Marineterrein Amsterdam

Een onafhankelijk blog van een Kattenburger over de herontwikkeling van het Marineterrein Amsterdam. Van een gesloten enclave naar een plek voor iedereen.

woensdag 22 mei 2019

Minister Bijleveld weigert opnieuw toelichting op aanhouden Marineterrein

Het antwoord dat je wist dat zou komen
Gisteren -de timing is slim gekozen: tussen de presentatie van een nieuwe CDA-fractievoorzitter en het ontslag van een VVD-staatssecretaris- kwam er dan eindelijk de lang verwachte beantwoordingsbrief van de minister van Defensie.
Eind maart werd via een WOB-verzoek duidelijk dat de argumenten die het Ministerie van Defensie aan de Tweede Kamer gaf om toch op het Marineterrein te blijven totaal geen hout snijden. Ook Het Parool berichtte over de kwestie. Kamerlid Belhaj van D66 vroeg onmiddellijk een Kamerdebat aan.
Zij werd hierin gesteund door verschillende partijen, maar de coalitiepartners van D66 wensten dit verzoek niet in te willigen en namen voorlopig genoegen met het aanvragen van een brief bij minister Bijleveld.


Verschillende adviezen
Het antwoord op die brief kwam er nu dus eindelijk, maar stemt niet echt tot tevredenheid.
De zeer summiere argumentatie uit een eerdere Kamerbrief wordt herhaald, maar niet -zoals door de Kamer gevraagd- nader toegelicht.
Bijleveld wijst er verder op dat er altijd verschillende ambtelijke adviezen worden uitgebracht en dat, zoals ook in dit geval, de inhoud daarvan sterk uiteen kan lopen.
Een dooddoener. Het lijkt me dat je de Kamer dan ook verteld waarom een bepaald advies de doorslag heeft gegeven.
Enige motivatie voor het vastgoed-argument wordt niet gegeven. Uitleg over de volgens Defensie verergerde veiligheidsrisico's in het centrum van Amsterdam evenmin.

Alternatieven
Daarnaast blijft de minister de door Amsterdam aangedragen alternatieven voor een plek in de hoofdstad negeren. De beantwoordingsbrief rept hier met geen woord over.

"Besluit is genomen"
Bijleveld zet met deze brief duidelijk de hakken nog verder in het zand. Ze schrijft: "Op grond van een zorgvuldige afweging van de verschillende argumenten heb ik een besluit genomen [...] Zodra de gezamenlijke planvorming voldoende is uitgekristalliseerd, zal ik u ook informeren over de financiële consequenties die dit mogelijk heeft voor de defensiebegroting."
Ze denkt hiermee de motie van Kamerlid Belhaj uit te voeren, maar deze eist ook nadrukkelijk uitleg over nut en noodzaak. Ik ga ervan uit dat de ondertekenaars van deze motie de minister hier alsnog aan gaan houden.

Hieronder de complete brief:

21-5-2019

Hierbij reageer ik op de vraag die tijdens het ordedebat van 26 maart jl. door het lid Belhaj (D66) is gesteld over wat ik heb aangegeven over het Marineterrein in Amsterdam en wat in de stukken staat die Defensie in antwoord op het WOB-verzoek van 25 augustus 2018 openbaar heeft gemaakt (Kenmerk 2019Z05881). 
Hiermee beantwoord ik ook het verzoek van de VCD uit uw brief van 16 mei jl. (Kenmerk 1029D19933).

Op 5 december 2013 is de bestuursovereenkomst gesloten voor de ontwikkeling van het ‘Marineterrein Amsterdam’. De overeenkomst voorzag in een gefaseerde terugtrekking van Defensie van het terrein, met uitzondering van de hoek waar de Koninklijke Marechaussee gehuisvest was. Nadat de marechaussee vanwege een reorganisatie geen behoefte meer had aan deze locatie, werd besloten dat het Dienstencentrum Personeelslogistiek in Amsterdam zou blijven. Onder het huidige kabinet is voor een andere koers gekozen. In de Defensienota 2018 is aangekondigd dat een aantal defensielocaties alsnog werd opengehouden en dat voor enkele andere locaties nog onderzoek gaande was. De belangrijkste overwegingen voor die nieuwe koers voor het Marineterrein Amsterdam heb ik vervolgens uiteengezet in mijn Kamerbrief van 11 juli 2018 (Kamerstuk 33 763, nr. 143). In de eerste plaats is de veiligheidssituatie veranderd en zijn er voor Defensie zwaarwegende redenen om een groter deel van het complex dan oorspronkelijk voorzien te behouden. In de tweede plaats wil Defensie zichtbaar aanwezig blijven in de hoofdstad, waarbij de kazerne ook een belangrijke locatie is om de grote opgave op het gebied van werving en selectie te kunnen verwezenlijken.

Na de heroverweging is het overleg begonnen tussen Defensie, de Gemeente Amsterdam, het Rijksvastgoedbedrijf en de Rijksbouwmeester om gezamenlijk het Marineterrein verder te ontwikkelen.

Dat er in de loop der tijd hierover verschillende en ook inhoudelijk afwijkende ambtelijke adviezen zijn uitgebracht, is een gebruikelijk verschijnsel in het politiek-bestuurlijke afwegingsproces. Ook de stukken die wegens dit WOB-verzoek openbaar zijn gemaakt lopen qua inhoud sterk uiteen: sommige pleiten – op sterk uiteenlopende gronden - vóór het behoud van een deel van het terrein, andere daartegen.

Op grond van een zorgvuldige afweging van de verschillende argumenten heb ik een besluit genomen en heb ik u vervolgens geïnformeerd over dat besluit en de achtergronden daarvan. Zodra de gezamenlijke planvorming voldoende is uitgekristalliseerd, zal ik u ook informeren over de financiële consequenties die dit mogelijk heeft voor de defensiebegroting. Ik ga dan ook graag met uw Kamer in gesprek, mede in het licht van de aangenomen motie van het lid Belhaj (Kamerstuk 35 000 X, nr. 58). Voor nu hoop ik uw Kamer voldoende te hebben geïnformeerd.

DE MINISTER VAN DEFENSIE

Drs. A.Th.B. Bijleveld-Schouten



donderdag 25 april 2019

Minister van Defensie Bijleveld stelt beantwoording vragen over Marineterrein wederom uit

Tweede Kamer wil opheldering
Eind maart werd via een WOB-verzoek duidelijk dat de argumenten die het Ministerie van Defensie aan de Tweede Kamer gaf om toch op het Marineterrein te blijven totaal geen hout snijden. Ook Het Parool berichtte over de kwestie. Kamerlid Belhaj van D66 vroeg onmiddellijk een Kamerdebat aan.
Zij werd hierin gesteund door verschillende partijen, maar de coalitiepartners van D66 wensten dit verzoek niet in te willigen en namen voorlopig genoegen met het aanvragen van een brief bij minister Bijleveld.


Uitstelbriefje
Gisteren (24 april 2019) kwam (na een maand!) het antwoord van het kabinet. Dat wil zeggen een brief. Een uitstelbrief... Uitstelbriefje...
Na een eerdere motie om meer informatie naast zich neer te hebben gelegd, blijkt minister Bijleveld opnieuw geen haast te maken met het informeren van de Kamer.

Hieronder het briefje:




UPDATE 20 mei 2019

Vaste Kamercommissie Defensie
Vorige week (16 mei 2019) toonde de Vaste Kamercommissie Defensie haar ongeduld in deze zaak en vroeg de minister via een brief wanneer ze haar stilzwijgen denkt te gaan doorbreken.

Hieronder de brief:



zondag 14 april 2019

VVD, CDA en ChristenUnie blokkeren (voorlopig) een Tweede Kamerdebat over achtergehouden documenten Marineterrein


Kamerlid Van Kooten-Arissen (PvdD) stemt voor een debat en Voordewind (CU) stemt tegen

Drie weken geleden werd via een WOB-verzoek duidelijk dat de argumenten die het Ministerie van Defensie aan de Tweede Kamer gaf om toch op het Marineterrein te blijven totaal geen hout snijden. Ook Het Parool berichtte over de kwestie. Kamerlid Belhaj van D66 vroeg onmiddellijk een Kamerdebat aan.
Zij werd hierin gesteund door verschillende partijen, maar de coalitiepartners van D66 wensten dit verzoek niet in te willigen en nemen voorlopig genoegen met het aanvragen van een brief bij minister Bijleveld. Dit was natuurlijk te verwachten, maar wellicht komt het later nog van een debat.

Hieronder een verslag van de regeling van werkzaamheden op 26 maart waarin duidelijk wordt dat VVD, CDA en ChristenUnie voorlopig tegen een debat zijn:


Mevrouw Belhaj (D66):
Voorzitter, dank. Ik doe een verzoek bij de regeling van werkzaamheden naar aanleiding van wat stukken die vrijgekomen zijn bij een WOB-verzoek over het marineterrein in Amsterdam. 
Wat schetst mijn verbazing? In al die stukken wordt klip-en-klaar uitgelegd waarom het opschorten van de verkoop van het marineterrein van Defensie aan Amsterdam geen hout snijdt. Geen enkel argument blijft overeind.

De voorzitter:

Dus?

Mevrouw Belhaj (D66):

Dat vind ik niet zo fijn, voorzitter.

De voorzitter:

Oké.

Mevrouw Belhaj (D66):

Dat is de "dus". Daarom denk ik dat er een noodzaak is om een debat aan te vragen, zodat volstrekte helderheid kan worden gegeven hoe er zo veel verschil kan zijn tussen datgene wat de minister heeft aangegeven en datgene wat in al die stukken staat van het ministerie van Defensie.

De heer Bosman (VVD):

Voorzitter. Ik denk dat het verstandig is als het ministerie duidelijkheid geeft in een brief. Ik vind het wel een beetje jammer — dat zeg ik ter ondersteuning van collega Belhaj — dat de Kamer hier verschillende keren over gesproken heeft en dat het ministerie van Defensie de stukken, die toch bekend zijn, niet proactief richting de Kamer heeft gestuurd. Als dat nog erbij zou kunnen, zou dat helder zijn. In ieder geval een brief. Daarna kijken we of er een debat nodig is.

De voorzitter:

Dus voorlopig geen steun.

De heer Bosman (VVD):

Nog geen steun.

De heer Kerstens (PvdA):

Voorzitter. Steun voor een brief, maar ook voor de debataanvraag.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Dat geldt precies hetzelfde voor GroenLinks, mevrouw de voorzitter. Een brief én debat.

De heer Laçin (SP):

Daar kan ik me ook bij aansluiten. Steun voor het debat.

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Geen steun voor het debat, maar wel voor een brief met een duidelijke uitleg over de documenten en hoe die zich verhouden tot de eerdere informatie die we vanuit het ministerie hebben gekregen.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik zou eerst uitleg willen hebben van de minister van Defensie. Dan wil ik bekijken of we een debat steunen.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (PvdD):

Steun voor het verzoek, voorzitter.

Mevrouw Belhaj (D66):

Wat is het geworden, voorzitter?

De voorzitter:

Geen meerderheid.

Mevrouw Belhaj (D66):

Dat verbaast mij ten hoogste, omdat het zó evident is. Soms is dat zo. Maar sportief als ik ben, heb ik dan maar gewoon te accepteren dat er een brief komt waarin uitgelegd wordt waarom het heel erg bijzonder is wat wij meemaken. Naar aanleiding van die brief voeren we hier een debat. Dan doen we het op die manier.

De voorzitter:

Dan zie ik u waarschijnlijk weer terug met een nieuw verzoek. Dank u wel. Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.


zaterdag 30 maart 2019

Parool: Marineterrein niet nodig voor nationale veiligheid



Vandaag in het Parool:

"De nationale veiligheid is helemaal niet de reden dat de krijgsmacht een veel groter deel van het Marineterrein wil behouden. Uit nieuwe documenten blijkt iets heel anders. D66 eist dat Defensie zijn claim laat vallen"

Lees hier verder:
https://www.parool.nl/binnenland/d66-defensie-besteed-geen-geld-aan-openhouden-marineterrein~a4625200/



maandag 25 maart 2019

Vrijgegeven nota Ministerie van Defensie: argumenten om Marineterrein aan te houden niet steekhoudend



WOB-verzoek overdracht Marineterrein
In september 2018 heb ik een verzoek om informatie bij de overheid ingediend inzake de overdracht van het Marineterrein te Amsterdam. Dit op grond van de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB).

Van de gemeente Amsterdam had ik vrij snel de documenten binnen. Het ministerie van Binnenlandse Zaken was wat trager, maar Defensie spande de kroon. Die hadden maar liefst 5 maanden (!) nodig om 13 documenten te leveren. Voor de duidelijkheid: de wettelijke termijn is maximaal 8 weken met een kleine uitloop om derden te raadplegen.
Hieronder enkele van mijn conclusies op basis van de verstrekte informatie.

Bestuursovereenkomst Ontwikkeling Marineterrein Amsterdam
In december 2013 hebben de toenmalige ministers Hennis van Defensie en minister Blok van Wonen en Rijksdienst samen met de Amsterdamse wethouder Van Poelgeest de Bestuursovereenkomst Ontwikkeling Marineterrein Amsterdam ondertekend. Hierin staat onder andere dat Defensie zich uiterlijk 1 juli 2018 van het terrein zou hebben teruggetrokken en in principe aan de gemeente Amsterdam zou worden verkocht.

Defensie komt terug op afspraken
Begin juli 2018 wordt echter duidelijk dat Defensie niet van plan is te vertrekken. De Gemeenteraad van Amsterdam reageert verbijsterd. Jarenlang is aan de overdracht gewerkt en plotseling komt het ministerie met voor veel raadsleden onduidelijke argumenten om te willen blijven.

De nieuwe minister van Defensie Bijleveld reageert in november op vragen in de Tweede Kamer. Zij stelt dat de krijgsmacht het terrein toch nodig heeft.
Kort gezegd op basis van twee argumenten:
  • Defensie heeft het terrein nodig voor terrorismebestrijding
  • Defensie heeft het terrein nodig als aantrekkelijke wervingslocatie
Beide argumenten worden door Kamerleden en Amsterdamse raadsleden in twijfel getrokken. Bijleveld wil echter geen verdere toelichting geven op haar argumenten voor het aanhouden van een kazerne in het centrum van Amsterdam. Ondanks een motie die door een meerderheid van de Tweede kamer wordt aangenomen waarin om meer informatie wordt verzocht, weigert de minister tot op de dag van vandaag opheldering te geven over haar precieze beweegredenen.

Oktober 2017 - Minister Dijkhoff bevestigt conclusies Amsterdam inzake veiligheid
Terug naar 2017. 
Uit een brief van toenmalig defensieminister Klaas Dijkhoff van 11 oktober 2017 blijkt dat het in 2014 aangetreden Amsterdamse college van B&W met Defensie heeft gesproken over de bredere functie die het terrein dan nog vervult openbare orde, veiligheid en terrorismebestrijding. Dijkhoff stelt Amsterdam gerust en meldt in de brief:

"Daarin is geconcludeerd dat Defensie ook na juli 2018 desgewenst kan bijdragen aan de openbare orde en veiligheid in Amsterdam, maar niet meer vanaf het Marineterrein. De gemeente Amsterdam heeft vastgesteld dat er voor openbare orde en veiligheid in de gemeente en in de regio goede alternatieven voorhanden zijn. [...] Het belang van terrorismebestrijding onderschrijf ik ten volle. Maar die kan ook na het vertrek van Defensie van het Marineterrein onverminderd doorgaan.

De huidige Amsterdamse wethouder Kock die het Marineterrein in zijn portefeuille heeft bevestigt dit ook in een interview met Het Parool (20 november 2018):

"In 2015 zijn goede afspraken gemaakt over alternatieve landingslocaties voor helikopters en de andere veiligheidsfuncties."




December 2017 - Staatssecretaris Knops van Binnenlandse Zaken heeft een idee
Op 26 oktober 2017 wordt Raymond Knops (CDA) beëdigt als staatssecretaris van Binnenlandse Zaken. Rijksvastgoed is onderdeel van zijn portefeuille. De voorbereidingen voor de overdracht en tijdelijke invulling van het Marineterrein zijn grotendeels in handen van deze dienst.
Knops is opgeleid als officier aan de Koninklijke Academie in Breda en was tot 2001 werkzaam bij de Koninklijke Luchtmacht. In 2004 en 2005 werd hij enkele maanden als reservist uitgezonden naar Irak.

Knops heeft dus veel ervaring met diverse defensietaken, en geeft daar ook in zijn functie als staatssecretaris van Binnenlandse Zaken blijk van, zo lezen we in een nu vrijgegeven nota van de Hoofddirecteur Beleid van het Ministerie van Defensie.

Knops oppert bij het Ministerie van Defensie, dat inmiddels onder leiding staat van zijn partijgenoot Ank Bijleveld, het idee om op het Marineterein in Amsterdam ruimte te behouden voor een algemene operationele veiligheidsfunctie van Defensie. Hij doet dit zonder de gemeente hierover in te lichten. Uit de nota blijkt dat hij de uitgestelde besluitvorming in de Amsterdamse gemeenteraad over de toekomstige invulling van het terrein wil aangrijpen om op de bestuursovereenkomst uit 2013 terug te komen.
Uit de nota van 12 december 2017:

"Dit zou mogelijk zijn omdat de gemeente Amsterdam de Nota van Uitgangspunten voor de ontwikkeling van het terrein te laat ter besluitvorming aan de gemeenteraad aanbiedt."

Amsterdam zou hierdoor volgens Knops in gebreke blijven. Dat de gemeenteraad hier niet eenvoudig uit wist te komen komt echter door de aanhoudende inmenging van Rijksvastgoed in de toekomstplannen voor het terrein. Kortweg is de vraag of het terrein een bedrijventerrein moet worden of dat er voornamelijk woningen komen. Binnenlandse Zaken hamert telkens weer op het belang van een 'innovatieve' invulling met slechts enkele woningen voor kenniswerkers. Een meerderheid van de gemeenteraad is het hier niet mee eens en een definitief besluit over de Nota van Uitgangspunten wordt uitgesteld. Knops grijpt hierop zijn kans en probeert alsnog het terrein in rijkshanden te houden.

Conclusies Nota Hoofddirectie Beleid Ministerie van Defensie
De nota van de Hoofddirectie Beleid van het Ministerie van Defensie geeft enkele conclusies over de aanwezigheid van Defensie op het Marineterrein te Amsterdam.
De twee eerder genoemde argumenten van minister Bijleveld (openbare orde en wervingsmogelijkheden) komen duidelijk aan de orde en worden hierin van tafel geveegd:

"Het MEA (Marine-Etablissement Amsterdam, red.) werd de afgelopen decennia regelmatig ingezet voor grote evenementen: als parkeerplaats in geval van grote ontvangsten in het Koninklijk Paleis en als uitvalsbasis voor de ME en andere politie-eenheden in geval van grootschalige ordeverstoring. [...]
De afgelopen jaren kwam verschillende malen de vraag op of het MEA vanwege dit soort functies in de sfeer van openbare orde en veiligheid wel kon worden gemist [...] Defensie hield zich hierbij afzijdig, omdat het, zoals gezegd, niet om defensietaken ging. Onlangs bevestigde de directeur Grond en Ontwikkeling van de gemeente Amsterdam dat wethouder Van der Burg ervan op de hoogte is dat er voor deze functies alternatieven voorhanden zijn.
[...]
Defensie heeft geen operationeel belang bij het behoud van een groter terreindeel dan vastgelegd in de Bestuursovereenkomst. Het na juli 2018 resterende defensieterrein is voldoende voor het Dienstencentrum Personeel en Logistiek (DCPL). Mocht het DCPL met het oog op extra wervingsinspanningen nog wat extra terrein nodig hebben, dan biedt de Bestuursovereenkomst hiervoor de mogelijkheid.
[...]
Het belang van de rijksoverheid.
Sinds Defensie in 2011 te kennen gaf het MEA te willen afstoten, heeft geen enkel ministerie zich gemeld met het oog op het behoud van een terreindeel voor bedoelde veiligheidsfuncties."

De Hoofddirectie Beleid ziet dus niet in waarom staatssecretaris Knops Defensie vraagt om het terrein aan te houden voor taken waar de krijgsmacht helemaal niet voor verantwoordelijk is en waarvoor ook al tijden duidelijk is dat daar alternatieven voor zijn.

Vastgoedbelangen
Uit andere stukken blijkt dat het andere onderdelen van het ministerie van Defensie voornamelijk om vastgoedbelangen gaat. Er is weer geld en men kan dus nieuwbouw plegen. De locatie van het MEA is bekend en heeft een bepaalde uitstraling die men niet kwijt wilt. Men wil op een andere manier personeel gaan werven en daar is ruimte voor nodig. Dat er al verschillende malen allerlei alternatieven zijn aangeboden door de stad Amsterdam blijft vervolgens onbesproken.

Conclusie: geen operationeel belang & uitbreiding werving en selectie kan elders
De belangrijkste conclusie die je uit de vrijgegeven documenten uit deze WOB-procedure kunt trekken is dat Defensie geen operationeel belang heeft bij het aanhouden van het Marineterrein. Of dat in ieder geval de Hoofddirectie Beleid en de voormalige minister Dijkhoff dit belang eind 2017 niet zien.

Duidelijk is ook dat al meerdere malen is erkend dat de overgebleven taken die Defensie in de hoofdstad wil vervullen niet noodzakelijk op het huidige Marineterrein gehuisvest hoeven te worden.
De vraag is of wethouder Kock hier in de lopende onderhandelingen met het Rijk op zal blijven wijzen. Amsterdam staat voor de haast onmogelijke taak voldoende woningen te realiseren voor haar inwoners. Het Marineterrein is een ideale plek om een deel van deze opgave te kunnen verwezenlijken.
Defensie blijft voor de meeste Amsterdammers zeker welkom in de stad, maar volgens sommigen zou het Rijk op het gebied van de invulling van de openbare ruimte in Amsterdam best een toontje lager mogen zingen. Daarnaast vragen velen zich af waarom Binnenlandse Zaken zich ongevraagd wil gaan bemoeien met de openbare orde in de stad.



Documenten Gemeente Amsterdam:
https://www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/wob-besluiten/wob-besluit-22/


Documenten Ministerie van Defensie:
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/wob-verzoeken/2019/03/13/besluit-wob-verzoek-marine-etablissement-amsterdam


Documenten Ministerie van Binnenlandse Zaken:
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/wob-verzoeken/2019/03/28/besluit-wob-verzoek-over-marinekazerne-te-amsterdam


vrijdag 22 februari 2019

Verslag Raadsvergadering Openbare Ruimte over ontwikkelingen Marineterrein



Voor de volledigheid het verslag van de Raadscommissievergadering van 16 januari jongstleden:


Openbare vergadering van de Raadscommissie Ruimtelijke Ordening 
Vergaderdatum Woensdag 16 januari 2019 van 19.30 uur tot 23.15 uur

12 Ontwikkelingen Marineterrein.
Nr. BD2018-016379

Mevrouw NAOUM NÉHMÉ begint met de quote ‘je kunt beter ruzie hebben met een wijze dan vriendschap met een dwaas’. Zij weet niet of de wethouder haar een wijze volksvertegenwoordiger vindt, maar als dat zo is dan wil zij diens kwalificatie van de vorige commissievergadering toen hij haar oprecht bedoelde vragen bespottelijk noemde graag scharen onder ‘ruzie met een wijze’. Dan is dat ook maar uitgesproken. Zij meent dat de wethouder overreageert als het Marineterrein ter sprake komt. Zij weet niet of dat komt omdat hij nog altijd gefrustreerd is over de gang van zaken met Defensie, wat zij zich kan voorstellen, maar zij roept hem op daar zo snel mogelijk overheen te stappen, zodat hij als een leeuw en niet als een lam kan vechten voor de belangen van de stad. Daar heeft hij zelf ook belang bij, want dan kunnen ze in Den Haag niet denken dat de wethouder ruzie maakt met iedereen, ook met zijn eigen gemeenteraad. Zij hoort graag van de wethouder hoe het bestuurlijk overleg van vandaag verliep. Wat is daar uitgekomen? Verder begrijpt zij de beantwoording op haar schriftelijke vragen niet. In juli had de wethouder het over een nieuw plan met het Rijk. Nu, bij de beantwoording van de schriftelijke vragen, spreekt hij over ‘slechts een verkenning’. Zij krijgt daar graag een opheldering op. Zij vraagt zich ook af hoe het zit met die onenigheid met Defensie, want hoe kan het dat de minister zegt dat de heer Kock zich eerst bij haar moet melden in plaats van eerst bij de media in geval van onenigheid, terwijl de wethouder in zijn beantwoording zegt dat hij de minister meermalen van zijn ongenoegen op de hoogte heeft gesteld. Wie moet zij nu geloven?

Mevrouw TIMMAN hoorde mevrouw Naoum Néhmé zojuist zeggen dat de wethouder moest vechten als een leeuw en niet als een lam, maar tegelijkertijd moet hij ook zijn emoties in bedwang houden en niet zo veel ruzie maken met Defensie. Wil mevrouw Naoum Néhmé nu dat de wethouder zich als een leeuw opstelt of als een lam?

Mevrouw NAOUM NÉHMÉ wijst erop in juli ook gezegd te hebben de wethouder liever als een tijger te willen zien, omdat zij vindt dat hij te snel bij het kruisje getekend heeft. Hij heeft een andere afweging gemaakt. Zij houdt hem aan die afweging. Vervolgens wil zij weten wat plan B is mochten de bestuurlijke overleggen nergens toe leiden. Is de stad goed voorbereid op allerlei scenario’s?

Mevrouw VAN RENSSEN weet dat mevrouw Naoum Néhmé graag ziet dat de wethouder vecht voor de stad. In haar optiek heeft de wethouder dat ook gedaan. Het signaal dat de minister boos is door de houding van de wethouder betekent dat er inderdaad gevochten is als een leeuw of een tijger voor de belangen van Amsterdam. Daarom begrijpt zij niet waarom mevrouw Naoum Néhmé nu zo verbolgen is, omdat de minister zich in haar wiek geschoten voelt.

Mevrouw NAOUM NÉHMÉ zou nog altijd willen dat de wethouder als een tijger vecht. Dat wil echter niet zeggen dat hij dus openlijk ruzie moet maken met de minister van Defensie en dat ook nog in de media gaat uiten.

Mevrouw VAN RENSSEN wil weten of mevrouw Naoum Néhmé het niet beter vindt zich achter de wethouder te scharen dan op deze manier hier een punt van te maken.

Mevrouw NAOUM NÉHMÉ vindt het niet tactisch om eerst te zeggen met Defensie mee te gaan denken over een nieuw plan om vervolgens te zeggen dat Defensie zich aan de oorspronkelijke afspraken moet houden. Zij begrijpt het daarom niet meer.

De heer BAKKER wil er niet de hele dierentuin bij halen, maar wil vooral weten wat mevrouw Naoum Néhmé zelf wil met betrekking tot het Marineterrein. Volgens hem is de coalitie vrij duidelijk over wat zij van het Marineterrein wil.

Mevrouw NAOUM NÉHMÉ wil dat de wethouder consistente strategieën uitvoert, zoals dat door hemzelf gewenst wordt geacht.

De heer BAKKER herhaalt zijn vraag wat mevrouw Naoum Néhmé nu precies wil met het Marineterrein.

Mevrouw NAOUM NÉHMÉ verwijst naar de discussie die hier twee jaar geleden over gevoerd is.

De heer VAN SCHIJNDEL is van mening dat niet geprobeerd moet worden nu hier de onderhandelingstactieken van de wethouder te gaan evalueren. Hij hoort graag wat de opvatting van de VVD is over de bestuursovereenkomst zoals die er lag en waarop Defensie toch is teruggekomen. Wat is de kracht dan van zo’n bestuursovereenkomst?

Mevrouw NAOUM NÉHMÉ roept de heer Van Schijndel op de verslagen van de debatten die hierover gevoerd zijn erop na te slaan.

Wethouder KOCK heeft heel hard zitten nadenken over de vraag welk dier hij zou willen zijn, misschien een vos … een lastig probleem. Hij zal daar nog nader over nadenken. Hij heeft vanochtend een goed en constructief overleg gehad met de minister en de staatssecretaris. Dat gesprek loopt nog steeds, daarom gaat hij liever niet inhoudelijk in op dat gesprek. Feit is wel dat Amsterdam zich samen met andere partijen vier jaar lang ingezet heeft om tot een plan te komen. Dat plan lag er afgelopen zomer, maar Defensie gaf vervolgens aan liever toch iets anders te willen. Vervolgens is onderzocht/verkend of er toch niet nog iets anders mogelijk is. Die gesprekken lopen nu. Hij denkt dat het goed is als er geen overhaaste beslissingen genomen worden, zeker niet in deze situatie waarin partijen het nog niet met elkaar eens zijn over wat er moet gebeuren. Daarom vraagt hij de commissie/de raad hem wat tijd te gunnen. Hij heeft er vertrouwen in dat er uiteindelijk een oplossing komt. Dat wordt wellicht niet de gewenste perfecte oplossing, maar hij acht het wel zijn taak om ervoor te zorgen dat het een zo goed mogelijke uitkomst is voor Amsterdam. Men is het er nog steeds over eens dat het doel is om op het Marineterrein een mooi innovatiedistrict te maken met voldoende ruimte voor woningen en bedrijven. Daar houdt hij aan vast door een verstandig gesprek te voeren met de partners en door vooral geen overhaaste beslissingen te nemen. Het gaat hier niet om een Brexit en de wethouder is van mening dat er geen plan B nodig is. De grond is eigendom van Defensie. Amsterdam wil daar iets ontwikkelen en daar zullen beide partijen het dan wel eens over moeten worden.



donderdag 31 januari 2019

Onduidelijke communicatie Defensie over verhuizing mijnenjagers naar Marineterrein



Enkele dagen geleden meldde Defensie nog via een persbericht aan het Noordhollands Dagblad dat de mijnenjager Hellevoetsluis voor educatieve doeleinden naar het Marineterrein op Kattenburg is versleept. Nu meldt de Helderse Courant dat de drie andere mijnenjagers buiten dienst ook naar Amsterdam komen, maar dat alle vier de schepen vervolgens in de verkoop gaan. Hoe het precies zit mag Joost weten. Communicatie naar de buitenwereld is nooit de sterkste kant geweest van onze krijgsmacht...

UPDATE 19-2-2019: 
Via via is mij ter ore gekomen dat volgens Defensie de betreffende journalist van de Helderse Courant niet goed op de hoogte is. De twee mijnenjagers die in Zeebrugge liggen zullen daar ook blijven en niet naar Amsterdam komen. Wel vreemd dat journalist Booy letterlijk een woordvoerder van Defensie citeert en het dan verkeerd zou hebben begrepen. Wellicht was de quote van woordvoerder De Haan van wat oudere datum. Voorlopige conclusie: naast de Hellevoetsluis komt ook de Maassluis nog naar Amsterdam. Twee stuks in totaal dus. Of dat voor educatie dan wel verkoop is, is mij niet bekend.

UPDATE 22-2-2019
Afdeling Communicatie van het Commando Zeestrijdkrachten laat vandaag rechtstreeks aan mij weten dat de Helderse Courant er inderdaad naast zat. Er komt nog één mijnenjager naar Amsterdam en de andere twee blijven in Zeebrugge. Er zou überhaupt geen plaats zijn voor nog twee schepen aan de kades van Kattenburg.
Of de twee 'Amsterdamse' mijnenjagers worden verkocht of voor educatieve doeleinden gebruikt gaan worden is onder andere afhankelijk van de uitkomst van de onderhandelingen tussen het Rijk en de gemeente Amsterdam over de toekomst van het Marineterrein.

UPDATE 5-4-2019: 
Ken je dat verhaal van die tweede mijnenjager die naar Amsterdam zou komen? Die kwam dus niet. Ik geef het op om hierover informatie op te vragen bij Defensie. Het kan namelijk elk moment weer veranderen...

Hieronder het artikel (wat dus voornamelijk foutieve informatie bevat):


Alle vier mijnenjagers naar Amsterdam
Arie Booy
31 januari 2019 donderdag
Helderse Courant (NH-Dagblad)

Den Helder 

Om meer steigerruimte vrij te maken in de Nieuwe Haven worden alle vier de uit dienst gestelde mijnenjagers naar Amsterdam gevaren. Begin deze week kwam naar buiten dat de Hellevoetsluis naar het Marine Etablissement Amsterdam was gebracht. Nu blijkt dat ook de andere drie schepen onderweg zijn. Woordvoerder Stefan de Haan van de marine: ,,Alle vier de mijnenjagers - Middelburg, Hellevoetsluis, Haarlem en Maassluis - verkassen uit Den Helder. In de eerste plaats levert dit extra steigerruimte op." De luitenant ter zee vervolgt: ,,De Hellevoetsluis ligt inderdaad al in Amsterdam bij de marinekazerne. De Maassluis gaat uiterlijk volgende week richting hoofdstad. De Middelburg en de Haarlem liggen nu in Zeebrugge en zullen op een later moment eveneens naar Amsterdam verplaatst worden." De schepenlift in Zeebrugge is de plek waar alle mijnenjagers van de Koninklijke en Belgische marine onderhouden worden. De vier jagers werden vanwege de bezuinigingen in het begin van dit decennium van de sterkte afgevoerd. Sindsdien lagen ze bij de mijnendienst in Den Helder aan de steiger. De schepen zijn jaren in de verkoop geweest, vorig jaar werd besloten ze uit de aanbieding te halen. Maar inmiddels wil Defensie ze toch weer te koop zetten.

Nieuwe generatie
Ondertussen wordt achter de schermen noest doorgewerkt aan de selectie van een nieuwe generatie mijnenjagers. België is leidend in dit dossier. Naast Damen zijn twee Frans-Belgische consortia geïnteresseerd in de order. Aangezien er in de toekomst op een andere manier op mijnen gejaagd gaat worden dan vandaag de dag, zien de ontwerpen van de nieuwe jagers er anders uit dan we gewend zijn. De schepen worden een stuk groter dan de huidige Alkmaar-klasse. Het moederschip blijft buiten de gevarenzone blijft terwijl vooral onbemande systemen het werk gaan doen. Ook op het gebied van de accommodatie aan boord zijn veranderingen op til. Er is meer aandacht voor comfort van de bemanning.






dinsdag 29 januari 2019

Defensie blijkt met komst mijnenjager toch weer piketpalen te slaan op Marineterrein

Vorige week konden we al zien dat de mijnenjager Hellevoetsluis, aangemeerd werd langs het Marineterrein. Gisteren wist het Noordhollands Dagblad te melden dat het schip een rol gaat spelen in het opleidingsprogramma van het Defensity College. Werkstudenten volgen daarbij een deel van hun opleiding op het Marineterrein.

Het faciliteren van deze opleiding op het terrein gaat in tegen eerdere afspraken en komt ook niet voor in de recente argumenten van Defensie waarom het noodzakelijk zou zijn om op dit stukje Amsterdam een marinekazerne aan te houden. Het wordt steeds duidelijker dat de bangmakerij met terrorismedreigingen en dergelijke wel eens een smoesje zou kunnen zijn om niet te hoeven vertrekken.

Waar wethouder Kock eerder ontkende dat de vernieuwing van de cateringfaciliteiten in het evenementengebouw een vorm van het slaan van piketpalen was ("het gaat slechts om een nieuwe vaatwasser"), kan hij dit statement van de krijgsmacht toch niet wegwuiven. Een actie als deze zal de lopende onderhandelingen tussen de gemeente en het rijk waarschijnlijk weinig goed doen...

Lees hier het artikel uit het Noordhollands Dagblad:



vrijdag 25 januari 2019

Winter op het Marineterrein

Defensie heeft onlangs toch een nieuw stukje van het Marineterrein vrijgegeven.
Hopelijk is dit het begin van het nakomen van de afspraken uit de bestuursovereenkomst.
Ondertussen kunnen we het gebouw van Codam eens van een andere kant bekijken.




donderdag 24 januari 2019

Antieke mijnenjager langs openbaar gedeelte Marineterrein

Zou de brug naar de Dijksgracht stuk zijn?



Het betreft de volgende schepen:

A878 - Zr.Ms. Gouwe (1997)
Kustsleepboot van de Lingeklasse

M859 - Hellevoetsluis (1987) - buiten dienst
Mijnenjager uit de Alkmaarklasse

Y8019 - Balgzand
Sleep/duwboot



woensdag 9 januari 2019

Gemeentebordeel My Red Light wil wel verhuizen naar Marineterrein

Sinds Defensie in september vorig jaar heeft aangegeven niet van het Marineterrein te willen vertrekken zijn de claims op het terrein in de media in ieder geval verstomd. Iedereen lijkt af te wachten wat de uitkomst van de onderhandelingen tussen de gemeente en Defensie zal zijn. Zal er nog ruimte zijn om echt iets moois te gaan ontwikkelen, of krijgt Amsterdam wat kruimeltjes grond en gaat de krijgsmacht een compleet nieuwe kazerne neerzetten?

Het verbaasde me dan ook een beetje dat er toch weer een organisatie is die openlijk zijn oog laat vallen op het Marineterrein. De stichting My Red Light, die kamers verhuurd aan zelfstandige prostituees, wil namelijk weg van de Wallen. Het Marineterrein is volgens hen een rustigere plek en het zorgt denk ik ook voor wat extra klandizie met al die militairen als buren ;-).




Uit Het Parool:


08 Jan 2019
My Red Light wil weg van de Wallen
Gemeentebordeel My Red Light vertrekt het liefst van de Wallen, naar een locatie waar de sekswerkers ook onlineklandizie mogen ontvangen. In de oude binnenstad wordt het werk steeds moeilijker.

Gemeentebordeel : Klandizie valt tegen

De stichting My Red Light, die is opgezet om sekswerkers zelf regie te geven over hun beroep, heeft het zwaar. Het bordeel opende in mei 2017 in vier panden met veertien ramen aan de Oudezijds Achterburgwal en Boomsteeg, vastgoed dat daarvoor in gemeentehanden was. Dagelijks huren 18 sekswerkers een raam in My Red Light. In de praktijk is het ingewikkeld een raambordeel te runnen en tegelijkertijd volledig aan de regels te voldoen. Begin vorig jaar dreigde al sluiting omdat het project volgens het bestuur 'onuitvoerbaar is met de huidige regels'.

[...]

Werken op de Wallen is niet het hoogste goed voor My Red Light. Veel ramen blijken het laatste jaar overdag niet meer verhuurd te worden. De houdbaarheidsdatum van raamprostitutie lijkt bereikt, door de opkomst van internet. Klanten bepalen steeds vaker hun keuze online. Terwijl de gemeente in regelgeving heeft vastgelegd dat de mannen en vrouwen achter de ramen hun onlinecontacten niet mogen ontvangen in de werkkamers. Als My Red Light naar een andere plek buiten het centrum zou kunnen verkassen, zonder ramen, verdwijnt die horde. "We zouden graag op een locatie als het Marine-terrein zitten, net als de nieuwe garde bordeelhouders. Laat de oude garde op de Wallen."


Toekomst ongewis

Eerder dit najaar suggereerden coalitiepartijen GroenLinks, SP en D66 ook al dat verplaatsing van de prostitutie uit het centrum naar andere delen van de stad wat hen betreft een optie is. Gedacht wordt aan hotelachtige complexen, zonder ramen aan de openbare weg.


[...]


woensdag 12 december 2018

VVD-raadslid Néhmé verwijt wethouder Kock zig-zag-strategie inzake strijd om Marineterrein

Vandaag zou de Raadscommissie Ruimtelijke Ordening van de Amsterdamse gemeenteraad op verzoek van de VVD de ontwikkelingen rond het Marineterrein bespreken. Door tijdgebrek bleef het bij een korte schermutseling tussen VVD-raadslid Néhmé en wethouder Kock. De zaak is doorgeschoven naar de volgende commissievergadering.

De weigering van Defensie om zich aan de in 2013 met de gemeente gemaakte afspraken te houden heeft voor een bekoelde relatie tussen minister Bijleveld en wethouder Kock gezorgd. De Amsterdamse VVD wilde daarom specifiek de uitlatingen van beide bestuurders bespreken en horen wat de te volgen stappen zullen zijn om het beste voor de stad te bewerkstelligen. Néhmé sprak van zig-zag-strategie als het om de huidige handelswijze van de wethouder gaat.

Wethouder Kock wees er fijntjes op dat de VVD-fractie in de Tweede Kamer tegen een motie met de vraag om meer informatie aan minister Bijleveld had gestemd. Tenslotte noemde hij de insinuatie dat hij de zaken niet goed behartigt bespottelijk. In januari zal er weer een bestuurlijk overleg plaatsvinden met Defensie.
Wordt vervolgd.

Update 14-12-2018: het onderwerp blijkt toch naar de algemene vergadering van de gemeenteraad van woensdag 19 december te zijn doorgezet en niet naar de volgende commissievergadering Ruimtelijke Ordening.


Hieronder de eerste actualiteit voor 12 december en daaronder de tweede actualiteit voor 19 december. De vraagstelling is iets kritischer geworden.


----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------