Marineterrein Amsterdam

Een onafhankelijk blog van een Kattenburger over de herontwikkeling van het Marineterrein Amsterdam. Van een gesloten enclave naar een plek voor iedereen. Blog Marineterrein gaat door als marinekwartier.com

woensdag 22 mei 2019

Minister Bijleveld weigert opnieuw toelichting op aanhouden Marineterrein

Het antwoord dat je wist dat zou komen
Gisteren -de timing is slim gekozen: tussen de presentatie van een nieuwe CDA-fractievoorzitter en het ontslag van een VVD-staatssecretaris- kwam er dan eindelijk de lang verwachte beantwoordingsbrief van de minister van Defensie.
Eind maart werd via een WOB-verzoek duidelijk dat de argumenten die het Ministerie van Defensie aan de Tweede Kamer gaf om toch op het Marineterrein te blijven totaal geen hout snijden. Ook Het Parool berichtte over de kwestie. Kamerlid Belhaj van D66 vroeg onmiddellijk een Kamerdebat aan.
Zij werd hierin gesteund door verschillende partijen, maar de coalitiepartners van D66 wensten dit verzoek niet in te willigen en namen voorlopig genoegen met het aanvragen van een brief bij minister Bijleveld.


Verschillende adviezen
Het antwoord op die brief kwam er nu dus eindelijk, maar stemt niet echt tot tevredenheid.
De zeer summiere argumentatie uit een eerdere Kamerbrief wordt herhaald, maar niet -zoals door de Kamer gevraagd- nader toegelicht.
Bijleveld wijst er verder op dat er altijd verschillende ambtelijke adviezen worden uitgebracht en dat, zoals ook in dit geval, de inhoud daarvan sterk uiteen kan lopen.
Een dooddoener. Het lijkt me dat je de Kamer dan ook verteld waarom een bepaald advies de doorslag heeft gegeven.
Enige motivatie voor het vastgoed-argument wordt niet gegeven. Uitleg over de volgens Defensie verergerde veiligheidsrisico's in het centrum van Amsterdam evenmin.

Alternatieven
Daarnaast blijft de minister de door Amsterdam aangedragen alternatieven voor een plek in de hoofdstad negeren. De beantwoordingsbrief rept hier met geen woord over.

"Besluit is genomen"
Bijleveld zet met deze brief duidelijk de hakken nog verder in het zand. Ze schrijft: "Op grond van een zorgvuldige afweging van de verschillende argumenten heb ik een besluit genomen [...] Zodra de gezamenlijke planvorming voldoende is uitgekristalliseerd, zal ik u ook informeren over de financiële consequenties die dit mogelijk heeft voor de defensiebegroting."
Ze denkt hiermee de motie van Kamerlid Belhaj uit te voeren, maar deze eist ook nadrukkelijk uitleg over nut en noodzaak. Ik ga ervan uit dat de ondertekenaars van deze motie de minister hier alsnog aan gaan houden.

Hieronder de complete brief:

21-5-2019

Hierbij reageer ik op de vraag die tijdens het ordedebat van 26 maart jl. door het lid Belhaj (D66) is gesteld over wat ik heb aangegeven over het Marineterrein in Amsterdam en wat in de stukken staat die Defensie in antwoord op het WOB-verzoek van 25 augustus 2018 openbaar heeft gemaakt (Kenmerk 2019Z05881). 
Hiermee beantwoord ik ook het verzoek van de VCD uit uw brief van 16 mei jl. (Kenmerk 1029D19933).

Op 5 december 2013 is de bestuursovereenkomst gesloten voor de ontwikkeling van het ‘Marineterrein Amsterdam’. De overeenkomst voorzag in een gefaseerde terugtrekking van Defensie van het terrein, met uitzondering van de hoek waar de Koninklijke Marechaussee gehuisvest was. Nadat de marechaussee vanwege een reorganisatie geen behoefte meer had aan deze locatie, werd besloten dat het Dienstencentrum Personeelslogistiek in Amsterdam zou blijven. Onder het huidige kabinet is voor een andere koers gekozen. In de Defensienota 2018 is aangekondigd dat een aantal defensielocaties alsnog werd opengehouden en dat voor enkele andere locaties nog onderzoek gaande was. De belangrijkste overwegingen voor die nieuwe koers voor het Marineterrein Amsterdam heb ik vervolgens uiteengezet in mijn Kamerbrief van 11 juli 2018 (Kamerstuk 33 763, nr. 143). In de eerste plaats is de veiligheidssituatie veranderd en zijn er voor Defensie zwaarwegende redenen om een groter deel van het complex dan oorspronkelijk voorzien te behouden. In de tweede plaats wil Defensie zichtbaar aanwezig blijven in de hoofdstad, waarbij de kazerne ook een belangrijke locatie is om de grote opgave op het gebied van werving en selectie te kunnen verwezenlijken.

Na de heroverweging is het overleg begonnen tussen Defensie, de Gemeente Amsterdam, het Rijksvastgoedbedrijf en de Rijksbouwmeester om gezamenlijk het Marineterrein verder te ontwikkelen.

Dat er in de loop der tijd hierover verschillende en ook inhoudelijk afwijkende ambtelijke adviezen zijn uitgebracht, is een gebruikelijk verschijnsel in het politiek-bestuurlijke afwegingsproces. Ook de stukken die wegens dit WOB-verzoek openbaar zijn gemaakt lopen qua inhoud sterk uiteen: sommige pleiten – op sterk uiteenlopende gronden - vóór het behoud van een deel van het terrein, andere daartegen.

Op grond van een zorgvuldige afweging van de verschillende argumenten heb ik een besluit genomen en heb ik u vervolgens geïnformeerd over dat besluit en de achtergronden daarvan. Zodra de gezamenlijke planvorming voldoende is uitgekristalliseerd, zal ik u ook informeren over de financiële consequenties die dit mogelijk heeft voor de defensiebegroting. Ik ga dan ook graag met uw Kamer in gesprek, mede in het licht van de aangenomen motie van het lid Belhaj (Kamerstuk 35 000 X, nr. 58). Voor nu hoop ik uw Kamer voldoende te hebben geïnformeerd.

DE MINISTER VAN DEFENSIE

Drs. A.Th.B. Bijleveld-Schouten