Marineterrein Amsterdam

Een onafhankelijk blog van een Kattenburger over de herontwikkeling van het Marineterrein Amsterdam. Van een gesloten enclave naar een plek voor iedereen.

woensdag 27 juli 2016

Amsterdam Beer Fair in september op Marineterrein



Op 16 t/m 18 september zal er op het terrein van de Voorwerf op het Marineterrein een bierfestival plaatsvinden. Homeland Brewery (onderdeel van Pension Homeland) organiseert dit evenement en heeft al verschillende andere brouwerijen weten te strikken. 
Van de Facebook-pagina:
Op de voormalige marinewerf in hartje Amsterdam organiseert stichting Homeland Brew Fair van vrijdag 16 tot en met zondag 18 september the Amsterdam Beerfair (TAB) organiseren.
Het festival brengt topbrouwers vanuit binnen- en buitenland samen. Ongeveer 15 brouwers schenken hun bieren in speciale festival-proefglaasjes, er wordt live gebrouwen en lokale culinaire ambachtslieden verkopen hun delicatessen. Dit alles onder het genot van live-muziek en, hoe kan het ook anders, prachtige bieren.
====================================
Line-up:
Brouwerij 't IJ
Homeland
Lagunitas (USA)
Ciderman van de Ciderwinkel
White Pony (IT)
Dochter van de Korenaar (B)
Anchor (USA)
Oedipus
Stone Brewery (USA, DE)
Brewdog (GB)
...
When:
16 september van 16:00 tot 23:00 uur
17 september van 14:00 tot 23:00 uur
18 september van 12:00 tot 18:00 uur

maandag 25 juli 2016

David ter Avest (ArchiNed) hekelt ontwikkelingsstrategie Marineterrein

Naar aanleiding van een lezing voor de Academie van Bouwkunst door Liesbeth Jansen en Thijs Meijer van Bureau Marineterrein schreef David ter Avest een artikel over de transformatie van het Marineterrein voor architectuur-website ArchiNed.



Organische ontwikkeling

Ter Avest twijfelt over de gekozen 'organische' ontwikkeling van het gebied. Hij mist de energie die zou moeten ontstaan bij het vrijkomen van een stukje Amsterdam dat zo lang afgesloten is geweest.
Daarnaast mist hij transparantie en openheid. Hij ziet wel een bottom-up benadering doordat men input vraagt van jonge, betrokken buurtbewoners, maar is hier nogal pessimistisch over. Enclavevorming ligt op de loer en de doelgroep van het terrein zou al grotendeels zijn vastgesteld. 
Dat de huidige eigenaar, de Rijksoverheid, geduld vraagt snapt Ter Avest wel, maar hij mist een eindvisie. Ik mis die eindvisie ook wel eens, maar omdat sommige toekomstplannen zo destructief kunnen uitpakken vind ik de huidige gereserveerdheid toch wel prettig. Langzaamaan; zien wat de stad vraagt.

Ter Avest noemt de houding van de overheid bij de huidige invulling van het terrein weinig democratisch. Dat gaat mij wat ver. De Rijksoverheid is op dit moment volledig eigenaar en kiest voor een zeer ingehouden vorm van (tijdelijke) ontwikkeling. De Gemeente Amsterdam zal gaan werken aan een bestemmingsplan (dat is er nu niet!) wat ter goedkeuring zal moeten worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Tot die tijd zal er sowieso geen nieuwbouw plaatsvinden en hopelijk zal men ook niets slopen voordat er enig plan of einddoel is verwoord. Het is trouwens nog maar de vraag of de Gemeente Amsterdam het terrein zal kunnen aankopen. Zo niet, dan zal het wellicht in handen vallen van een projectontwikkelaar.

Einddoel Marineterrein
Wat grappig is, is dat Ter Avest eerst vraagt om een duidelijk einddoel, maar aan het einde van zijn stuk gaat pleiten voor permanente tijdelijkheid, een zogeheten freespace. In zijn eigen woorden klinkt dat als volgt:
"Vrijeruimtes die ruimte geven aan het debat over democratisering, toekomst, openbaarheid, emancipatie, diversiteit en de verhouding van bewoners tot de stad. Een vrijeruimte die permanent ruimte biedt voor tijdelijkheid. Juist in een stad die worstelt met haar eigen succes en waar scheidslijnen in de samenleving steeds zichtbaarder worden.Het terrein wordt dan geen over-geanalyseerde plek waar de lucky few zich mag vestigen, maar metamorfoseert in een eigenwijs en open park waar van alles mag en kan. Dit ‘Marinepark’ vormt dan samen met het Vondelpark en het Westerpark een gelijkvormige driehoek in de stad: een plek voor ontspanning, een plek voor cultuur, en een plek voor debat. Dit unieke stukje stad krijgt gestalte en invulling vanuit de maatschappij – haaks op het zo gesloten verleden. De zoektocht naar de toekomst van het Marineterrein wordt dan een zoektocht van en naar de identiteit van Amsterdam zelf."

Integratie Kattenburg
Vrijheid, blijheid? Geef mij dan toch maar een enigszins omlijnd einddoel. Met onder meer functies voor Kattenburg die nu ontbreken. Want in vrijwel alle stukken die er over het Marineterrein worden geschreven wordt vergeten dat het zich op een eiland bevindt waar ook nog een woonwijk ligt waar bijna 2000 mensen wonen. Een wijk met een roerig verleden en met een voorheen nogal homogene groep bewoners die niet altijd serieus werd genomen. Die houding begint langzaam te veranderen, maar of dat voor zo'n groot project als het Marineterrein genoeg is moet nog maar blijken. De muur die het Marineterrein afscheidt van de rest van het eiland wordt door velen als een voldongen feit gezien, maar kan natuurlijk grotendeels worden afgebroken. Dit zou de integratie tussen beide delen zeer bevorderen. Een student Landschapsarchitectuur van de Wageningen Universiteit heeft hiervoor een mooi plan geschreven, maar hierover later meer. 
Het vrijwel geheel slopen van de huidige woningen op Kattenburg, zoals in het door Ter Avest zo geprezen ontwerp van een groep studenten van de Academie van Bouwkunst Amsterdam wordt voorgesteld, is natuurlijk ook een 'oplossing' voor dit 'probleem'. Na 40 jaar alweer een sloopronde... Kattenburg blijft keer op keer weinig bespaard. Spannende tijden in ieder geval voor deze mooi gelegen hectares!

zaterdag 23 juli 2016

Marineterrein in Nederlandse politieserie



De laatste aflevering van het tiende seizoen (2015) van een bekende Nederlandse politieserie vond onder meer plaats op het Marineterrein. De Commandantswoning wordt hier als safe haven gebruikt. Een functie die het Marine-Etablissement in het verleden daadwerkelijk heeft vervult. Zo zaten Ayaan Hirsi Ali en Geert Wilders hier enige tijd ondergedoken.
De vorige commandant van het terrein, Hans Bartelsman, komt in een rol van Peter Tuinman ook nog voorbij. Bartelsman geeft er tegenwoordig rondleidingen en kan prachtig vertellen over de historie van de marine in Amsterdam.

Op de foto de precieze filmlocatie.



Natuurmomentje op het Marineterrein

vrijdag 15 juli 2016

Gemeente laat Marineterrein als mogelijk Transferpunt Touringcar Rondvaart onderzoeken

Uit een verkenning van de gemeente is gebleken dat men van plan is de Zouthaven als voorkeurslocatie voor een Transferpunt Touringcar en Rondvaart (TTR) aan te wijzen. Daarnaast is het Marineterrein gekozen als een van de eventuele transferpunten op de (midden)lange termijn. Deze voorstellen zijn aan het College van Burgemeester & Wethouders gedaan op basis van het rapport "Verkenning nieuw transferpunt touringcar en rondvaart". Mijn interesse gaat natuurlijk vooral uit naar de overwegingen het Marineterrein aan te wijzen als mogelijke locatie.



Collegevoordracht van 12 juli 2016:


Ad2f:
In te stemmen met het betrekken van de mogelijkheid van een TTR op het Marineterrein bij de studie naar uitgangspunten voor de definitieve ontwikkeling;
Uit de analyse van de locaties kwam het Marineterrein naar voren als kansrijke locatie. De bij het Marineterrein behorende haven is uitermate geschikt als locatie voor de rondvaart. Ruim bemeten, rustig water en gelegen aan de belangrijkste rondvaartroute. Daarbij is in de directe omgeving van de haven ook gelegenheid voor het halteren van voldoende touringcars.
Zowel op het Marineterrein zelf als op korte loopafstand in de Kattenburgerstraat. Ook de Dijksgracht West zou een uitstekende plek kunnen zijn voor een TTR.

Het terrein is echter niet in eigendom van de gemeente en vooralsnog niet beschikbaar. Eind 2013 zijn het Rijk (eigenaar) en de Gemeente een Bestuursovereenkomst aangegaan. Onderdeel van deze Overeenkomst zijn de Strategienota (2013) met uitgangspunten voor het gebiedsconcept en de ontwikkelstrategie.

Daarin is onder andere opgenomen dat:
Invulling van het Marineterrein een bijdrage moet leveren aan herstel van het stedelijk weefsel en zowel het water als de open ruimte op het terrein zich tot een belangrijke ontmoetingsplek en verbindingsroute moeten ontwikkelen;
Nieuwe stromen bezoekers moeten uit de plek zelf en uit de programmatische invulling komen;
Einddoelen zijn nog niet vastgelegd en er is gekozen voor een geleidelijke, organische ontwikkeling. Het terrein zal vooralsnog in gedeelten worden ontwikkeld met tijdelijke functies.

Op dit moment wordt het Marineterrein tijdelijk geëxploiteerd. Het Projectbureau Marine terrein onderzoekt nu de ontwikkelmogelijkheden en heeft daarbij ook de RVE Ruimte en Duurzaam ingeschakeld.
Voorgesteld wordt een TTR te betrekken bij de studie naar de (programmatische) uitgangspunten voor de ontwikkeling van het Marineterrein waarvan het resultaat conform de Bestuursovereenkomst uiterlijk 1 juli 2018 ter besluitvorming aan de gemeenteraad moet worden voorgelegd. 

Voor dit voorstel is nogal selectief en creatief gewinkeld in de Strategienota voor het Marineterrein uit 2013. Het eerste punt uit het voorstel staat als volgt in de Strategienota:

Waterpark:De poort van het terrein gaat open. Hierdoor ontstaat een verrassende plek aan het watermidden in de stad; een omsloten tuin met prachtig uitzicht over het drukbevaren water en op de historische binnenstad. Het terrein ligt in de binnenstad en de invulling ervan moet dan ook een bijdrage leveren aan het stedelijk weefsel. Zowel het water als de open ruimte op het terrein ontwikkelt zich tot een belangrijke ontmoetingsplek.

De schrijvers van de Collegevoordracht hebben hieraan de term "verbindingsroute" zelf toegevoegd. Het woord komt zelfs in de hele nota niet voor! Wel wordt daar gesteld dat het omringende water kan worden ingezet voor nieuwe verbindingen, maar hier worden relationele verbindingen, crossovers bedoelt. Mensen verbinden in een openbaar waterpark, en dus niet een commerciële, afgesloten transporthub die bussen en rondvaartboten 'verbindt'. En je kunt een transferpunt toch moeilijk gaan omschrijven als een ontmoetingsplek...

Punt twee stelt dat nieuwe stromen bezoekers uit de plek zelf moeten komen. En daar spreekt men zichzelf natuurlijk al tegen. De tekst in de Strategienota:

Aantrekkingskracht door bindende functies en evenementen 
Het Marineterrein is door de beslotenheid, historie en prachtige ligging aan het water een icoon voor de stad. Het gebied heeft geen iconisch gebouw nodig, de functies die op het gebied neerstrijken zorgen ervoor dat het Marineterrein the place to be wordt. Dat moeten functies zijn die elkaar versterken en op zichzelf een nieuw stroom bezoekers oproepen.

Een transferpunt voor touringcars naar rondvaart is geen functie die op zichzelf een nieuwe stroom bezoekers oproept. Het geeft slechts een doorstroom met alle overlast van dien. Van bezoekers is geen sprake.
In de Strategienota wordt ook bepleit te onderzoeken of het Marineterrein geheel dan wel gedeeltelijk autovrij is te maken. Ook dit strookt niet met het aanleggen van halteplaatsen voor touringcars. 
Wel vinden we het volgende:


Bovendien biedt de haven op het Marineterrein een extra kleinschalige opstapmogelijkheid voor rondvaartboten en watertaxi’s en voor botenverhuur.


Let op het woord 'kleinschalig', zonder verwijzing naar een transferpunt.
Uit het verkeersonderzoek dat voor de Strategienota is gedaan blijkt verder dat de verkeersdruk op de Kattenburgerstraat nu al tegen de maximale waarden aan zit. Met de vermindering van het verkeer op de Eilandenboulevard door de aankomende herinrichting aldaar, is de verwachting dat deze drukte alleen nog maar gaat toenemen. Het aantrekken van nog meer verkeer (lees: een grote hoeveelheid touringcars) door het aanleggen van een transferpunt is dan ook zeer onwenselijk. Zet liever in op milieuvriendelijk openbaar vervoer. Vrijwel alle opstapplaatsen voor de rondvaart zijn op loopafstand van het Centraal Station. Touringcars zijn dus geheel overbodig om deze te bereiken.

UPDATE:
Inmiddels heb ik door middel van een WOB-verzoek het complete rapport in handen weten te krijgen. Hierin de precieze criteria en overwegingen voor de gemaakte keuze voor het Marineterrein. Inclusief een kaart met de beoogde ligplaatsen en haltes. 
Op de kaart wordt voorgesteld twee haltes voor touringcars te plaatsen op de Kattenburgerstraat. In de bijlage spreekt men echter van vier (!!!) halteplaatsen. Compleet onacceptabel. Het is een plek die nu al geteisterd wordt door deze bakbeesten. Op drukke dagen is het een komen en gaan en worden er continu toeristen gelost. Ze laten hun zware dieselmotoren soms tot wel enkele uren lang stationair draaien (voor de airco of verwarming of om, zoals een Poolse chauffeur mij eens vertelde, koffie te kunnen zetten...). De ramen van de slecht geïsoleerde woningen aan de Kattenburgerstraat rinkelen dan in de kozijnen.
Daarnaast komt in dit voorstel vrijwel de gehele haven van het Marineterrein vol te liggen met rondvaartboten. Ook voor het terras van Pension Homeland. Zwemmen in de haven zal niet meer mogelijk zijn door de grote hoeveelheid vaarbewegingen. En een groot deel van de historische gevel van het Poortgebouw (17e eeuw) zal aan het zicht onttrokken worden door de halterende bussen.
Wat verbaast is dat in de verkennende 'ateliergesprekken' enkel is gesproken met ondernemers en dat bij de criteria voor geschikte transferplekken de inpassing in de buurt of overlast voor bewoners totaal niet is meegenomen. Blijkbaar vond men het niet nodig de invloed op de leefbaarheid voor de Amsterdammers zelf te onderzoeken.

Overigens is B&W sowieso al van plan de duikers (soort buisvormige vaarverbindingen) aan de Eilandenboulevard (van de Nieuwe Vaart naar de Kattenburger- en Wittenburgervaart) te gaan verbreden en verhogen om grotere rondvaartboten door te kunnen laten. Dit ondanks groot protest van de buurt en een eerder besluit van Bestuursorganisatie Centrum om dit niet te doen. Of het plan van B&W te maken heeft met de voorkeur voor het Marineterrein als transferplek is niet duidelijk, maar de 'transformatie' van het terrein wordt wel als een van de redenen genoemd.
Wordt vervolgt zullen we maar zeggen...



dinsdag 12 juli 2016

Zwemmen in haven Marineterrein voorlopig enkel op eigen risico



In de haven van het Marineterrein was tot voor kort enkel plek voor de boot van Pension Homeland en eventueel een verdwaalde meerkoet. Maar in de toekomst zou dit wel eens een populaire plek kunnen worden om als buurtbewoner je zwemcapaciteiten op orde te brengen. Baantjes trekken in een afgesloten stukje water, midden in het centrum, in de open lucht.



Een maand geleden trof ik een van de studenten die voor Bureau Marineterrein onderzoek heeft gedaan naar de geschiktheid van de haven als zwemplek. We ontmoeten elkaar in Pension Homeland - een mooie plek direct naast de haven waar het zwemmen uiteindelijk zou moeten gaat plaatsvinden. Maarten Erich (foto links) is sinds begin dit jaar samen met Evie Cox en Merrit Beck bezig de waterkwaliteit, de bodemgesteldheid en de ecologie van het water te onderzoeken. Ze doen dit in het kader van Tesla Minor, een project voor Masterstudenten in de Natuurwetenschappen, Wiskunde of Informatica. 

Maarten vertelt dat Tesla Minor meer is dan een simpel onderzoeksproject. Het is vooral praktisch en zit vol uitdagingen. Er wordt veel nadruk gelegd op groepsprocessen en persoonlijke ontwikkeling. De theorie is dat een project beter verloopt als je jezelf en de anderen beter kent. Daarnaast wordt er veel gesport. Ook dit versterkt het groepsgevoel en door veel te bewegen zit je lekkerder in je vel. Het is niet enkel met je neus in de boeken en met een stofjas aan het lab in. De studenten gaan er op uit en proberen oplossingen te verzinnen die daadwerkelijk uitvoerbaar zijn.
Zo ook op het Marineterrein. Waternet monitort al enkele maanden de waterkwaliteit aldaar. En die is meestal vrij goed. Er is amper verkeer van boten en dus wordt het enigszins vervuilde slib op de bodem van de haven niet of nauwelijks omgewoeld. De studenten zien ook weinig andere problemen met het water op deze plek.


Maarten is als aquatisch bioloog ook geïnteresseerd in de ecologie van het water in de haven. Hij vertelt enthousiast over de mosseltjes die je onder je bootje in de grachten kunt vinden. Het veelvuldig voorkomen van deze soort is een teken van een schoon leefmilieu. En dat geeft dan weer hoop voor de zwemmers onder ons!

Het enige punt blijft de aansprakelijkheid. Als men er een officiële zwemplek van wil maken moet de veiligheid gegarandeerd kunnen worden. Zowel wat betreft de gezondheid van de zwemmers, alsook het eventuele verdrinkingsgevaar. Op dit moment kan en wil niemand over deze beide punten permanent uitsluitsel geven.
Bureau Marineterrein heeft het water inmiddels wel vrijgegeven. Let wel: het zwemmen in de haven is geheel op eigen risico! Het is dus (nog) geen officiële zwemlocatie. Voorlopig misschien wel beter. Zo wordt het geen druk stadsstrand - iets waar drie Amsterdamse gemeenteraadsleden wel op in lijken te zetten. We gaan gewoon in alle rust baantjes zwemmen. Nu het mooie weer nog...


Foto's: Bureau Marineterrein & Guus Teunisse & Tesla Minor

vrijdag 8 juli 2016

Amsterdam Artist Community - studentenontwerp voor een nieuw Marineterrein (9)

Kunst in de stad. Altijd een punt van discussie.
Maar kunstenaars in de stad? Daar kun je er niet genoeg van hebben.
Yale-student Hochung Kim gooit het Marineterrein vol met kunst en kunstenaars. Met openbare beeldenparken, maar ook met afgesloten werkplekken. Op deze manier wil hij het geïsoleerde karakter van het terrein enigszins behouden.
Het ontwerp staat bol van kleine, smalle gebouwtjes. Het lijkt wel een muizenstadje. De beeldenparkjes komen op die manier wel goed tot hun recht en er blijft relatief veel 'ruimte in de lucht' over. Maar het is veel van hetzelfde. Een dichtbebouwde vinexwijk midden in Amsterdam.
Kim ziet wel de waarde van enkele historische of juist zeer moderne gebouwen. Ze zijn heel natuurlijk ingepast in zijn voorgestelde plan. Dat is ook wat waard.



Amsterdam Artist Community
Student: Hochung Kim

The proposal for Amsterdam Artist Community is based on the idea that Art can
enhance the quality and attractiveness of living environments. Inspiration came from
sources as varied as the canals of Venice in Los Angeles to dense residential artist-
neighborhoods in South East Asia.
Numerous studies were made to investigate how a mix of art, art institutions,
artist workshops and housing could work. Solutions with large scale art institutions
concentrated along Kattenburgerstraat or interspersed throughout the entire site were
abandoned for a much smaller scale approach. A seemingly arbitrary grid is projected
over the site allowing for the creation of public, semi-private and private spaces. The
positioning of art follows the same gradient: from public civic art accessible for all, to the
private workshop of the artist.
This proposal includes a typological study of housing types. Density and the ratio
between infrastructure, public space and private land have been studied in order to
clarify and quantify the development potential of the Marine Etablissement.

Amsterdam Athletic Peninsula - studentenontwerp voor een nieuw Marineterrein (8)

Dit ontwerp voor het Marineterrein van Yale-student Christensen uit 2013 is nogal eenzijdig. Het draait voor minstens de helft om sport. Mijns inziens een vreemde plek voor zo'n geavanceerd complex. Midden in de stad kun je toe met wat eenvoudigere opties, zoals de zojuist geopende hardlooproute en de mogelijkheid te kunnen zwemmen in het haventje van het terrein. Verder wordt er weer eens rigoureus gesloopt. Niets van de oorspronkelijke bebouwing blijft behouden.
De gebouwen zelf zijn niet erg spannend en de ontwerpen geenszins uitgewerkt. Niet perse de taak van een landschapsarchitect zullen we maar zeggen.
De zichtlijnen zijn wel erg mooi. De lange rechte lijnen geven, in ieder geval aan de waterkant, een gevoel van ruimte. Verder is er weinig park. Christensen noemt een laan met wat bomen nota bene een 'linear park'. Ja, zo kan ik het ook.



Amsterdam Athletic Peninsula
Student: Todd Christensen


The Amsterdam Athletic Peninsula is a Sports Oriented Development that is meant to
change the way Amsterdammers live and play in their city. Sport and Recreation have
become increasingly more important in our modern day society with record numbers
of people tuning in to watch global events such as the World Cup and the Olympics.
The 2012 London Olympics was the most watched Event in the history of Television
and, in 2022 Qatar will be hosting the World Cup at an estimated cost of 220 billion
dollars. Sport has evolved into something more than recreation, but a way that we
bond culturally and socially, and the aim of the Athletic Peninsula was to tap into this
groundswell and create a new “cultural” center that would redefine the landscape of
Amsterdam. The project was to contain one of the largest indoor recreational facilities
in the country, increasing the amount of “sports” related program within the city limits
10 fold. The project integrates the athletic facility with a fitness oriented residential
component. The site is divided into two axis and four quadrants, with each axis acting as
an anchor for either the residential or athletic program. The vertical axis is anchored by
the linear park that runs the length of the site. The linear park roughly separates the live
area from the athletic area. The Marina and Athletic facility the sports components of the
site and bisect the linear park. The four quadrants are the Waterfront quarter, containing
the hotel, boardwalk, and more high end apartments, the Park Quarter, containing a
the park and market rate housing in a more secluded portion of the site, the Historic
Quarter, located next to the Aquatic Museum and containing remnants of the site’s
original historic structures, and the Athletic Quarter, contain more affordable housing
units and views as well as quick access to the playing fields.

donderdag 7 juli 2016

Bouwkundig Weekblad uit 1968 over nieuwe kantine Marineterrein



Onderdeel van de nieuwbouw op het Marineterrein, die in de jaren zestig plaatsvond als gevolg van de herstructurering van het gebied, was de Kantine voor Korporaals en Manschappen. Ook deze werd ontworpen door Bureau F.C. de Weger, maar had een eigen architect, ir. O. Sluizer. Alhoewel ook hier van prefab-elementen gebruik is gemaakt heeft de kantine veel meer een eigen karakter dan de andere gebouwen die De Weger voor het terrein uittekende. Zoals het Bouwkundig Weekblad in 1968 schreef:

Bij de uitwerking is gezocht naar geleding en toch continuïteit van ruimten door plattegronden, niveauverschillen en verlaagde plafonds. Hierdoor voelt men zich, ook bij geringe bezetting, b.v. gedurende de weekeinden, toch niet verloren in dit gebouw.

Tijdens een eerdere open dag op het Marineterrein mocht ik eens rondlopen door het gebouw, dat nu een functie als Evenementen Centrum heeft. Het is inderdaad een doolhof-achtig gebouw dat, ondanks zijn grootte, knus aandoet.
Jammer genoeg is in de loop der jaren het originele ontwerp nogal hardhandig aangetast. De slanke betonnen dakrand is afgetimmerd met lompe brede panelen. Hierdoor hebben de terrassen op de eerste verdieping ook aan schoonheid ingeboet. De raampartijen zijn verkleind en de vlakverdelingen zijn volledig uit balans geraakt. Ook is de karakteristieke schoorsteen verdwenen.



Naar mijn mening zou de kantine ook in toekomstige plannen voor het Marineterrein bewaard moeten blijven. Maar niet na een grondige reconstructie. Hopelijk bevinden de oorspronkelijke elementen zich nog onder de later toegevoegde panelen en kan het gebouw in oude staat hersteld worden. Het zou een schitterende buurtfunctie kunnen gaan vervullen. Er bevindt zich al een filmzaal in het oorspronkelijke ontwerp, dus een bioscoop met horeca zou een voor de hand liggende optie zijn. In de plint is dan plaats voor buurtwinkels en kleine bedrijfjes.

Klik op de afbeeldingen om de pagina's uit het Bouwkundig Weekblad beter te kunnen zien.

woensdag 6 juli 2016

Moderne bebouwing Marineterrein in tijdschrift BOUW uit 1967

De huidige jaren-zestig-bebouwing op het Marineterrein is vrijwel allemaal ontworpen door architecten- en ingenieursbureau ir. F.C. de Weger. In 1967 besteedde het tijdschrift BOUW een flink aantal pagina's aan de nieuwe constructiemethodes die voor de bouw van het nieuwe Marine-Etablissement gebruikt werden. Systeemherhaling, standaardconstructiehoogtes en modulaire systeembouw zijn maar enkele van de - toen zeer moderne - termen die gebezigd worden. Doordat er voor een gestandaardiseerde bouw werd gekozen bleef men bij dit project geheel binnen budget en werd het gebouwd in de gestelde tijd. Destijds een unicum in de aannemingswereld!
Klik op de afbeeldingen om de pagina's groter te bekijken.

dinsdag 5 juli 2016

Geheimzinnigheid op het Marineterrein



Wat bij rondleidingen over het voormalige Marine-Etablissement telkens weer naar boven komt zijn de geruchten en geheimzinnigheden die altijd met militaire terreinen verbonden zullen zijn. Zo zouden er verschillende ondergrondse bunkers en gangenstelsels op het terrein aanwezig zijn en hebben Hirsi Ali en Geert Wilders hier daadwerkelijk ondergedoken gezeten. Verder heeft op het Marineterrein ook de TIVC gezeten, het Technisch Informatie Verwerkingscentrum, een defensie-onderdeel dat voornamelijk werkte voor de Inlichtingendienst Buitenland (IDB). Hier werd internationaal telefoonverkeer afgeluisterd en geanalyseerd. Gesprekken via satellietverbindingen werden op band opgenomen en met behulp van trefwoorden geselecteerd voor nader onderzoek.
Op veel kaartjes van het terrein werd dit gebouw (nummer 012) weggelaten of was het onbenoemd. 
De Telegraaf schreef op 1 februari 1992 een artikel over de falende Nederlandse veiligheidsdiensten. De TIVC kreeg echter een pluim:

Afluistercentrum
Dank zij het super-geheime en ultra-moderne afluistercentrum op het terrein van het Marine Etablissement bij de Amsterdamse wijk Kattenburg — kosten ongeveer 150 miljoen gulden per jaar — maakte de IDB internationaal furore.
De dienst deed dat in de lente van 1981 nog eens dunnetjes over. Op 7 juni van dat jaar bombardeerden F-16--jachtbommenwerpers van de Israëlische luchtmacht Saddam Hoesseins in aanbouw zijnde kerncentrale in Osirak. Slechts zeer weinigen weten dat de informatie over Iraks eerste nucleaire bolwerk afkomstig was van de Inlichtingendienst Buitenland. Opnieuw was de IDB erin geslaagd een absolute spionagescoop te behalen.




Blogarchief