erbij zou kunnen, zou dat helder zijn. In ieder geval een brief. Daarna kijken we of er een debat nodig is.

De voorzitter:

Dus voorlopig geen steun.

De heer Bosman (VVD):

Nog geen steun.

De heer Kerstens (PvdA):

Voorzitter. Steun voor een brief, maar ook voor de debataanvraag.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Dat geldt precies hetzelfde voor GroenLinks, mevrouw de voorzitter. Een brief én debat.

De heer Laçin (SP):

Daar kan ik me ook bij aansluiten. Steun voor het debat.

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Geen steun voor het debat, maar wel voor een brief met een duidelijke uitleg over de documenten en hoe die zich verhouden tot de eerdere informatie die we vanuit het ministerie hebben gekregen.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik zou eerst uitleg willen hebben van de minister van Defensie. Dan wil ik bekijken of we een debat steunen.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (PvdD):

Steun voor het verzoek, voorzitter.

Mevrouw Belhaj (D66):

Wat is het geworden, voorzitter?

De voorzitter:

Geen meerderheid.

Mevrouw Belhaj (D66):

Dat verbaast mij ten hoogste, omdat het zó evident is. Soms is dat zo. Maar sportief als ik ben, heb ik dan maar gewoon te accepteren dat er een brief komt waarin uitgelegd wordt waarom het heel erg bijzonder is wat wij meemaken. Naar aanleiding van die brief voeren we hier een debat. Dan doen we het op die manier.

De voorzitter:

Dan zie ik u waarschijnlijk weer terug met een nieuw verzoek. Dank u wel. Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.


maandag 25 maart 2019

Vrijgegeven nota Ministerie van Defensie: argumenten om Marineterrein aan te houden niet steekhoudend



WOB-verzoek overdracht Marineterrein
In september 2018 heb ik een verzoek om informatie bij de overheid ingediend inzake de overdracht van het Marineterrein te Amsterdam. Dit op grond van de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB).

Van de gemeente Amsterdam had ik vrij snel de documenten binnen. Het ministerie van Binnenlandse Zaken was wat trager, maar Defensie spande de kroon. Die hadden maar liefst 5 maanden (!) nodig om 13 documenten te leveren. Voor de duidelijkheid: de wettelijke termijn is maximaal 8 weken met een kleine uitloop om derden te raadplegen.
Hieronder enkele van mijn conclusies op basis van de verstrekte informatie.

Bestuursovereenkomst Ontwikkeling Marineterrein Amsterdam
In december 2013 hebben de toenmalige ministers Hennis van Defensie en minister Blok van Wonen en Rijksdienst samen met de Amsterdamse wethouder Van Poelgeest de Bestuursovereenkomst Ontwikkeling Marineterrein Amsterdam ondertekend. Hierin staat onder andere dat Defensie zich uiterlijk 1 juli 2018 van het terrein zou hebben teruggetrokken en in principe aan de gemeente Amsterdam zou worden verkocht.

Defensie komt terug op afspraken
Begin juli 2018 wordt echter duidelijk dat Defensie niet van plan is te vertrekken. De Gemeenteraad van Amsterdam reageert verbijsterd. Jarenlang is aan de overdracht gewerkt en plotseling komt het ministerie met voor veel raadsleden onduidelijke argumenten om te willen blijven.

De nieuwe minister van Defensie Bijleveld reageert in november op vragen in de Tweede Kamer. Zij stelt dat de krijgsmacht het terrein toch nodig heeft.
Kort gezegd op basis van twee argumenten:
  • Defensie heeft het terrein nodig voor terrorismebestrijding
  • Defensie heeft het terrein nodig als aantrekkelijke wervingslocatie
Beide argumenten worden door Kamerleden en Amsterdamse raadsleden in twijfel getrokken. Bijleveld wil echter geen verdere toelichting geven op haar argumenten voor het aanhouden van een kazerne in het centrum van Amsterdam. Ondanks een motie die door een meerderheid van de Tweede kamer wordt aangenomen waarin om meer informatie wordt verzocht, weigert de minister tot op de dag van vandaag opheldering te geven over haar precieze beweegredenen.

Oktober 2017 - Minister Dijkhoff bevestigt conclusies Amsterdam inzake veiligheid
Terug naar 2017. 
Uit een brief van toenmalig defensieminister Klaas Dijkhoff van 11 oktober 2017 blijkt dat het in 2014 aangetreden Amsterdamse college van B&W met Defensie heeft gesproken over de bredere functie die het terrein dan nog vervult openbare orde, veiligheid en terrorismebestrijding. Dijkhoff stelt Amsterdam gerust en meldt in de brief:

"Daarin is geconcludeerd dat Defensie ook na juli 2018 desgewenst kan bijdragen aan de openbare orde en veiligheid in Amsterdam, maar niet meer vanaf het Marineterrein. De gemeente Amsterdam heeft vastgesteld dat er voor openbare orde en veiligheid in de gemeente en in de regio goede alternatieven voorhanden zijn. [...] Het belang van terrorismebestrijding onderschrijf ik ten volle. Maar die kan ook na het vertrek van Defensie van het Marineterrein onverminderd doorgaan.

De huidige Amsterdamse wethouder Kock die het Marineterrein in zijn portefeuille heeft bevestigt dit ook in een interview met Het Parool (20 november 2018):

"In 2015 zijn goede afspraken gemaakt over alternatieve landingslocaties voor helikopters en de andere veiligheidsfuncties."




December 2017 - Staatssecretaris Knops van Binnenlandse Zaken heeft een idee
Op 26 oktober 2017 wordt Raymond Knops (CDA) beëdigt als staatssecretaris van Binnenlandse Zaken. Rijksvastgoed is onderdeel van zijn portefeuille. De voorbereidingen voor de overdracht en tijdelijke invulling van het Marineterrein zijn grotendeels in handen van deze dienst.
Knops is opgeleid als officier aan de Koninklijke Academie in Breda en was tot 2001 werkzaam bij de Koninklijke Luchtmacht. In 2004 en 2005 werd hij enkele maanden als reservist uitgezonden naar Irak.

Knops heeft dus veel ervaring met diverse defensietaken, en geeft daar ook in zijn functie als staatssecretaris van Binnenlandse Zaken blijk van, zo lezen we in een nu vrijgegeven nota van de Hoofddirecteur Beleid van het Ministerie van Defensie.

Knops oppert bij het Ministerie van Defensie, dat inmiddels onder leiding staat van zijn partijgenoot Ank Bijleveld, het idee om op het Marineterein in Amsterdam ruimte te behouden voor een algemene operationele veiligheidsfunctie van Defensie. Hij doet dit zonder de gemeente hierover in te lichten. Uit de nota blijkt dat hij de uitgestelde besluitvorming in de Amsterdamse gemeenteraad over de toekomstige invulling van het terrein wil aangrijpen om op de bestuursovereenkomst uit 2013 terug te komen.
Uit de nota van 12 december 2017:

"Dit zou mogelijk zijn omdat de gemeente Amsterdam de Nota van Uitgangspunten voor de ontwikkeling van het terrein te laat ter besluitvorming aan de gemeenteraad aanbiedt."

Amsterdam zou hierdoor volgens Knops in gebreke blijven. Dat de gemeenteraad hier niet eenvoudig uit wist te komen komt echter door de aanhoudende inmenging van Rijksvastgoed in de toekomstplannen voor het terrein. Kortweg is de vraag of het terrein een bedrijventerrein moet worden of dat er voornamelijk woningen komen. Binnenlandse Zaken hamert telkens weer op het belang van een 'innovatieve' invulling met slechts enkele woningen voor kenniswerkers. Een meerderheid van de gemeenteraad is het hier niet mee eens en een definitief besluit over de Nota van Uitgangspunten wordt uitgesteld. Knops grijpt hierop zijn kans en probeert alsnog het terrein in rijkshanden te houden.

Conclusies Nota Hoofddirectie Beleid Ministerie van Defensie
De nota van de Hoofddirectie Beleid van het Ministerie van Defensie geeft enkele conclusies over de aanwezigheid van Defensie op het Marineterrein te Amsterdam.
De twee eerder genoemde argumenten van minister Bijleveld (openbare orde en wervingsmogelijkheden) komen duidelijk aan de orde en worden hierin van tafel geveegd:

"Het MEA (Marine-Etablissement Amsterdam, red.) werd de afgelopen decennia regelmatig ingezet voor grote evenementen: als parkeerplaats in geval van grote ontvangsten in het Koninklijk Paleis en als uitvalsbasis voor de ME en andere politie-eenheden in geval van grootschalige ordeverstoring. [...]
De afgelopen jaren kwam verschillende malen de vraag op of het MEA vanwege dit soort functies in de sfeer van openbare orde en veiligheid wel kon worden gemist [...] Defensie hield zich hierbij afzijdig, omdat het, zoals gezegd, niet om defensietaken ging. Onlangs bevestigde de directeur Grond en Ontwikkeling van de gemeente Amsterdam dat wethouder Van der Burg ervan op de hoogte is dat er voor deze functies alternatieven voorhanden zijn.
[...]
Defensie heeft geen operationeel belang bij het behoud van een groter terreindeel dan vastgelegd in de Bestuursovereenkomst. Het na juli 2018 resterende defensieterrein is voldoende voor het Dienstencentrum Personeel en Logistiek (DCPL). Mocht het DCPL met het oog op extra wervingsinspanningen nog wat extra terrein nodig hebben, dan biedt de Bestuursovereenkomst hiervoor de mogelijkheid.
[...]
Het belang van de rijksoverheid.
Sinds Defensie in 2011 te kennen gaf het MEA te willen afstoten, heeft geen enkel ministerie zich gemeld met het oog op het behoud van een terreindeel voor bedoelde veiligheidsfuncties."

De Hoofddirectie Beleid ziet dus niet in waarom staatssecretaris Knops Defensie vraagt om het terrein aan te houden voor taken waar de krijgsmacht helemaal niet voor verantwoordelijk is en waarvoor ook al tijden duidelijk is dat daar alternatieven voor zijn.

Vastgoedbelangen
Uit andere stukken blijkt dat het andere onderdelen van het ministerie van Defensie voornamelijk om vastgoedbelangen gaat. Er is weer geld en men kan dus nieuwbouw plegen. De locatie van het MEA is bekend en heeft een bepaalde uitstraling die men niet kwijt wilt. Men wil op een andere manier personeel gaan werven en daar is ruimte voor nodig. Dat er al verschillende malen allerlei alternatieven zijn aangeboden door de stad Amsterdam blijft vervolgens onbesproken.

Conclusie: geen operationeel belang & uitbreiding werving en selectie kan elders
De belangrijkste conclusie die je uit de vrijgegeven documenten uit deze WOB-procedure kunt trekken is dat Defensie geen operationeel belang heeft bij het aanhouden van het Marineterrein. Of dat in ieder geval de Hoofddirectie Beleid en de voormalige minister Dijkhoff dit belang eind 2017 niet zien.

Duidelijk is ook dat al meerdere malen is erkend dat de overgebleven taken die Defensie in de hoofdstad wil vervullen niet noodzakelijk op het huidige Marineterrein gehuisvest hoeven te worden.
De vraag is of wethouder Kock hier in de lopende onderhandelingen met het Rijk op zal blijven wijzen. Amsterdam staat voor de haast onmogelijke taak voldoende woningen te realiseren voor haar inwoners. Het Marineterrein is een ideale plek om een deel van deze opgave te kunnen verwezenlijken.
Defensie blijft voor de meeste Amsterdammers zeker welkom in de stad, maar volgens sommigen zou het Rijk op het gebied van de invulling van de openbare ruimte in Amsterdam best een toontje lager mogen zingen. Daarnaast vragen velen zich af waarom Binnenlandse Zaken zich ongevraagd wil gaan bemoeien met de openbare orde in de stad.



Documenten Gemeente Amsterdam:
https://www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/wob-besluiten/wob-besluit-22/


Documenten Ministerie van Defensie:
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/wob-verzoeken/2019/03/13/besluit-wob-verzoek-marine-etablissement-amsterdam


Documenten Ministerie van Binnenlandse Zaken:
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/wob-verzoeken/2019/03/28/besluit-wob-verzoek-over-marinekazerne-te-amsterdam


vrijdag 22 februari 2019

Verslag Raadsvergadering Openbare Ruimte over ontwikkelingen Marineterrein



Voor de volledigheid het verslag van de Raadscommissievergadering van 16 januari jongstleden:


Openbare vergadering van de Raadscommissie Ruimtelijke Ordening 
Vergaderdatum Woensdag 16 januari 2019 van 19.30 uur tot 23.15 uur

12 Ontwikkelingen Marineterrein.
Nr. BD2018-016379

Mevrouw NAOUM NÉHMÉ begint met de quote ‘je kunt beter ruzie hebben met een wijze dan vriendschap met een dwaas’. Zij weet niet of de wethouder haar een wijze volksvertegenwoordiger vindt, maar als dat zo is dan wil zij diens kwalificatie van de vorige commissievergadering toen hij haar oprecht bedoelde vragen bespottelijk noemde graag scharen onder ‘ruzie met een wijze’. Dan is dat ook maar uitgesproken. Zij meent dat de wethouder overreageert als het Marineterrein ter sprake komt. Zij weet niet of dat komt omdat hij nog altijd gefrustreerd is over de gang van zaken met Defensie, wat zij zich kan voorstellen, maar zij roept hem op daar zo snel mogelijk overheen te stappen, zodat hij als een leeuw en niet als een lam kan vechten voor de belangen van de stad. Daar heeft hij zelf ook belang bij, want dan kunnen ze in Den Haag niet denken dat de wethouder ruzie maakt met iedereen, ook met zijn eigen gemeenteraad. Zij hoort graag van de wethouder hoe het bestuurlijk overleg van vandaag verliep. Wat is daar uitgekomen? Verder begrijpt zij de beantwoording op haar schriftelijke vragen niet. In juli had de wethouder het over een nieuw plan met het Rijk. Nu, bij de beantwoording van de schriftelijke vragen, spreekt hij over ‘slechts een verkenning’. Zij krijgt daar graag een opheldering op. Zij vraagt zich ook af hoe het zit met die onenigheid met Defensie, want hoe kan het dat de minister zegt dat de heer Kock zich eerst bij haar moet melden in plaats van eerst bij de media in geval van onenigheid, terwijl de wethouder in zijn beantwoording zegt dat hij de minister meermalen van zijn ongenoegen op de hoogte heeft gesteld. Wie moet zij nu geloven?

Mevrouw TIMMAN hoorde mevrouw Naoum Néhmé zojuist zeggen dat de wethouder moest vechten als een leeuw en niet als een lam, maar tegelijkertijd moet hij ook zijn emoties in bedwang houden en niet zo veel ruzie maken met Defensie. Wil mevrouw Naoum Néhmé nu dat de wethouder zich als een leeuw opstelt of als een lam?

Mevrouw NAOUM NÉHMÉ wijst erop in juli ook gezegd te hebben de wethouder liever als een tijger te willen zien, omdat zij vindt dat hij te snel bij het kruisje getekend heeft. Hij heeft een andere afweging gemaakt. Zij houdt hem aan die afweging. Vervolgens wil zij weten wat plan B is mochten de bestuurlijke overleggen nergens toe leiden. Is de stad goed voorbereid op allerlei scenario’s?

Mevrouw VAN RENSSEN weet dat mevrouw Naoum Néhmé graag ziet dat de wethouder vecht voor de stad. In haar optiek heeft de wethouder dat ook gedaan. Het signaal dat de minister boos is door de houding van de wethouder betekent dat er inderdaad gevochten is als een leeuw of een tijger voor de belangen van Amsterdam. Daarom begrijpt zij niet waarom mevrouw Naoum Néhmé nu zo verbolgen is, omdat de minister zich in haar wiek geschoten voelt.

Mevrouw NAOUM NÉHMÉ zou nog altijd willen dat de wethouder als een tijger vecht. Dat wil echter niet zeggen dat hij dus openlijk ruzie moet maken met de minister van Defensie en dat ook nog in de media gaat uiten.

Mevrouw VAN RENSSEN wil weten of mevrouw Naoum Néhmé het niet beter vindt zich achter de wethouder te scharen dan op deze manier hier een punt van te maken.

Mevrouw NAOUM NÉHMÉ vindt het niet tactisch om eerst te zeggen met Defensie mee te gaan denken over een nieuw plan om vervolgens te zeggen dat Defensie zich aan de oorspronkelijke afspraken moet houden. Zij begrijpt het daarom niet meer.

De heer BAKKER wil er niet de hele dierentuin bij halen, maar wil vooral weten wat mevrouw Naoum Néhmé zelf wil met betrekking tot het Marineterrein. Volgens hem is de coalitie vrij duidelijk over wat zij van het Marineterrein wil.

Mevrouw NAOUM NÉHMÉ wil dat de wethouder consistente strategieën uitvoert, zoals dat door hemzelf gewenst wordt geacht.

De heer BAKKER herhaalt zijn vraag wat mevrouw Naoum Néhmé nu precies wil met het Marineterrein.

Mevrouw NAOUM NÉHMÉ verwijst naar de discussie die hier twee jaar geleden over gevoerd is.

De heer VAN SCHIJNDEL is van mening dat niet geprobeerd moet worden nu hier de onderhandelingstactieken van de wethouder te gaan evalueren. Hij hoort graag wat de opvatting van de VVD is over de bestuursovereenkomst zoals die er lag en waarop Defensie toch is teruggekomen. Wat is de kracht dan van zo’n bestuursovereenkomst?

Mevrouw NAOUM NÉHMÉ roept de heer Van Schijndel op de verslagen van de debatten die hierover gevoerd zijn erop na te slaan.

Wethouder KOCK heeft heel hard zitten nadenken over de vraag welk dier hij zou willen zijn, misschien een vos … een lastig probleem. Hij zal daar nog nader over nadenken. Hij heeft vanochtend een goed en constructief overleg gehad met de minister en de staatssecretaris. Dat gesprek loopt nog steeds, daarom gaat hij liever niet inhoudelijk in op dat gesprek. Feit is wel dat Amsterdam zich samen met andere partijen vier jaar lang ingezet heeft om tot een plan te komen. Dat plan lag er afgelopen zomer, maar Defensie gaf vervolgens aan liever toch iets anders te willen. Vervolgens is onderzocht/verkend of er toch niet nog iets anders mogelijk is. Die gesprekken lopen nu. Hij denkt dat het goed is als er geen overhaaste beslissingen genomen worden, zeker niet in deze situatie waarin partijen het nog niet met elkaar eens zijn over wat er moet gebeuren. Daarom vraagt hij de commissie/de raad hem wat tijd te gunnen. Hij heeft er vertrouwen in dat er uiteindelijk een oplossing komt. Dat wordt wellicht niet de gewenste perfecte oplossing, maar hij acht het wel zijn taak om ervoor te zorgen dat het een zo goed mogelijke uitkomst is voor Amsterdam. Men is het er nog steeds over eens dat het doel is om op het Marineterrein een mooi innovatiedistrict te maken met voldoende ruimte voor woningen en bedrijven. Daar houdt hij aan vast door een verstandig gesprek te voeren met de partners en door vooral geen overhaaste beslissingen te nemen. Het gaat hier niet om een Brexit en de wethouder is van mening dat er geen plan B nodig is. De grond is eigendom van Defensie. Amsterdam wil daar iets ontwikkelen en daar zullen beide partijen het dan wel eens over moeten worden.



dinsdag 29 januari 2019

Defensie blijkt met komst mijnenjager toch weer piketpalen te slaan op Marineterrein

Vorige week konden we al zien dat de mijnenjager Hellevoetsluis, aangemeerd werd langs het Marineterrein. Gisteren wist het Noordhollands Dagblad te melden dat het schip een rol gaat spelen in het opleidingsprogramma van het Defensity College. Werkstudenten volgen daarbij een deel van hun opleiding op het Marineterrein.

Het faciliteren van deze opleiding op het terrein gaat in tegen eerdere afspraken en komt ook niet voor in de recente argumenten van Defensie waarom het noodzakelijk zou zijn om op dit stukje Amsterdam een marinekazerne aan te houden. Het wordt steeds duidelijker dat de bangmakerij met terrorismedreigingen en dergelijke wel eens een smoesje zou kunnen zijn om niet te hoeven vertrekken.

Waar wethouder Kock eerder ontkende dat de vernieuwing van de cateringfaciliteiten in het evenementengebouw een vorm van het slaan van piketpalen was ("het gaat slechts om een nieuwe vaatwasser"), kan hij dit statement van de krijgsmacht toch niet wegwuiven. Een actie als deze zal de lopende onderhandelingen tussen de gemeente en het rijk waarschijnlijk weinig goed doen...

Lees hier het artikel uit het Noordhollands Dagblad:



woensdag 12 december 2018

VVD-raadslid Néhmé verwijt wethouder Kock zig-zag-strategie inzake strijd om Marineterrein

Vandaag zou de Raadscommissie Ruimtelijke Ordening van de Amsterdamse gemeenteraad op verzoek van de VVD de ontwikkelingen rond het Marineterrein bespreken. Door tijdgebrek bleef het bij een korte schermutseling tussen VVD-raadslid Néhmé en wethouder Kock. De zaak is doorgeschoven naar de volgende commissievergadering.

De weigering van Defensie om zich aan de in 2013 met de gemeente gemaakte afspraken te houden heeft voor een bekoelde relatie tussen minister Bijleveld en wethouder Kock gezorgd. De Amsterdamse VVD wilde daarom specifiek de uitlatingen van beide bestuurders bespreken en horen wat de te volgen stappen zullen zijn om het beste voor de stad te bewerkstelligen. Néhmé sprak van zig-zag-strategie als het om de huidige handelswijze van de wethouder gaat.

Wethouder Kock wees er fijntjes op dat de VVD-fractie in de Tweede Kamer tegen een motie met de vraag om meer informatie aan minister Bijleveld had gestemd. Tenslotte noemde hij de insinuatie dat hij de zaken niet goed behartigt bespottelijk. In januari zal er weer een bestuurlijk overleg plaatsvinden met Defensie.
Wordt vervolgd.

Update 14-12-2018: het onderwerp blijkt toch naar de algemene vergadering van de gemeenteraad van woensdag 19 december te zijn doorgezet en niet naar de volgende commissievergadering Ruimtelijke Ordening.


Hieronder de eerste actualiteit voor 12 december en daaronder de tweede actualiteit voor 19 december. De vraagstelling is iets kritischer geworden.


----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


woensdag 28 november 2018

Defensie weigert, ondanks motie Tweede Kamer, besluit Marineterrein verder toe te lichten

Het Parool berichtte vandaag over een tegenstribbelende Minister van Defensie in de soap rond het Marineterrein.

Dinsdag nam de Tweede Kamer een motie aan waarin het kabinet wordt verzocht meer informatie te leveren inzake het besluit van Defensie om een substantieel groter deel van het Marineterrein te behouden dan in 2013 met de gemeente Amsterdam was afgesproken. Ondanks deze eis van het parlement heeft minister Bijleveld laten weten hier voorlopig niet aan te voldoen. Ze wil wachten tot na een overleg tussen het ministerie en de gemeente op 16 januari 2019.

Ook nam ze een besluit dat je als simpelweg kinderachtig kunt bestempelen. De motie draagt de regering op de Tweede Kamer eerst te informeren alvorens stappen worden gezet met betrekking tot de heroverweging. Dat wil zeggen, ga niet investeren op het deel van het terrein waar Defensie nu nog aanwezig is voordat de onderhandelingen compleet zijn afgerond. Iets waar Defensie, vooruitlopend op de zaak, overigens wel al plannen voor had. 
Bijleveld wil nu echter ook het publiek toegankelijk maken van een extra deel van het terrein, zoals gepland voor 1 januari 2019, niet door laten gaan. "Omdat de Kamer ons gevraagd heeft geen onomkeerbare stappen te zetten", aldus de minister. Maar dat is natuurlijk de boel omdraaien. Als er iets is dat niet onomkeerbaar zou moeten zijn, dan is het juist het vasthouden aan de grond die nu nog in handen is van Defensie. Dat betekent dat de krijgsmacht geen nieuwe piketpalen moet gaan slaan die later weer moeilijk te verwijderen zijn. Dàt was het doel van de motie.

De koude oorlog tussen Defensie en de Republiek Amsterdam duurt voorlopig voort.

Het artikel uit Het Parool van woensdag 28 november:



dinsdag 27 november 2018

Tweede Kamer eist argumenten van kabinet voor aanhouden Marinekazerne Amsterdam

De vorige week ingediende motie van Kamerlid Belhaj (D66) is vandaag aangenomen door de Tweede Kamer.
In de motie wordt het kabinet opgedragen de Kamer te informeren over alle financiële implicaties en nut en noodzaak van het voornemen tot de heroverweging van het Marine Etablissement Amsterdam alvorens stappen worden gezet met betrekking tot de heroverweging.
VVD, CDA en de PVV hadden overigens geen behoefte aan meer informatie en stemden tegen de motie.



vrijdag 23 november 2018

VIDEO: debat Marineterrein in Tweede Kamer (21 november 2018)

Afgelopen woensdag (21 november 2018) debatteerde de Tweede Kamer met de minister van Defensie Bijleveld over de Defensiebegroting in het algemeen en op zeker moment over de soap rond het Marineterrein in het bijzonder.
In de video hieronder zie je de vragen van 3 Kamerleden, de reactie van de minister en een ingediende motie. Totale duur: ruim 20 minuten.

De sprekers:
Isabelle Diks (GroenLinks)
Sadet Karabulut (SP)
Salima Belhaj (D66)
Minister Bijleveld (VVD)

Kijk hier voor de uitgeschreven tekst van Kamerleden en minister:





Parool: 'Ergernis over landjepik Marineterrein'

Het Parool meldde gisteren het volgende:



Ergernis over landjepik
Marineterrein: Gemeente en Kamer hekelen besluit Defensie te blijven in hartje Amsterdam

Defensie zou het Marineterrein overdragen aan de stad, maar bedacht zich. De gemeente legt zich er niet bij neer, tot ongenoegen van de minister.
HANNEKE KEULTJES EN RUBEN KOOPS


Minister Ank Bijleveld van Defensie reageert gepikeerd op pogingen van de Amsterdamse wethouder Udo Kock om via de Tweede Kamer toch een groter deel van het Marineterrein in handen te krijgen. "Als wethouder Kock vindt dat die met voeten zijn getreden, moet hij niet bij de krant of bij de Tweede Kamer melden, maar bij mij. Hij heeft zich niet gemeld." Volgens Bijleveld waren er juist goede afspraken gemaakt met Amsterdam over de nieuwe verdeling van het terrein.

Tijdens een debat in de Tweede Kamer sprak GroenLinks-Kamerlid Isabelle Diks van een 'bestuurlijke schoffering', omdat Defensie in juni plots terugkwam van in 2013 gemaakte afspraken over de teruggave van het marinecomplex. SP-Kamerlid Sadet Karabulut noemde Defensie 'een onbetrouwbare partner voor mijn stad'. Dat ergerde Bijleveld zichtbaar. "Ik werp die aantijging verre van mij," reageerde zij gisteravond. "Als ik op mijn werkkamer afspraken maak met deze wethouder, de waarnemend burgemeester en ambtenaren en dat wordt vervolgens besproken in de raadscommissie, dan is het afspraak is afspraak."
'Laat het aan ons'

Bijleveld noemt uitspraken van Kock in Het Parool van dinsdag 'niet ordentelijk'. Kock zei dat er geen veiligheidsanalyse ten grondslag ligt aan het besluit van Defensie op het marinecomplex te blijven. Bijleveld verwerpt dat. "De hoofdstad is regelmatig het terrein van grootschalige evenementen. Het Marine Establishment is de enige locatie die via lucht, weg en water bereikbaar is. En we willen ook zichtbaar blijven in de stad."

Regeringspartij D66 riep Bijleveld op om geen onomkeerbare stappen te zetten totdat de Kamer is geïnformeerd over 'alle financiële implicaties en nut en noodzaak'. Bijleveld wilde daar niks van weten. "Op 1 januari wil ik weer een aantal gebouwen overdragen aan de gemeente Amsterdam. Laat het aan ons." Wel beloofde ze de Kamer nader te informeren over de financiën en beweegredenen van Defensie. De hoofdstad en het ministerie onderhandelen momenteel over een nieuwe verdeling van de gronden. De Rijksbouwmeester maakt schetsen waarin zowel de stad als Defensie aan hun trekken zal komen.
Sportcomplex delen

Volgens de defensieminister is de samenwerking tussen haar departement en Amsterdam juist 'eendrachtig'. Bijleveld stelt dat er in de toekomstige plannen ruimte is 'voor een heleboel woningen'. Hoeveel van de geraamde 1400 huizen er kunnen worden gerealiseerd, is nog niet bekend.

Het ministerie van Defensie laat weten dat er wordt nagedacht over gedeeld gebruik van onderdelen van de marinekazerne. Zo is het sportcomplex van de krijgsmacht straks in de avond- en weekenduren open voor omwonenden. Duidelijk is dat het Dienstencentrum Personeelslogistiek, verantwoordelijk voor werving van militairen, het grootste deel van de nieuwe kazerne in beslag neemt. Kock is daar verbolgen over. "Moet de afdeling personeelszaken per se op het duurste stukje grond van Nederland? We helpen graag mee om naar een alternatief te zoeken, bijvoorbeeld het Sparkgebouw in Sloterdijk, dat al in bezit is van het rijk."

De wethouder moet glimlachen om de woede van de minister. "Afspraak is afspraak? Een beetje ironisch is dat wel, want in 2013 en 2015 zijn de afspraken gemaakt dat Defensie daar weg zou gaan. Het is goed dat de Tweede Kamer nu aan Bijleveld vraagt om dat nog eens uit te leggen."


donderdag 22 november 2018

Tweede Kamerlid Belhaj (D66) dient motie in over Marineterrein

Tweede Kamerlid Belhaj van D66 diende gisteren bij het debat over de Defensiebegroting een motie in waarbij ze opheldering vraagt over de gang van zaken rond het Marineterrein in Amsterdam.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL
2
Vergaderjaar 2018-2019





Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2019
 35 000 X

MOTIE (Nr. 58) VAN HET LID BELHAJ 
Voorgesteld 21 november 2018

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Tweede Kamer tot op heden beperkt is geïnformeerd over de intentie om de besluitvorming rondom het Marine Etablissement Amsterdam te heroverwegen;

draagt de regering op de Tweede Kamer eerst te informeren over alle financiële implicaties en nut en noodzaak van het voornemen tot de heroverweging van het Marine Etablissement Amsterdam alvorens stappen worden gezet met betrekking tot de heroverweging,

en gaat over tot de orde van de dag.

Belhaj


Minister Bijleveld: Amsterdam moet plan Marineterrein maar slikken. De pot verwijt de ketel...

Gisterenavond vond het tweede deel van het Tweede Kamerdebat over de Defensiebegroting plaats. In de ochtend, tijdens het eerste deel, waren enkele Kamerleden zeer kritisch op minister Bijleveld. Afgelopen zomer werd namelijk bekend dat de krijgsmacht het Marineterrein toch niet geheel wilde verlaten. Niet iedereen is overtuigd van nut en noodzaak van het aanhouden van een marinebasis in het centrum van Amsterdam. Daarnaast heeft de stad de schaarse grond nodig om genoeg nieuwe woningen te kunnen bouwen, zoals ook door het kabinet verwacht wordt.

De minister draaide de boel echter gewoon om. Het niet nakomen door Defensie van een afspraak uit 2013 werd even vergeten. In plaats daarvan is het wethouder Kock die zich niet aan de nieuwe afspraak van deze zomer zou houden, door naar de krant te stappen en te 'klikken' bij Tweede Kamerleden over de bezwaren van de gemeente. Die nieuwe afspraak is echter met het mes op de keel gemaakt. De wethouder had ook weinig keus, aangezien het risico bestond dat Defensie het al overgedragen deel zou terugeisen. Zij zijn tenslotte nog voor 100 procent eigenaar van de grond en gebouwen.

Nieuwe argumenten om in Amsterdam te blijven had ze niet. De stad heeft het maar te slikken. "Een man een man, een woord een woord" eindigde ze nota bene. De pot verwijt de ketel.
Hieronder het verslag.







----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Minister Bijleveld:

Dan wil ik, bijna aan het eind, nog iets zeggen over het MEA, waarover mevrouw Diks, mevrouw Belhaj en mevrouw Karabulut hebben gesproken. Ik moet zeggen dat ik wel enigszins verbaasd was over de signalen die hier naar voren kwamen en over datgene wat ik in de krant heb gelezen, omdat ik er vast van overtuigd ben dat we goed bestuurlijk overleg met Amsterdam hebben gehad. Ik heb zelf een aantal keren met wethouder Kock gesproken, en ik hecht ook aan goed bestuurlijk overleg. Mevrouw Diks weet uit mijn vorige leven en uit haar eigen vorige leven hoe ik daaraan hecht. De signalen die ik in de krant las en die u overbrengt, herken ik geenszins. Ze zijn ook niet bekend bij het RVB — dat heb ik gecheckt — net zomin als bij de projectorganisatie. In die zin hebben ze ons dus niet bereikt. Zelf ben ik er niet zo'n voorstander van om via de krant met elkaar te praten. Wat is er dan wel aan de hand? We hebben eerder dit jaar inderdaad besloten overeenkomstig onze aankondiging in de Defensienota dat we een aantal kazerneterreinen open zouden houden. Daar is een aantal van genoemd. Wij willen een groter deel van het marinecomplex in Amsterdam aanhouden dan oorspronkelijk voorzien was. We hebben daar met Amsterdam over gesproken en er uitgebreid over gecommuniceerd, ook met het nieuwe college van burgemeester en wethouders. We hebben daarbij op 19 juni jl. een afspraak gemaakt met het gemeentebestuur. Vervolgens hebben we vanuit Defensie met het Rijksvastgoedbedrijf en de gemeente afspraken gemaakt voor de verdere gezamenlijke ontwikkeling van dat marineterrein. Deze afspraken zijn gezamenlijk op 9 juli vastgelegd. Op 10 juli heeft het college van B en W deze afspraken goedgekeurd. De dag erna zijn ze besproken in de raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening. Op 11 juli hebben wij de Kamer daarover geïnformeerd. Inmiddels zijn alle betrokken partijen, dus Defensie, het Rijksvastgoedbedrijf en de gemeente Amsterdam samen met het Atelier Rijksbouwmeester in goed overleg over de uitvoering van de afspraken. Gisteren is de werkgroep nog bij elkaar geweest. Nu wordt er dus gewerkt aan hoe dat er allemaal uit gaat zien. Waarom hebben wij dat gedaan? Wij hadden daar twee argumenten voor: de veiligheidssituatie en de zichtbaarheid. Wij hebben zelfstandig een beoordeling gemaakt van de veiligheidssituatie in Amsterdam. De hoofdstad is natuurlijk regelmatig het toneel van grootschalige nationale evenementen, die niet alleen vragen om ceremoniële aanwezigheid van Defensie, maar ook om beveiliging door bijzondere eenheden als de BSB, NLMARSOF en DSI. Dat vereist nadrukkelijk wel wat. Dat is een. Ten tweede wilden wij zichtbaar aanwezig blijven in de hoofdstad en die locatie is de enige in Amsterdam die via lucht, water en land goed te bereiken is. Dat was ook een belangrijk argument. Dat hebben we dus met elkaar besproken. Nu wordt er eigenlijk eendrachtig samengewerkt aan de uitwerking en dat loopt volgens mijn vaste overtuiging extreem goed.


Mevrouw Diks (GroenLinks):
Wij hebben in dit geval blijkbaar een heel andere invulling van de woorden "eendrachtig" en "extreem goed"! Helder is dat wij hier in de Kamer steeds over zaken moeten praten waarover we het eigenlijk helemaal niet zouden moeten hoeven hebben in de Kamer. Dat betreur ik met enige regelmaat, maar blijkbaar doet dat akelige feit zich elke keer voor … U zou zeggen: hou dan uw mond.


Minister Bijleveld:
Ja, inderdaad!


Mevrouw Diks (GroenLinks):
Dat kan ook.


Minister Bijleveld:
Maar dat mag niet van de voorzitter natuurlijk.


De voorzitter:
Nee, dat is niet de bedoeling.


Mevrouw Diks (GroenLinks):
Nee, dat ben ik half met u eens. Het vervelende is dat we het steeds over een aantal van dit soort zaken moeten hebben. Daar erger ik mij aan. U kunt wel zeggen dat u vindt dat het goed gaat, maar in Amsterdam heeft niemand dat gevoel. Daar koop ik als Kamerlid dus niets voor. Mensen melden bij mij dat er iets aan de hand is, dat het, om het op zijn Fries te zeggen, "op de kop verkeerd gaat", dat afspraken worden geschonden en dat mensen zich stomverbaasd afvragen wat hen overkomt nu hun honderden miljoenen uit de hand worden geslagen. U kijkt daar anders bij. Dat zal wel; ik neem dat van u aan. De vraag is wel hoe we nu verdergaan. De bestuurlijke schoffering van Amsterdam is volgens mij echt niet iets waar het ministerie van Defensie mee bezig zou moeten zijn.


Minister Bijleveld:
Ik werp deze aantijgingen echt verre van mij. Als ik aan mijn tafel in mijn kamer op drie afspraken één afspraak maak met het college van Amsterdam, dus met de betreffende wethouder die ik in Het Parool las, de heer Kock, in aanwezigheid van de waarnemend burgemeester en van ambtenaren uit Amsterdam, dan is het voor mij: afspraak is afspraak; een man een man, een woord een woord. Als de heer Kock dan vindt dat de bestuurlijke afspraken met voeten zijn getreden, moet hij zich niet bij de Kamer melden, maar bij mij. Ik heb namelijk een afspraak met hem. Hij heeft geen afspraak met de Kamer. Ik heb vandaag nog geverifieerd of hij zich heeft gemeld bij het Rijksvastgoedbedrijf, dat ook aan tafel zit met de directeur-generaal Rijksvastgoedbedrijf, mevrouw Annet Bertram en met de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, die daarvoor verantwoordelijk is, de heer Raymond Knops. Hij heeft zich daar niet gemeld. Hij heeft zich niet bij Defensie gemeld. Hij heeft zich bij u gemeld. Ik weet niet wat u ordentelijke afspraken en bestuurlijk verkeer vindt. Ik vind dat absoluut niet ordentelijk, geenszins. Als de heer Kock wat te zeggen heeft, dan meldt hij zich maar bij ons en niet via de krant en ook niet via de Kamer, bij u. Ik heb gewoon een overeenkomst die wij uitwerken. Ik werp het dus echt verre van mij.


Mevrouw Diks (GroenLinks):
Ik hoef niet op te komen voor het bestuur in Amsterdam. Het gaat mij om de houding die Defensie aanneemt ten opzichte van andere overheden, in dit geval de lokale. Daar maak ik mij zorgen over. Het gaat om de uitleg. Het gaat ook om de communicatie, om de toon die wordt gekozen. Als u het anders hebt ervaren vanuit uw positie, dan snap ik dat het akelig is dat het op deze manier in de krant komt of dat het op deze manier wordt gepresenteerd. Ik roep u dan op om spoedig met hem in overleg te gaan of hem uit te nodigen en het gesprek aan te gaan, want het heeft natuurlijk geen enkele zin om beiden vanuit een loopgraaf elkaar eens de eigen waarheid te gaan vertellen.


Minister Bijleveld:
Ik wil hier toch echt wat over zeggen, want u maakt echt een karikatuur van wat er is afgesproken. Stel dat ik een afspraak met u heb, mevrouw Diks. Ik weet dat mevrouw Diks in het verleden wethouder is geweest. Als ik als minister een afspraak heb met een wethouder, gewoon ondertekend, als u dat in uw college heeft gebracht en als het in de raadscommissie is geweest, dan hebben wij toch een afspraak? Als ik bijvoorbeeld een afspraak met u heb over het vliegveld in Leeuwarden en u denkt dat er iets mis is met die afspraak, dan komt u toch bij mij? Dan gaat u toch niet naar de Kamer lopen? Dan gaat u toch niet via de krant praten? Dat vind ik echt onordentelijk. U kunt nu niet tegen mij zeggen dat ik dan niet ordentelijk heb gehandeld of dat wij niet ordentelijk hebben gehandeld. Ik vind dit geen ordentelijk handelen. Er is nergens gemeld vandaag … De ambtenaren van Amsterdam die in die werkgroep eendrachtig werken aan de uitwerking van de afspraak die we hebben gemaakt op papier — ik heb u de data genoemd — wisten niets van deze kritiek. Ik weet niet waarom u dan volhoudt dat er bij ons iets verkeerd is. Ik zou zeggen: meneer Kock, als u wat te zeggen hebt bent u welkom. Maar ik ga hem niet uitnodigen. Dan moet hij zich maar zelf melden bij mij.


De voorzitter:
Nee, het spijt me, mevrouw Diks. We hebben wat afgesproken en u heeft mij allemaal gevraagd om streng te zijn. U mag erop terugkomen in tweede termijn. Ik heb zo'n vermoeden dat mevrouw Belhaj een vergelijkbare vraag gaat stellen, maar dat weten we nog niet.


Mevrouw Belhaj (D66):
Toch van een iets andere aard, over de rol van de Tweede Kamer. Ik kan mij niet herinneren dat wij ergens iets hebben staan over een heroverweging over dat Marine Establishment Amsterdam. Ik bekijk het eigenlijk eerder als Kamerlid, los van de goede relatie die u graag erop nahoudt met de heer Kock, een goede wethouder overigens. Ik zou graag van de minister willen weten wat de kosten zijn van het tussentijds breken van het contract dat in 2013 is afgesloten. Als we die contractbreuk inzetten, loopt Defensie dan het risico om eigenaar te worden van al het vastgoed op het terrein, inclusief restaurants? Wat zijn de totale financiële implicaties van een heroverweging, dus ook het besluit om alsnog een aantal dingen te renoveren? Is de minister bereid om de urgentie en nut en noodzaak, waar verschillende verhalen over bestaan, hier nog een keer aan te geven en anders in de tussentijd geen verdere stappen te nemen met betrekking tot de heroverweging totdat wij als Tweede Kamer zijn geïnformeerd over deze heroverweging?


De voorzitter:
Ik tel wel vijf vragen in deze interruptie. Het is bijna een debat op zich. Minister, graag kort antwoorden.


Minister Bijleveld:
Ik heb het genoteerd. Wij hebben in de Defensienota al aangeven dat wij eraan dachten om meer locaties open te houden dan de zes of zeven die wij in de Defensienota hebben genoemd, omdat wij anders zijn gaan kijken naar vastgoed en ook anders kijken naar onze aanwezigheid op verschillende plekken. Daar hebben wij op dit moment ook geld voor geraamd in onze begroting. Dan de vraag wat er dan was geraamd. In de begroting waren nog geen ontvangsten geraamd en ingeboekt voor de afstoting en de verkoop van MEA. Dat was omdat die ramingen sterk afhankelijk waren van het bestemmingsplan dat Amsterdam moest gaan maken. Wij zijn op dit moment gewoon eigenaar van al die gebouwen, nog steeds. Wij zijn nog steeds de eigenaar van alles wat daar is, ook van alles wat nu door bedrijfjes et cetera wordt gebruikt. Die gebouwen worden verhuurd door ons, of door een organisatie van de gemeente Amsterdam voor een aantal jaren aan mensen die daar gebruik van maken. Wij hadden daar geen ramingen van, omdat we niet precies wisten wat dat zou opleveren.

Wij hebben gekeken wat voor ons van belang is. Die presentie is voor ons van belang in het kader van de veiligheid. Dat is heel erg veranderd in de afgelopen jaren. Wij vinden het heel erg van belang dat wij ook present zijn in de hoofdstad met DCPL. Dat blijft op het MEA. Daar moet natuurlijk wel voor geïnvesteerd worden, net als dan in de legering geïnvesteerd moet worden. We zijn nu bezig met de Rijksbouwmeester en het Rijksatelier om daar plannen voor te maken. Daar maken we dan ramingen voor. Anderen zijn verhuisd. We zouden sowieso daar een footprint houden, want de marechaussee zou er altijd blijven. Dat is sowieso een punt dat ik hier wil ophelderen.

Wat zijn dan de consequenties? Er wordt een minder groot deel dan we oorspronkelijk van plan waren afgestoten. We hebben dus een iets lagere verkoopopbrengst, al is de prijs van de grond en de gebouwen misschien wel gestegen in de loop van de tijd. Dat weten we niet. Dat zullen we bekijken en dat kunnen we pas doen nadat de plannen waar de werkgroep nu aan werkt definitief zijn gemaakt. U zegt nu: wilt u tot die tijd niets meer doen? Het is voor Amsterdam ook niet zo gunstig als wij niks meer doen, zal ik u maar zeggen. Omdat we nu weten waar we blijven, kijken we met de Rijksbouwmeester hoe we dat precies vormgeven en kijken we met Amsterdam hoeveel woningen er kunnen worden gebouwd. Dat zijn er een heleboel, want ze kijken er daar heel anders naar. Dat heb ik vandaag nog geverifieerd.

Ehm. Niks meer doen, dat was uw vraag. Wilt u niks meer doen? Dat kan niet, want ik wil ook dingen overdragen aan Amsterdam. Ik denk dat ik ontzettende ruzie krijg met wethouder Kock als ik nu helemaal niks ga doen op verzoek van de Kamer, want ik ben van plan om per 1 januari weer een aantal gebouwen over te dragen aan de gemeente Amsterdam. De gemeente Amsterdam kan die dan tijdelijk verhuren tot zij een bestemmingsplan heeft gemaakt, tot zij een idee heeft wat zij daar precies wil doen. Dan gaan we gezamenlijk, met elkaar, aan die nieuwbouw beginnen. Als u dat zou willen — ik vind dat heel onverstandig — belemmert u dus eigenlijk ook de gemeente Amsterdam in de uitwerking van dat MEA-terrein. Dus laat het aan ons, zou ik zeggen.


De voorzitter:
Dan mevrouw Belhaj.


Mevrouw Belhaj (D66):
Toen ik in de Kamer kwam, werd ik geconfronteerd met een ander dossier. Dat is het dossier Doorn en Vlissingen. Dan ga je een beetje terug. Dan zie je de besluitvorming en dan zie je ook wat de verantwoordelijkheid is van Kamerleden. Er is nog meer gesproken over zo'n besluit dan over het besluit waarover u denkt dat u dat maakt zonder de Kamer expliciet te informeren over het nut en de noodzaak en over de financiële consequenties, ook als u zegt dat u de grondverkoop nog niet ingeboekt heeft. Stel dat het 200 miljoen is. Dan gooit u gewoon 200 miljoen weg voor iets voor P&O-mensen, die ook op andere plekken in Amsterdam prima terechtkunnen.

Voorzitter. Ik heb gevraagd om geen stappen te zetten met betrekking tot heroverweging. Alle stappen die Amsterdam afgesproken heeft met het ministerie van Defensie in 2013, mogen zo snel mogelijk in gang gezet worden. Al is het alleen maar omdat dit kabinet een opdracht heeft om 75.000 woningen te bouwen en er op die plek, geïnitieerd door Amsterdam, 1.600 woningen zouden moeten komen. Ik vind dat niet uit te leggen en ik wil echt dat de minister geen verdere stappen zet met betrekking tot de heroverweging. Anders moet ik daar een motie over indienen en dat zou ik niet nodig vinden.


De voorzitter:
Dan de minister.


Minister Bijleveld:
Voorzitter. Wij hebben de Kamer geïnformeerd bij brief op 10 juli over dat we dit van plan waren. Ik heb dat net aan u voorgelezen. De Kamer is er dus wel degelijk van op de hoogte, via Kamerstuk nr. 143 (33763). Daar staat dat in, dus de Kamer is wel degelijk geïnformeerd over dit voornemen. Wij hebben daar een overeenkomst met een gemeentebestuur over gesloten. U veronderstelt iets waar u geen basis voor heeft, want ik weet helemaal nog niet hoeveel woningen er zullen komen. De gemeente Amsterdam wist zelf overigens ook nog niet hoeveel woningen er zullen komen. Ik houd mij nu dus gewoon aan de afspraak die ik heb gemaakt met het college van Amsterdam. Die afspraak is gecommuniceerd met de gemeenteraad en met onszelf. Daar werken we op dit moment eendrachtig aan in een werkgroep. Ik zal u natuurlijk informeren over wat daar precies uitkomt. Dat kan ik op dit moment niet zeggen, want er wordt gewerkt aan wat er precies gaat gebeuren. Dat is wat ik kan doen en dat doen we gewoon samen met Amsterdam.


De voorzitter:
Mevrouw Karabulut, voordat u gaat spreken. Wij hebben geen afspraak gemaakt over het aantal interrupties, maar u heeft nu al vijf keer twee interrupties achter elkaar geplaatst. Dat is tien. Dat was het totale aantal interrupties bij de begroting Economische Zaken en Klimaat met twee bewindslieden. De staatssecretaris is nog niet eens begonnen. Ik doe dus toch een beroep mijnerzijds tot enige matiging als het zou kunnen. Is deze vraag cruciaal voor uw tweede termijn?


Mevrouw Karabulut (SP):
Nou, voorzitter, ik wil u mededelen dat ik op zich veel vragen heb voor de minister en veel minder vragen voor de staatssecretaris.


De voorzitter:
Daar ga ik u aan houden. Dat begrijpt u.


Mevrouw Karabulut (SP):
Vervolgens zou dit mijn laatste vraag aan de minister kunnen zijn als zij de andere onbeantwoorde vragen — één onbeantwoorde vraag — nog beantwoordt, waar ik zomaar van uitga. Maar ik kijk u aan, dus als u zegt: joh, doe niet …


De voorzitter:
Dan wachten we even tot de minister klaar is. Als het dan echt moet, wil ik misschien over mijn hart strijken. De minister.


Minister Bijleveld:
Over Amsterdam heb ik het mijne gezegd. Voor mij is het: een man een man, een woord een woord. Dat heeft u begrepen.