Marineterrein Amsterdam

Een onafhankelijk blog van een Kattenburger over de herontwikkeling van het Marineterrein Amsterdam. Van een gesloten enclave naar een plek voor iedereen. Blog Marineterrein gaat door als marinekwartier.com

Posts tonen met het label Marine. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Marine. Alle posts tonen

zondag 14 april 2019

VVD, CDA en ChristenUnie blokkeren (voorlopig) een Tweede Kamerdebat over achtergehouden documenten Marineterrein


Kamerlid Van Kooten-Arissen (PvdD) stemt voor een debat en Voordewind (CU) stemt tegen

Drie weken geleden werd via een WOB-verzoek duidelijk dat de argumenten die het Ministerie van Defensie aan de Tweede Kamer gaf om toch op het Marineterrein te blijven totaal geen hout snijden. Ook Het Parool berichtte over de kwestie. Kamerlid Belhaj van D66 vroeg onmiddellijk een Kamerdebat aan.
Zij werd hierin gesteund door verschillende partijen, maar de coalitiepartners van D66 wensten dit verzoek niet in te willigen en nemen voorlopig genoegen met het aanvragen van een brief bij minister Bijleveld. Dit was natuurlijk te verwachten, maar wellicht komt het later nog van een debat.

Hieronder een verslag van de regeling van werkzaamheden op 26 maart waarin duidelijk wordt dat VVD, CDA en ChristenUnie voorlopig tegen een debat zijn:


Mevrouw Belhaj (D66):
Voorzitter, dank. Ik doe een verzoek bij de regeling van werkzaamheden naar aanleiding van wat stukken die vrijgekomen zijn bij een WOB-verzoek over het marineterrein in Amsterdam. 
Wat schetst mijn verbazing? In al die stukken wordt klip-en-klaar uitgelegd waarom het opschorten van de verkoop van het marineterrein van Defensie aan Amsterdam geen hout snijdt. Geen enkel argument blijft overeind.

De voorzitter:

Dus?

Mevrouw Belhaj (D66):

Dat vind ik niet zo fijn, voorzitter.

De voorzitter:

Oké.

Mevrouw Belhaj (D66):

Dat is de "dus". Daarom denk ik dat er een noodzaak is om een debat aan te vragen, zodat volstrekte helderheid kan worden gegeven hoe er zo veel verschil kan zijn tussen datgene wat de minister heeft aangegeven en datgene wat in al die stukken staat van het ministerie van Defensie.

De heer Bosman (VVD):

Voorzitter. Ik denk dat het verstandig is als het ministerie duidelijkheid geeft in een brief. Ik vind het wel een beetje jammer — dat zeg ik ter ondersteuning van collega Belhaj — dat de Kamer hier verschillende keren over gesproken heeft en dat het ministerie van Defensie de stukken, die toch bekend zijn, niet proactief richting de Kamer heeft gestuurd. Als dat nog erbij zou kunnen, zou dat helder zijn. In ieder geval een brief. Daarna kijken we of er een debat nodig is.

De voorzitter:

Dus voorlopig geen steun.

De heer Bosman (VVD):

Nog geen steun.

De heer Kerstens (PvdA):

Voorzitter. Steun voor een brief, maar ook voor de debataanvraag.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Dat geldt precies hetzelfde voor GroenLinks, mevrouw de voorzitter. Een brief én debat.

De heer Laçin (SP):

Daar kan ik me ook bij aansluiten. Steun voor het debat.

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Geen steun voor het debat, maar wel voor een brief met een duidelijke uitleg over de documenten en hoe die zich verhouden tot de eerdere informatie die we vanuit het ministerie hebben gekregen.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik zou eerst uitleg willen hebben van de minister van Defensie. Dan wil ik bekijken of we een debat steunen.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (PvdD):

Steun voor het verzoek, voorzitter.

Mevrouw Belhaj (D66):

Wat is het geworden, voorzitter?

De voorzitter:

Geen meerderheid.

Mevrouw Belhaj (D66):

Dat verbaast mij ten hoogste, omdat het zó evident is. Soms is dat zo. Maar sportief als ik ben, heb ik dan maar gewoon te accepteren dat er een brief komt waarin uitgelegd wordt waarom het heel erg bijzonder is wat wij meemaken. Naar aanleiding van die brief voeren we hier een debat. Dan doen we het op die manier.

De voorzitter:

Dan zie ik u waarschijnlijk weer terug met een nieuw verzoek. Dank u wel. Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.


zaterdag 30 maart 2019

Parool: Marineterrein niet nodig voor nationale veiligheid



Vandaag in het Parool:

"De nationale veiligheid is helemaal niet de reden dat de krijgsmacht een veel groter deel van het Marineterrein wil behouden. Uit nieuwe documenten blijkt iets heel anders. D66 eist dat Defensie zijn claim laat vallen"

Lees hier verder:
https://www.parool.nl/binnenland/d66-defensie-besteed-geen-geld-aan-openhouden-marineterrein~a4625200/



maandag 25 maart 2019

Vrijgegeven nota Ministerie van Defensie: argumenten om Marineterrein aan te houden niet steekhoudend



WOB-verzoek overdracht Marineterrein
In september 2018 heb ik een verzoek om informatie bij de overheid ingediend inzake de overdracht van het Marineterrein te Amsterdam. Dit op grond van de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB).

Van de gemeente Amsterdam had ik vrij snel de documenten binnen. Het ministerie van Binnenlandse Zaken was wat trager, maar Defensie spande de kroon. Die hadden maar liefst 5 maanden (!) nodig om 13 documenten te leveren. Voor de duidelijkheid: de wettelijke termijn is maximaal 8 weken met een kleine uitloop om derden te raadplegen.
Hieronder enkele van mijn conclusies op basis van de verstrekte informatie.

Bestuursovereenkomst Ontwikkeling Marineterrein Amsterdam
In december 2013 hebben de toenmalige ministers Hennis van Defensie en minister Blok van Wonen en Rijksdienst samen met de Amsterdamse wethouder Van Poelgeest de Bestuursovereenkomst Ontwikkeling Marineterrein Amsterdam ondertekend. Hierin staat onder andere dat Defensie zich uiterlijk 1 juli 2018 van het terrein zou hebben teruggetrokken en in principe aan de gemeente Amsterdam zou worden verkocht.

Defensie komt terug op afspraken
Begin juli 2018 wordt echter duidelijk dat Defensie niet van plan is te vertrekken. De Gemeenteraad van Amsterdam reageert verbijsterd. Jarenlang is aan de overdracht gewerkt en plotseling komt het ministerie met voor veel raadsleden onduidelijke argumenten om te willen blijven.

De nieuwe minister van Defensie Bijleveld reageert in november op vragen in de Tweede Kamer. Zij stelt dat de krijgsmacht het terrein toch nodig heeft.
Kort gezegd op basis van twee argumenten:
  • Defensie heeft het terrein nodig voor terrorismebestrijding
  • Defensie heeft het terrein nodig als aantrekkelijke wervingslocatie
Beide argumenten worden door Kamerleden en Amsterdamse raadsleden in twijfel getrokken. Bijleveld wil echter geen verdere toelichting geven op haar argumenten voor het aanhouden van een kazerne in het centrum van Amsterdam. Ondanks een motie die door een meerderheid van de Tweede kamer wordt aangenomen waarin om meer informatie wordt verzocht, weigert de minister tot op de dag van vandaag opheldering te geven over haar precieze beweegredenen.

Oktober 2017 - Minister Dijkhoff bevestigt conclusies Amsterdam inzake veiligheid
Terug naar 2017. 
Uit een brief van toenmalig defensieminister Klaas Dijkhoff van 11 oktober 2017 blijkt dat het in 2014 aangetreden Amsterdamse college van B&W met Defensie heeft gesproken over de bredere functie die het terrein dan nog vervult openbare orde, veiligheid en terrorismebestrijding. Dijkhoff stelt Amsterdam gerust en meldt in de brief:

"Daarin is geconcludeerd dat Defensie ook na juli 2018 desgewenst kan bijdragen aan de openbare orde en veiligheid in Amsterdam, maar niet meer vanaf het Marineterrein. De gemeente Amsterdam heeft vastgesteld dat er voor openbare orde en veiligheid in de gemeente en in de regio goede alternatieven voorhanden zijn. [...] Het belang van terrorismebestrijding onderschrijf ik ten volle. Maar die kan ook na het vertrek van Defensie van het Marineterrein onverminderd doorgaan.

De huidige Amsterdamse wethouder Kock die het Marineterrein in zijn portefeuille heeft bevestigt dit ook in een interview met Het Parool (20 november 2018):

"In 2015 zijn goede afspraken gemaakt over alternatieve landingslocaties voor helikopters en de andere veiligheidsfuncties."




December 2017 - Staatssecretaris Knops van Binnenlandse Zaken heeft een idee
Op 26 oktober 2017 wordt Raymond Knops (CDA) beëdigt als staatssecretaris van Binnenlandse Zaken. Rijksvastgoed is onderdeel van zijn portefeuille. De voorbereidingen voor de overdracht en tijdelijke invulling van het Marineterrein zijn grotendeels in handen van deze dienst.
Knops is opgeleid als officier aan de Koninklijke Academie in Breda en was tot 2001 werkzaam bij de Koninklijke Luchtmacht. In 2004 en 2005 werd hij enkele maanden als reservist uitgezonden naar Irak.

Knops heeft dus veel ervaring met diverse defensietaken, en geeft daar ook in zijn functie als staatssecretaris van Binnenlandse Zaken blijk van, zo lezen we in een nu vrijgegeven nota van de Hoofddirecteur Beleid van het Ministerie van Defensie.

Knops oppert bij het Ministerie van Defensie, dat inmiddels onder leiding staat van zijn partijgenoot Ank Bijleveld, het idee om op het Marineterein in Amsterdam ruimte te behouden voor een algemene operationele veiligheidsfunctie van Defensie. Hij doet dit zonder de gemeente hierover in te lichten. Uit de nota blijkt dat hij de uitgestelde besluitvorming in de Amsterdamse gemeenteraad over de toekomstige invulling van het terrein wil aangrijpen om op de bestuursovereenkomst uit 2013 terug te komen.
Uit de nota van 12 december 2017:

"Dit zou mogelijk zijn omdat de gemeente Amsterdam de Nota van Uitgangspunten voor de ontwikkeling van het terrein te laat ter besluitvorming aan de gemeenteraad aanbiedt."

Amsterdam zou hierdoor volgens Knops in gebreke blijven. Dat de gemeenteraad hier niet eenvoudig uit wist te komen komt echter door de aanhoudende inmenging van Rijksvastgoed in de toekomstplannen voor het terrein. Kortweg is de vraag of het terrein een bedrijventerrein moet worden of dat er voornamelijk woningen komen. Binnenlandse Zaken hamert telkens weer op het belang van een 'innovatieve' invulling met slechts enkele woningen voor kenniswerkers. Een meerderheid van de gemeenteraad is het hier niet mee eens en een definitief besluit over de Nota van Uitgangspunten wordt uitgesteld. Knops grijpt hierop zijn kans en probeert alsnog het terrein in rijkshanden te houden.

Conclusies Nota Hoofddirectie Beleid Ministerie van Defensie
De nota van de Hoofddirectie Beleid van het Ministerie van Defensie geeft enkele conclusies over de aanwezigheid van Defensie op het Marineterrein te Amsterdam.
De twee eerder genoemde argumenten van minister Bijleveld (openbare orde en wervingsmogelijkheden) komen duidelijk aan de orde en worden hierin van tafel geveegd:

"Het MEA (Marine-Etablissement Amsterdam, red.) werd de afgelopen decennia regelmatig ingezet voor grote evenementen: als parkeerplaats in geval van grote ontvangsten in het Koninklijk Paleis en als uitvalsbasis voor de ME en andere politie-eenheden in geval van grootschalige ordeverstoring. [...]
De afgelopen jaren kwam verschillende malen de vraag op of het MEA vanwege dit soort functies in de sfeer van openbare orde en veiligheid wel kon worden gemist [...] Defensie hield zich hierbij afzijdig, omdat het, zoals gezegd, niet om defensietaken ging. Onlangs bevestigde de directeur Grond en Ontwikkeling van de gemeente Amsterdam dat wethouder Van der Burg ervan op de hoogte is dat er voor deze functies alternatieven voorhanden zijn.
[...]
Defensie heeft geen operationeel belang bij het behoud van een groter terreindeel dan vastgelegd in de Bestuursovereenkomst. Het na juli 2018 resterende defensieterrein is voldoende voor het Dienstencentrum Personeel en Logistiek (DCPL). Mocht het DCPL met het oog op extra wervingsinspanningen nog wat extra terrein nodig hebben, dan biedt de Bestuursovereenkomst hiervoor de mogelijkheid.
[...]
Het belang van de rijksoverheid.
Sinds Defensie in 2011 te kennen gaf het MEA te willen afstoten, heeft geen enkel ministerie zich gemeld met het oog op het behoud van een terreindeel voor bedoelde veiligheidsfuncties."

De Hoofddirectie Beleid ziet dus niet in waarom staatssecretaris Knops Defensie vraagt om het terrein aan te houden voor taken waar de krijgsmacht helemaal niet voor verantwoordelijk is en waarvoor ook al tijden duidelijk is dat daar alternatieven voor zijn.

Vastgoedbelangen
Uit andere stukken blijkt dat het andere onderdelen van het ministerie van Defensie voornamelijk om vastgoedbelangen gaat. Er is weer geld en men kan dus nieuwbouw plegen. De locatie van het MEA is bekend en heeft een bepaalde uitstraling die men niet kwijt wilt. Men wil op een andere manier personeel gaan werven en daar is ruimte voor nodig. Dat er al verschillende malen allerlei alternatieven zijn aangeboden door de stad Amsterdam blijft vervolgens onbesproken.

Conclusie: geen operationeel belang & uitbreiding werving en selectie kan elders
De belangrijkste conclusie die je uit de vrijgegeven documenten uit deze WOB-procedure kunt trekken is dat Defensie geen operationeel belang heeft bij het aanhouden van het Marineterrein. Of dat in ieder geval de Hoofddirectie Beleid en de voormalige minister Dijkhoff dit belang eind 2017 niet zien.

Duidelijk is ook dat al meerdere malen is erkend dat de overgebleven taken die Defensie in de hoofdstad wil vervullen niet noodzakelijk op het huidige Marineterrein gehuisvest hoeven te worden.
De vraag is of wethouder Kock hier in de lopende onderhandelingen met het Rijk op zal blijven wijzen. Amsterdam staat voor de haast onmogelijke taak voldoende woningen te realiseren voor haar inwoners. Het Marineterrein is een ideale plek om een deel van deze opgave te kunnen verwezenlijken.
Defensie blijft voor de meeste Amsterdammers zeker welkom in de stad, maar volgens sommigen zou het Rijk op het gebied van de invulling van de openbare ruimte in Amsterdam best een toontje lager mogen zingen. Daarnaast vragen velen zich af waarom Binnenlandse Zaken zich ongevraagd wil gaan bemoeien met de openbare orde in de stad.



Documenten Gemeente Amsterdam:
https://www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/wob-besluiten/wob-besluit-22/


Documenten Ministerie van Defensie:
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/wob-verzoeken/2019/03/13/besluit-wob-verzoek-marine-etablissement-amsterdam


Documenten Ministerie van Binnenlandse Zaken:
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/wob-verzoeken/2019/03/28/besluit-wob-verzoek-over-marinekazerne-te-amsterdam


vrijdag 22 februari 2019

Verslag Raadsvergadering Openbare Ruimte over ontwikkelingen Marineterrein



Voor de volledigheid het verslag van de Raadscommissievergadering van 16 januari jongstleden:


Openbare vergadering van de Raadscommissie Ruimtelijke Ordening 
Vergaderdatum Woensdag 16 januari 2019 van 19.30 uur tot 23.15 uur

12 Ontwikkelingen Marineterrein.
Nr. BD2018-016379

Mevrouw NAOUM NÉHMÉ begint met de quote ‘je kunt beter ruzie hebben met een wijze dan vriendschap met een dwaas’. Zij weet niet of de wethouder haar een wijze volksvertegenwoordiger vindt, maar als dat zo is dan wil zij diens kwalificatie van de vorige commissievergadering toen hij haar oprecht bedoelde vragen bespottelijk noemde graag scharen onder ‘ruzie met een wijze’. Dan is dat ook maar uitgesproken. Zij meent dat de wethouder overreageert als het Marineterrein ter sprake komt. Zij weet niet of dat komt omdat hij nog altijd gefrustreerd is over de gang van zaken met Defensie, wat zij zich kan voorstellen, maar zij roept hem op daar zo snel mogelijk overheen te stappen, zodat hij als een leeuw en niet als een lam kan vechten voor de belangen van de stad. Daar heeft hij zelf ook belang bij, want dan kunnen ze in Den Haag niet denken dat de wethouder ruzie maakt met iedereen, ook met zijn eigen gemeenteraad. Zij hoort graag van de wethouder hoe het bestuurlijk overleg van vandaag verliep. Wat is daar uitgekomen? Verder begrijpt zij de beantwoording op haar schriftelijke vragen niet. In juli had de wethouder het over een nieuw plan met het Rijk. Nu, bij de beantwoording van de schriftelijke vragen, spreekt hij over ‘slechts een verkenning’. Zij krijgt daar graag een opheldering op. Zij vraagt zich ook af hoe het zit met die onenigheid met Defensie, want hoe kan het dat de minister zegt dat de heer Kock zich eerst bij haar moet melden in plaats van eerst bij de media in geval van onenigheid, terwijl de wethouder in zijn beantwoording zegt dat hij de minister meermalen van zijn ongenoegen op de hoogte heeft gesteld. Wie moet zij nu geloven?

Mevrouw TIMMAN hoorde mevrouw Naoum Néhmé zojuist zeggen dat de wethouder moest vechten als een leeuw en niet als een lam, maar tegelijkertijd moet hij ook zijn emoties in bedwang houden en niet zo veel ruzie maken met Defensie. Wil mevrouw Naoum Néhmé nu dat de wethouder zich als een leeuw opstelt of als een lam?

Mevrouw NAOUM NÉHMÉ wijst erop in juli ook gezegd te hebben de wethouder liever als een tijger te willen zien, omdat zij vindt dat hij te snel bij het kruisje getekend heeft. Hij heeft een andere afweging gemaakt. Zij houdt hem aan die afweging. Vervolgens wil zij weten wat plan B is mochten de bestuurlijke overleggen nergens toe leiden. Is de stad goed voorbereid op allerlei scenario’s?

Mevrouw VAN RENSSEN weet dat mevrouw Naoum Néhmé graag ziet dat de wethouder vecht voor de stad. In haar optiek heeft de wethouder dat ook gedaan. Het signaal dat de minister boos is door de houding van de wethouder betekent dat er inderdaad gevochten is als een leeuw of een tijger voor de belangen van Amsterdam. Daarom begrijpt zij niet waarom mevrouw Naoum Néhmé nu zo verbolgen is, omdat de minister zich in haar wiek geschoten voelt.

Mevrouw NAOUM NÉHMÉ zou nog altijd willen dat de wethouder als een tijger vecht. Dat wil echter niet zeggen dat hij dus openlijk ruzie moet maken met de minister van Defensie en dat ook nog in de media gaat uiten.

Mevrouw VAN RENSSEN wil weten of mevrouw Naoum Néhmé het niet beter vindt zich achter de wethouder te scharen dan op deze manier hier een punt van te maken.

Mevrouw NAOUM NÉHMÉ vindt het niet tactisch om eerst te zeggen met Defensie mee te gaan denken over een nieuw plan om vervolgens te zeggen dat Defensie zich aan de oorspronkelijke afspraken moet houden. Zij begrijpt het daarom niet meer.

De heer BAKKER wil er niet de hele dierentuin bij halen, maar wil vooral weten wat mevrouw Naoum Néhmé zelf wil met betrekking tot het Marineterrein. Volgens hem is de coalitie vrij duidelijk over wat zij van het Marineterrein wil.

Mevrouw NAOUM NÉHMÉ wil dat de wethouder consistente strategieën uitvoert, zoals dat door hemzelf gewenst wordt geacht.

De heer BAKKER herhaalt zijn vraag wat mevrouw Naoum Néhmé nu precies wil met het Marineterrein.

Mevrouw NAOUM NÉHMÉ verwijst naar de discussie die hier twee jaar geleden over gevoerd is.

De heer VAN SCHIJNDEL is van mening dat niet geprobeerd moet worden nu hier de onderhandelingstactieken van de wethouder te gaan evalueren. Hij hoort graag wat de opvatting van de VVD is over de bestuursovereenkomst zoals die er lag en waarop Defensie toch is teruggekomen. Wat is de kracht dan van zo’n bestuursovereenkomst?

Mevrouw NAOUM NÉHMÉ roept de heer Van Schijndel op de verslagen van de debatten die hierover gevoerd zijn erop na te slaan.

Wethouder KOCK heeft heel hard zitten nadenken over de vraag welk dier hij zou willen zijn, misschien een vos … een lastig probleem. Hij zal daar nog nader over nadenken. Hij heeft vanochtend een goed en constructief overleg gehad met de minister en de staatssecretaris. Dat gesprek loopt nog steeds, daarom gaat hij liever niet inhoudelijk in op dat gesprek. Feit is wel dat Amsterdam zich samen met andere partijen vier jaar lang ingezet heeft om tot een plan te komen. Dat plan lag er afgelopen zomer, maar Defensie gaf vervolgens aan liever toch iets anders te willen. Vervolgens is onderzocht/verkend of er toch niet nog iets anders mogelijk is. Die gesprekken lopen nu. Hij denkt dat het goed is als er geen overhaaste beslissingen genomen worden, zeker niet in deze situatie waarin partijen het nog niet met elkaar eens zijn over wat er moet gebeuren. Daarom vraagt hij de commissie/de raad hem wat tijd te gunnen. Hij heeft er vertrouwen in dat er uiteindelijk een oplossing komt. Dat wordt wellicht niet de gewenste perfecte oplossing, maar hij acht het wel zijn taak om ervoor te zorgen dat het een zo goed mogelijke uitkomst is voor Amsterdam. Men is het er nog steeds over eens dat het doel is om op het Marineterrein een mooi innovatiedistrict te maken met voldoende ruimte voor woningen en bedrijven. Daar houdt hij aan vast door een verstandig gesprek te voeren met de partners en door vooral geen overhaaste beslissingen te nemen. Het gaat hier niet om een Brexit en de wethouder is van mening dat er geen plan B nodig is. De grond is eigendom van Defensie. Amsterdam wil daar iets ontwikkelen en daar zullen beide partijen het dan wel eens over moeten worden.



donderdag 31 januari 2019

Onduidelijke communicatie Defensie over verhuizing mijnenjagers naar Marineterrein



Enkele dagen geleden meldde Defensie nog via een persbericht aan het Noordhollands Dagblad dat de mijnenjager Hellevoetsluis voor educatieve doeleinden naar het Marineterrein op Kattenburg is versleept. Nu meldt de Helderse Courant dat de drie andere mijnenjagers buiten dienst ook naar Amsterdam komen, maar dat alle vier de schepen vervolgens in de verkoop gaan. Hoe het precies zit mag Joost weten. Communicatie naar de buitenwereld is nooit de sterkste kant geweest van onze krijgsmacht...

UPDATE 19-2-2019: 
Via via is mij ter ore gekomen dat volgens Defensie de betreffende journalist van de Helderse Courant niet goed op de hoogte is. De twee mijnenjagers die in Zeebrugge liggen zullen daar ook blijven en niet naar Amsterdam komen. Wel vreemd dat journalist Booy letterlijk een woordvoerder van Defensie citeert en het dan verkeerd zou hebben begrepen. Wellicht was de quote van woordvoerder De Haan van wat oudere datum. Voorlopige conclusie: naast de Hellevoetsluis komt ook de Maassluis nog naar Amsterdam. Twee stuks in totaal dus. Of dat voor educatie dan wel verkoop is, is mij niet bekend.

UPDATE 22-2-2019
Afdeling Communicatie van het Commando Zeestrijdkrachten laat vandaag rechtstreeks aan mij weten dat de Helderse Courant er inderdaad naast zat. Er komt nog één mijnenjager naar Amsterdam en de andere twee blijven in Zeebrugge. Er zou überhaupt geen plaats zijn voor nog twee schepen aan de kades van Kattenburg.
Of de twee 'Amsterdamse' mijnenjagers worden verkocht of voor educatieve doeleinden gebruikt gaan worden is onder andere afhankelijk van de uitkomst van de onderhandelingen tussen het Rijk en de gemeente Amsterdam over de toekomst van het Marineterrein.

UPDATE 5-4-2019: 
Ken je dat verhaal van die tweede mijnenjager die naar Amsterdam zou komen? Die kwam dus niet. Ik geef het op om hierover informatie op te vragen bij Defensie. Het kan namelijk elk moment weer veranderen...

Hieronder het artikel (wat dus voornamelijk foutieve informatie bevat):


Alle vier mijnenjagers naar Amsterdam
Arie Booy
31 januari 2019 donderdag
Helderse Courant (NH-Dagblad)

Den Helder 

Om meer steigerruimte vrij te maken in de Nieuwe Haven worden alle vier de uit dienst gestelde mijnenjagers naar Amsterdam gevaren. Begin deze week kwam naar buiten dat de Hellevoetsluis naar het Marine Etablissement Amsterdam was gebracht. Nu blijkt dat ook de andere drie schepen onderweg zijn. Woordvoerder Stefan de Haan van de marine: ,,Alle vier de mijnenjagers - Middelburg, Hellevoetsluis, Haarlem en Maassluis - verkassen uit Den Helder. In de eerste plaats levert dit extra steigerruimte op." De luitenant ter zee vervolgt: ,,De Hellevoetsluis ligt inderdaad al in Amsterdam bij de marinekazerne. De Maassluis gaat uiterlijk volgende week richting hoofdstad. De Middelburg en de Haarlem liggen nu in Zeebrugge en zullen op een later moment eveneens naar Amsterdam verplaatst worden." De schepenlift in Zeebrugge is de plek waar alle mijnenjagers van de Koninklijke en Belgische marine onderhouden worden. De vier jagers werden vanwege de bezuinigingen in het begin van dit decennium van de sterkte afgevoerd. Sindsdien lagen ze bij de mijnendienst in Den Helder aan de steiger. De schepen zijn jaren in de verkoop geweest, vorig jaar werd besloten ze uit de aanbieding te halen. Maar inmiddels wil Defensie ze toch weer te koop zetten.

Nieuwe generatie
Ondertussen wordt achter de schermen noest doorgewerkt aan de selectie van een nieuwe generatie mijnenjagers. België is leidend in dit dossier. Naast Damen zijn twee Frans-Belgische consortia geïnteresseerd in de order. Aangezien er in de toekomst op een andere manier op mijnen gejaagd gaat worden dan vandaag de dag, zien de ontwerpen van de nieuwe jagers er anders uit dan we gewend zijn. De schepen worden een stuk groter dan de huidige Alkmaar-klasse. Het moederschip blijft buiten de gevarenzone blijft terwijl vooral onbemande systemen het werk gaan doen. Ook op het gebied van de accommodatie aan boord zijn veranderingen op til. Er is meer aandacht voor comfort van de bemanning.






dinsdag 29 januari 2019

Defensie blijkt met komst mijnenjager toch weer piketpalen te slaan op Marineterrein

Vorige week konden we al zien dat de mijnenjager Hellevoetsluis, aangemeerd werd langs het Marineterrein. Gisteren wist het Noordhollands Dagblad te melden dat het schip een rol gaat spelen in het opleidingsprogramma van het Defensity College. Werkstudenten volgen daarbij een deel van hun opleiding op het Marineterrein.

Het faciliteren van deze opleiding op het terrein gaat in tegen eerdere afspraken en komt ook niet voor in de recente argumenten van Defensie waarom het noodzakelijk zou zijn om op dit stukje Amsterdam een marinekazerne aan te houden. Het wordt steeds duidelijker dat de bangmakerij met terrorismedreigingen en dergelijke wel eens een smoesje zou kunnen zijn om niet te hoeven vertrekken.

Waar wethouder Kock eerder ontkende dat de vernieuwing van de cateringfaciliteiten in het evenementengebouw een vorm van het slaan van piketpalen was ("het gaat slechts om een nieuwe vaatwasser"), kan hij dit statement van de krijgsmacht toch niet wegwuiven. Een actie als deze zal de lopende onderhandelingen tussen de gemeente en het rijk waarschijnlijk weinig goed doen...

Lees hier het artikel uit het Noordhollands Dagblad:



donderdag 24 januari 2019

Antieke mijnenjager langs openbaar gedeelte Marineterrein

Zou de brug naar de Dijksgracht stuk zijn?



Het betreft de volgende schepen:

A878 - Zr.Ms. Gouwe (1997)
Kustsleepboot van de Lingeklasse

M859 - Hellevoetsluis (1987) - buiten dienst
Mijnenjager uit de Alkmaarklasse

Y8019 - Balgzand
Sleep/duwboot



vrijdag 23 november 2018

VIDEO: debat Marineterrein in Tweede Kamer (21 november 2018)

Afgelopen woensdag (21 november 2018) debatteerde de Tweede Kamer met de minister van Defensie Bijleveld over de Defensiebegroting in het algemeen en op zeker moment over de soap rond het Marineterrein in het bijzonder.
In de video hieronder zie je de vragen van 3 Kamerleden, de reactie van de minister en een ingediende motie. Totale duur: ruim 20 minuten.

De sprekers:
Isabelle Diks (GroenLinks)
Sadet Karabulut (SP)
Salima Belhaj (D66)
Minister Bijleveld (VVD)

Kijk hier voor de uitgeschreven tekst van Kamerleden en minister:





Parool: 'Ergernis over landjepik Marineterrein'

Het Parool meldde gisteren het volgende:



Ergernis over landjepik
Marineterrein: Gemeente en Kamer hekelen besluit Defensie te blijven in hartje Amsterdam

Defensie zou het Marineterrein overdragen aan de stad, maar bedacht zich. De gemeente legt zich er niet bij neer, tot ongenoegen van de minister.
HANNEKE KEULTJES EN RUBEN KOOPS


Minister Ank Bijleveld van Defensie reageert gepikeerd op pogingen van de Amsterdamse wethouder Udo Kock om via de Tweede Kamer toch een groter deel van het Marineterrein in handen te krijgen. "Als wethouder Kock vindt dat die met voeten zijn getreden, moet hij niet bij de krant of bij de Tweede Kamer melden, maar bij mij. Hij heeft zich niet gemeld." Volgens Bijleveld waren er juist goede afspraken gemaakt met Amsterdam over de nieuwe verdeling van het terrein.

Tijdens een debat in de Tweede Kamer sprak GroenLinks-Kamerlid Isabelle Diks van een 'bestuurlijke schoffering', omdat Defensie in juni plots terugkwam van in 2013 gemaakte afspraken over de teruggave van het marinecomplex. SP-Kamerlid Sadet Karabulut noemde Defensie 'een onbetrouwbare partner voor mijn stad'. Dat ergerde Bijleveld zichtbaar. "Ik werp die aantijging verre van mij," reageerde zij gisteravond. "Als ik op mijn werkkamer afspraken maak met deze wethouder, de waarnemend burgemeester en ambtenaren en dat wordt vervolgens besproken in de raadscommissie, dan is het afspraak is afspraak."
'Laat het aan ons'

Bijleveld noemt uitspraken van Kock in Het Parool van dinsdag 'niet ordentelijk'. Kock zei dat er geen veiligheidsanalyse ten grondslag ligt aan het besluit van Defensie op het marinecomplex te blijven. Bijleveld verwerpt dat. "De hoofdstad is regelmatig het terrein van grootschalige evenementen. Het Marine Establishment is de enige locatie die via lucht, weg en water bereikbaar is. En we willen ook zichtbaar blijven in de stad."

Regeringspartij D66 riep Bijleveld op om geen onomkeerbare stappen te zetten totdat de Kamer is geïnformeerd over 'alle financiële implicaties en nut en noodzaak'. Bijleveld wilde daar niks van weten. "Op 1 januari wil ik weer een aantal gebouwen overdragen aan de gemeente Amsterdam. Laat het aan ons." Wel beloofde ze de Kamer nader te informeren over de financiën en beweegredenen van Defensie. De hoofdstad en het ministerie onderhandelen momenteel over een nieuwe verdeling van de gronden. De Rijksbouwmeester maakt schetsen waarin zowel de stad als Defensie aan hun trekken zal komen.
Sportcomplex delen

Volgens de defensieminister is de samenwerking tussen haar departement en Amsterdam juist 'eendrachtig'. Bijleveld stelt dat er in de toekomstige plannen ruimte is 'voor een heleboel woningen'. Hoeveel van de geraamde 1400 huizen er kunnen worden gerealiseerd, is nog niet bekend.

Het ministerie van Defensie laat weten dat er wordt nagedacht over gedeeld gebruik van onderdelen van de marinekazerne. Zo is het sportcomplex van de krijgsmacht straks in de avond- en weekenduren open voor omwonenden. Duidelijk is dat het Dienstencentrum Personeelslogistiek, verantwoordelijk voor werving van militairen, het grootste deel van de nieuwe kazerne in beslag neemt. Kock is daar verbolgen over. "Moet de afdeling personeelszaken per se op het duurste stukje grond van Nederland? We helpen graag mee om naar een alternatief te zoeken, bijvoorbeeld het Sparkgebouw in Sloterdijk, dat al in bezit is van het rijk."

De wethouder moet glimlachen om de woede van de minister. "Afspraak is afspraak? Een beetje ironisch is dat wel, want in 2013 en 2015 zijn de afspraken gemaakt dat Defensie daar weg zou gaan. Het is goed dat de Tweede Kamer nu aan Bijleveld vraagt om dat nog eens uit te leggen."


donderdag 22 november 2018

Tweede Kamerlid Belhaj (D66) dient motie in over Marineterrein

Tweede Kamerlid Belhaj van D66 diende gisteren bij het debat over de Defensiebegroting een motie in waarbij ze opheldering vraagt over de gang van zaken rond het Marineterrein in Amsterdam.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL
2
Vergaderjaar 2018-2019





Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2019
 35 000 X

MOTIE (Nr. 58) VAN HET LID BELHAJ 
Voorgesteld 21 november 2018

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Tweede Kamer tot op heden beperkt is geïnformeerd over de intentie om de besluitvorming rondom het Marine Etablissement Amsterdam te heroverwegen;

draagt de regering op de Tweede Kamer eerst te informeren over alle financiële implicaties en nut en noodzaak van het voornemen tot de heroverweging van het Marine Etablissement Amsterdam alvorens stappen worden gezet met betrekking tot de heroverweging,

en gaat over tot de orde van de dag.

Belhaj


vrijdag 16 november 2018

Voormalig raadslid Nuijens vermoedt financieel opportunisme rond soap Marineterrein

Het nieuws dat Defensie -tegen eerdere afspraken met de gemeente in- het Marineterrein toch niet wil verlaten was ook voor voormalig GroenLinks-raadslid Jorrit Nuijens een schok.
Naast de vermoedens die ik zelf heb waarom de krijgsmacht ineens deze draai heeft gemaakt, komt Nuijens met nog een mogelijkheid: de verminderde waarde van het terrein na het sneuvelen van de voorstellen van Rijk en college in de Amsterdamse gemeenteraad. Zie hieronder zijn Facebook-post van vorige week vrijdag.

Jorrit Nuijens shared a memory — feeling annoyed.
Vorig jaar, toen ik nog raadslid in Amsterdam was, werd onderstaande motie over het Marineterrein aangenomen. De raad verwierp de richting van het toen zittende college als zijnde veel te veel gericht op verdiencapaciteit en te weinig op wonen en maatschappelijke voorzieningen. Nou wil ik niet zeggen dat deze motie een van de redenen was dat Defensie (lees: het Rijksvastbedrijf, wat niet voor niets ‘bedrijf’ heet) ineens niet langer van t Marineterrein wil vertrekken maar...
Ok, who are we kidding. Ik geloof er dus niets van dat Defensie het terrein strategisch nodig heeft. Ze zagen simpelweg de verdiencapaciteit van het terrein dalen toen de raad het VVD plan voor t terrein verwierp, zagen vervolgens GroenLinks aan de macht komen in Amsterdam en hebben gedacht: laat maar even...
En zo blijft een stuk Amsterdam, gierend hard nodig voor zorgfuncties, wonen, ambacht, kunst, cultuur en groene uitblaasruimte, dat al eeuwen wordt bezet door het Rijk voorlopig nog steeds een militaire enclave. Droef.

MARINETERREIN: Hoppa!
Op mijn voorstel heeft de raad besloten duidelijk te maken dat ze het niet eens is met het voorstel van kabinet en college: die stellen op het Marineterrein 80% werk voor (internationale ICT bedrijven) en slechts 20% wonen.
Dat vindt GroenLinks en een meerderheid onverstandig: na 350 jaar Militaire Enclave geen Google Enclave, maar een echt stuk Amsterdam, met naast een park veel ruimte voor woningen en ruimte voor maatschappelijke en creatieve voorzieningen!


zondag 28 oktober 2018

Koude oorlog tussen Republiek Amsterdam en Ministerie van Defensie: wie gaat er winnen op het Marineterrein?

Draai Defensie
Afgelopen juli werd bekend dat Defensie, tegen de afspraken in, niet meer akkoord gaat met het overdragen van het volledige Marineterrein aan de stad Amsterdam. Wat hiervan de precieze redenen zijn is nog steeds niet geheel duidelijk. Defensie schermt met termen als 'veranderde veiligheidssituatie' en 'zichtbare aanwezigheid'. Ik zie vooral emotionele redenen.
Wethouder Kock was het niet eens met de plotselinge draai, en ging het gesprek aan met Defensie. Met tot nu toe weinig resultaat. Er circuleert inmiddels een voorlopige kaart waarop te zien is dat Defensie zo'n 50% van het terrein wil behouden. En dit is nu juist het gedeelte dat voor de opwaardering van de Kattenburgerstraat met woningen en voorzieningen in de plint zo hard nodig was.



Binnen de blauwe stippellijn het deel waar Defensie zou blijven.

Extra hek
In december zal er een bestuurlijk overleg plaatsvinden. Dat is het moment waarop duidelijk zal worden of een militaire en een publieke functie op het Marineterrein inderdaad naast elkaar kunnen bestaan. Wat dit betekent voor het gedeelte van het terrein dat al was overgedragen is mij niet duidelijk. De gemeente gaat ervan uit dat dit niet terug gaat naar Defensie, maar het terrein is nog steeds in eigendom van het Rijk, dus ik hou m'n hart vast. De krijgsmacht blijkt tot nu toe een onbetrouwbare partner.
Ook het feit dat Defensie een extra hek heeft geplaatst langs een van de opleidingsgebouwen komt op mij nogal agressief over en getuigt niet van een open houding ten opzichte van de gemeente.



Het extra hek langs het voormalig opleidingsgebouw.

Duidelijke scheiding van taken 
Ondertussen is bekend gemaakt dat Bureau Marineterrein niet meer verantwoordelijk is voor het begeleiden van de toekomstige ontwikkeling (mocht die nog doorgaan), maar enkel nog voor de tijdelijke invulling. Formeel was het Bureau al niet eindverantwoordelijk, maar in de praktijk bleek de tijdelijke invulling nogal sturend geweest te zijn voor het uiteindelijke toekomstbeeld zoals omschreven in de Principenota. Welke partij daarin de overhand had, Rijk of gemeente, is mij nog steeds niet duidelijk.
Ook het faciliteren van het formele participatietraject is weggehaald bij het Bureau. Dat is ook logisch, aangezien het project steeds meer richting een toekomstvisie gaat en er dus steeds minder naar de tijdelijke invulling hoeft te worden gekeken. Een duidelijke scheiding van taken ligt dan voor de hand.
Voor beide taken is een nieuw Planvormingsteam samengesteld bij de gemeente. Een goed idee lijkt mij, aangezien het Bureau, met vertegenwoordigers van gemeente èn Rijk, voortdurend een dubbele pet op had. Iets wat in de communicatie soms tot hilarische compromissen leidde en bijvoorbeeld in een weinig objectieve publieksenquête resulteerde.
Bureau Marineterrein beperkt zich de laatste maanden in zijn openbare uitingen tot het schrijven van artikelen over de tijdelijke huurders en het promoten van publieksactiviteiten op het terrein. Zo is men bijvoorbeeld plotseling zeer actief geworden op Instagram met vrijwel elke dag een nieuwe foto.
Mijn verwachting is dat deze meer zichtbare scheiding van taken tussen Bureau Marineterrein en het Planvormingsteam van de gemeente tot minder verwarring bij burgers zal leiden.

Voorlopig is het dus afwachten wie de strijd om het Marineterrein gaat winnen. Hopelijk zet de gemeente Amsterdam hoog in, want de noodzaak om voor Defensie midden in de stad een kazerne te behouden is volgens mij volstrekt afwezig.

Noot (31-10-2018): in een eerdere versie van dit stuk was niet geheel duidelijk dat Bureau Marineterrein nooit formeel eindverantwoordelijk is geweest voor de toekomstige invulling van het terrein. Dat gedeelte is om die reden enigszins aangepast. Wie wil weten hoe het precies zit met plichten en verantwoordelijkheden inzake de ontwikkeling van het Marineterrein leest het volgende stukje zware kost uit een artikel van Lilian van Karnenbeek en Leonie Janssen-Jansen in het tijdschrift Land Use Policy.



[...]

5.2. Decision-making rules

Considering decision-making rules, the first period is well defined: the National Government was the single actor permitted to take decisions. With respect to T1, the decision-making rules are less taken for granted. According to formal rules, all decisions are required to be made in collaboration between the Project Agency, the City of Amsterdam and the National Government considering the strategy report and management agreement. The appointed steering committee is permitted to take all decisions concerning the use of the publicly accessible area and the redevelopment of the full area based on the mandate and the power of attorney that has been given by the four actors to the steering committee members. Unanimity in the steering committee is required, otherwise a board meeting is required. In T1, the steering committee was also required to decide about the longer-term redevelopment of all 15 ha of the Navy Yard Amsterdam for the period after mid-2018, resulting in some specific decision-making rules. Initially, the Project Agency is required to draft the guidelines for redevelopment. For this, the Project Agency director has the mandate to hire consultant- and research-agencies to assist. The guidelines are subsequently presented to and discussed with all members of the steering committee. If all steering committee members agree, the guidelines will be proposed to the board. If the board agrees, the City Council of Amsterdam is required to finalize the decision-making. By July 1 2018, a formal planning decision-making document, stating the guidelines for the final redevelopment of the Navy Yard, has to be proposed to the City Councial of Amsterdam. In summary, the National Government is not the only actor authorized to make decisions, contrary to the situation in the first period. Remarkably, the National Government still possesses decision-making power in the second period, although the City of Amsterdam contains a higher degree of power. Furthermore, during the observations and document analysis, traces of informal decision-making rules were not found.

5.3. Choice rules
Considering the formal choice rules, the Ministry was permitted to take all actions in the Navy Yard in the time period T0, while other actors were forbidden to take any action in the area. During T1, the Ministry was permitted to take all actions and is required to manage and maintain the land, buildings and water zones in the privately used area. Additionally, the Ministry was required to leave the publicly accessible area. Concerning other formal choice rules in T1, all actors are required to actively negotiate the redevelopment of the Navy Yard based on guidelines and appointments documented in the strategy report and management agreement. The Project Agency is permitted to take care of the daily circumstances and maintenance of the area within the limits of these guidelines and appointments. Furthermore, the Project Agency is required to report and justify its actions to the members of the steering committee and inform them about temporary uses. The National Government and the City of Amsterdam are, in turn, required to monitor the actions of the Project Agency. Both actors are authorized to reverse actions of the Project Agency. Considering the informal choice rules, three distinctive rules are worth mentioning. First, the City of Amsterdam and the National Government both mention that the strategy report and management agreement do not necessarily correspond with all current circumstances. Although formally agreed upon, both actors state that the redevelopment should accommodate current circumstances at best, questioning to what extent actions must be in conformity with the guidelines of the strategy report and management agreement or actions may deviate the guidelines. Combining this informal choice rule with the authority of the City of Amsterdam and National Government to reverse actions and the decision-making rules, the strategy report and management agreement can, in theory, be disregarded. Secondly, although the steering committee has decision-making powers concerning the use of the area, it is noticeable that the City of Amsterdam clearly holds on to its established planning procedures (well-known—typical Amsterdam—planning documents and approaches), which reaffirms its primus inter pares role in planning decisions. Thirdly, with respect to an informal choice rule in daily circumstances, the co-use of the sport fields and conference centre in the closed-off area is worth mentioning. The Ministry is formally required to allow co-use of the sport fields and conference centre, but by holding on to existing practices for its own purposes they construct informal barriers in such a way that co-use by the Project Agency is almost impossible. A member of the Project Agency mentions, “the event centre is continuously in use by the Ministry of Defence as they organize events for themselves and external parties”. Recapitulating, the formally and informally taken actions differ substantially between the two periods; again, the Ministry was not the sole party taking action at the Navy Yard.

5.4. Information rules
With respect to T0, the Ministry was the only actor that maintained information about the area, the uses and activities. Furthermore, any sharing of this information was forbidden. As for T1, all four actors have—to different degrees—information concerning the use of and the activities in the area. While the Project Agency had access to all of the available information concerning the redevelopment, they are required to inform the three other actors during steering committee meetings. Furthermore, the Project Agency is required to inform citizens of the adjacent neighbourhoods. Though only ‘informing’ is required, the Project Agency was convinced they should organize a citizen platform. In terms of informal information rules, the Ministry was accustomed to keeping available information about the closed-off area private. Other actors requested certain information (e.g. building characteristics) and visits to the closed-off Navy Yard in favour of the redevelopment. However, as the area is still closed-off, this occasionally results in informal barriers to plan visits or share information. Furthermore, by sharing knowledge concerning the redevelopment, the City of Amsterdam and the National Government positively contribute to the urban development. From the Project Agency’s perspective, sharing information with and gathering input from business in the neighbourhood is highly valuable. Eventually, these informal consultations have resulted in a formal agreement with its ‘business neighbours’ about the collaboration. Concerning the information rules, much more information was shared during T1 as compared to T0, although information regarding the closed-off area was secretly dealt with despite the emergence of some restrictive barriers for the redevelopment of the Navy Yard. Observations in this study revealed the explicit effect of informal information rules on the redevelopment.

5.5. Pay-off rules
Concerning the pay-off rules, there were no formal sanctions or rewards in either T0 or T1.13,14 None of the formal documents contain constraints, penalties or coercions related to certain actions. During T1, a so-called ‘gentleman’s agreement’—an informal, non-enforceable agreement between parties in good faith—was in existence. Actors understood that the sharing of information gained in workshops or meetings, such as pictures of urban models, was not acceptable.


5.6. Scope rules
In T0 the scope rules were solely restricted to military uses and performances such as military education, recruitment and training. For T1, the fundamentals for the scope rules are formally documented in a strategy report in the form of guidelines. The National Government and the City of Amsterdam are required to respect and comply with these guidelines, unless otherwise agreed upon (see Section 4 for details). As stated in the strategy report (Ministry of Defence et al., 2013b, p. 3), “Most importantly, the Navy Yard offers a unique opportunity to create a new cultural and urban hub and yet to keep the hidden, mysterious and green character of the space.” The strategy report further states that functions such as housing, education, research, restaurants, green spaces and culture should be clustered. In the early years of the redevelopment, actors are required to focus on in-between uses and temporal initiatives that contribute to an innovative urban destination. The Project Agency formulated three main core values that strengthen the substantive guidelines of the strategy report, namely, innovation, interconnection and focus that underline themes such as sustainability, water, sport and movement. As of 2017, there is no actual zoning plan that determines specific land uses. The scope rules from T0, therefore, influenced the scope rules for T1 to a certain extent. Observations in this study showed that the informal dimension of scope rulesis not necessarily noticeable in the official strategy report, but emerges instead during negotiation about the underlying values that strengthen scope rules.

[...]